Mocht u nooit voorbij de pompeuze titel van Charles Dickens' The Personal History, Adventures, Experience and Observation of David Copperfield the Younger of Blunderstone Rookery zijn geraakt: in die victoriaanse, deels op zijn eigen levensverhaal gebaseerde feuilletonroman uit 1850 verhaalt de Britse schrijver over het wel maar toch vooral het wee van een jongen die door zijn welgestelde familie wordt verstoten. Hij belandt na een jeugd van verwaarlozing en treiterij uiteindelijk tussen de uitgebuite fabrieksarbeiders, maar dankzij zijn intelligentie, een beetje fortuin en zijn onvermoede literaire tal...

Mocht u nooit voorbij de pompeuze titel van Charles Dickens' The Personal History, Adventures, Experience and Observation of David Copperfield the Younger of Blunderstone Rookery zijn geraakt: in die victoriaanse, deels op zijn eigen levensverhaal gebaseerde feuilletonroman uit 1850 verhaalt de Britse schrijver over het wel maar toch vooral het wee van een jongen die door zijn welgestelde familie wordt verstoten. Hij belandt na een jeugd van verwaarlozing en treiterij uiteindelijk tussen de uitgebuite fabrieksarbeiders, maar dankzij zijn intelligentie, een beetje fortuin en zijn onvermoede literaire talent weet hij toch opnieuw de sociale ladder op te klauteren, zij het niet zonder blutsen en builen. Het is een synopsis die niet meteen een energieke, van levenslust barstende en met sitcom gelardeerde kostuumfilm doet vermoeden, maar toch is dat precies hetgeen waarop Armando Iannucci, de Britcomkoning achter The Thick of It, Veep en The Death of Stalin, je met zijn revisionistische lezing trakteert. Met een rotvaart volgen de schetsmatige episodes elkaar op. In de openingsscène in een theater vraagt de volwassen David zich af of hij wel de held van zijn eigen leven zal worden. Flashbacks voeren je terug naar zijn miserabele kindertijd, waarin hij door zijn rijke stieffamilie tussen het Londense lompenproletariaat wordt gedumpt. En dan zijn er nog zijn rencontres met slinkse studiemakkers, met de gluiperige boekhouder Uriah Heep, met een koppel flamboyante aristocraten, een fraaie freule en andere paradijsvogels die in victoriaans Engeland rondfladderen. Het is niet de enige verrassing die Iannucci in petto heeft. De Schotse schrijver, regisseur en satiricus, die ooit literatuur studeerde en in 2012 al de documentaire Armando's Tale of Charles Dickens draaide, koos er voor om kleurenblind te casten. Met flair en goesting wordt Copperfield neergezet door Dev Patel, de Brits-Indiase acteur die doorbrak met Slumdog Millionaire. Ook andere personages krijgen in deze multiculturele maar verder historisch accuraat aangeklede adaptatie een kleurtje. Het is Iannucci dan ook niet zozeer om een loyale tekstinterpretatie te doen. Hij wil vooral de dickensiaanse geest eren en illustreren dat diens fragmentarische verhaal over clashende klassen en wanhopig naar status strevende individuen van alle tijden is. Af en toe raast de film zichzelf voorbij, en doet de barokke, bij vlagen Terry Gilliam-achtige stoet aan theatrale taferelen, karakters, toonwisselingen en dialogen soms naar adem happen. Maar stil valt het nooit en stoffig wordt het op geen enkel moment. Bovendien zijn de kostuums en decors weelderig, oogt het camerawerk vinnig en verzorgd en heeft de cast (met goed volk als Tilda Swinton, Hugh Laurie, Paul Whitehouse, Peter Capaldi en Ben Whishaw) er zichtbaar schik in. Een deugddoend exuberante en oneerbiedige adaptatie waar een groot, genereus hart in klopt, en die Dickens vast doet dartelen in zijn graf.