Wraak is een maaltijd die het best koud wordt geserveerd', wisten de snode Klingons uit Star Trek al. Yorgos Lanthimos, de bejubelde beeldenstormer achter Dogtooth, Alps en The Lobster, kiepert daar in zijn Griekse horrortragedie The Killing of a Sacred Deer al meesmuilend nog een ton ijs bovenop.
...

Wraak is een maaltijd die het best koud wordt geserveerd', wisten de snode Klingons uit Star Trek al. Yorgos Lanthimos, de bejubelde beeldenstormer achter Dogtooth, Alps en The Lobster, kiepert daar in zijn Griekse horrortragedie The Killing of a Sacred Deer al meesmuilend nog een ton ijs bovenop. De wreker met dienst is de vijftienjarige Martin (Barry Keoghan, ook al te zien in Dunkirk), die na de dood van zijn vader soelaas zoekt bij Steven (Colin Farrell met peper-en-zoutbaard), de hartchirurg die zijn pa indertijd heeft behandeld. Lang duurt het echter niet vooraleer de dokter en zijn keurige, oer-Amerikaanse gezin, met Nicole Kidman als pronkvrouw, mogen ondervinden dat Barry er wel heel nare en buitenproportionele interpretaties van de begrippen 'gerechtigheid' en 'boetedoening' op na houdt. Welke precies, dat laat Lanthimos je als een volleerde huivermaestro - én als een sardonische sater - stukje bij beetje zelf ontdekken, terwijl de gevoelstemperatuur daalt en de spanning stijgt. Stevens huis wordt een belaagd bolwerk en de kliniek waar hij werkt een ijl spookkasteel. Daarbij wordt nooit helemaal duidelijk waar zich nu precies de incisie tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke, en - zo kennen we Lanthimos weer - tussen grap en gruwel bevindt. Met zijn beproefde premisse - een brave bourgeoisfamilie die door een indringer te gronde wordt gericht - en zijn cerebrale verpakking doet de film wat denken aan Michael Hanekes (meta)thrillers Funny Games en Caché, maar voor zijn maagdentrip door het horrorgenre heeft Lanthimos toch vooral de films van Stanley Kubrick onder de microscoop gelegd. Zijn steadycam glijdt The Shining-gewijs door beklemmende ziekenhuisgangen, de huiselijke horror wordt omzwachteld met onaards klinkende klassieke muziek (Bach, Schubert, Ligeti) en het menselijke beestje wordt gefileerd met klinisch precieze shots die haast met een scalpel lijken uitgesneden. Het zijn verrassend vertrouwde referenties en thematische territoria die de maker van hybride, haast ondefinieerbare films als Dogtooth en The Lobster dit keer verkent. Maar ook nu voegt Lanthimos er zijn typische, gortdroog geserveerde offbeatdialogen aan toe, injecteert hij het geheel met een toefje absurdisme à la Luis Buñuel en laat hij zelfs de antieke tragedies - test uw kennis inzake Griekse mythologie - de revue passeren. Horror dus, maar op volstrekt lanthimosiaanse wijze.