Wanneer de straatlichten over het gezicht van Yaojun glijden, die achter het stuur zit en op de spreekwoordelijke road to nowhere lijkt beland, voel je niet alleen de tijd verstrijken. Je voelt de man ook nadenken over hoe zijn leven er had uitgezien mocht hij zijn fragiele echtgenote Liyun nooit hebben ontmoet, mocht het Chinese regime nooit haar eenkindpolitiek hebben ingevoerd en mocht er dertig jaar geleden niet dat tragische ongeluk bij het waterreservoir in zijn geboortestad zijn geweest. Dat soort shots waarin soap-achtige tristesse en onuitgesproken poëzie in ge...

Wanneer de straatlichten over het gezicht van Yaojun glijden, die achter het stuur zit en op de spreekwoordelijke road to nowhere lijkt beland, voel je niet alleen de tijd verstrijken. Je voelt de man ook nadenken over hoe zijn leven er had uitgezien mocht hij zijn fragiele echtgenote Liyun nooit hebben ontmoet, mocht het Chinese regime nooit haar eenkindpolitiek hebben ingevoerd en mocht er dertig jaar geleden niet dat tragische ongeluk bij het waterreservoir in zijn geboortestad zijn geweest. Dat soort shots waarin soap-achtige tristesse en onuitgesproken poëzie in gelijke mate van afdruipen zijn in groten getale aanwezig in Wang Xiaoshuai's drie uur durende maar verbazend vlot voorbijstromende en clever tussen generaties en era's zappende kroniek. Wang Xiaoshuai, de Chinese cineast die internationaal scoorde met het in China verbannen Beijing Bicycle (2001) en Shanghai Dreams (2005), grijpt meteen naar de strot met de tragische gebeurtenis in kwestie: de verdrinkingsdood van Yaojuns zoontje Xingxing. Maar hoe de familiale vork verder in de steel zit? Wie de rebelse, vijftienjarige knul is die in de daaropvolgende scènes het leven van zijn ouders zuur maakt? En waarom het gezin inmiddels naar de andere kant van het land is verhuisd? Dat wordt pas stukje bij beetje duidelijk. Wang ordent zijn verhaal immers niet strikt chronologisch, maar presenteert het als een emotioneel coherent patchwork met flashbacks naar de jaren tachtig en met een alomtegenwoordige Deng Xiaoping op de achtergrond - de partijleider die zowel China's grote, kapitalistische sprong voorwaarts als de gecontesteerde eenkindpolitiek introduceerde. So Long, My Son is dan ook meer dan een superieure familiesoap die manoeuvreert tussen Edward Yang en het recentere, romaneske werk van Jia Zhangke. Het is tegelijk een doorlichting van een systeem, een politiek, een generatie en een land. Maar dan zonder expliciet barricades op te werpen, iets wat binnen de Chinese cinema sowieso opnieuw lastiger ligt, nu Xi Jinping de censuurteugels strakker heeft aangespannen. Met zijn subtiele vervlechting van politiek en sentiment en zijn meerdere decennia omspannende structuur voelt de film aan als het magnum opus van een meester op de top van zijn kunnen, inclusief fraai camerawerk, een plastische montage en een uitstekende cast. Toegegeven, het eerste deel is iets sterker dan het tweede, en hier en daar lardeert Wang zijn kroniek met wat overbodig melodrama (de flirt tussen Yaojun en zijn knappe, jonge studente Moli), maar laat dat geen beletsel zijn: wanneer drie uur na Xingxings trieste lot aan het waterreservoir de eindcredits rollen ben je een ontroerende, meeslepende, heel toegankelijke en vernuftig gemaakte kaleidoscoop rijker.