Je eigen kortfilm bewerken tot een langspeler (onder meer George Lucas deed het met THX 1138, Wes Anderson met Bottle Rocket en Damien Chazelle met Whiplash) is niet zonder risico, maar de Canadese regisseur Andrew Cividino weet de onderhuidse spanning ook prima vast te houden in de ui...

Je eigen kortfilm bewerken tot een langspeler (onder meer George Lucas deed het met THX 1138, Wes Anderson met Bottle Rocket en Damien Chazelle met Whiplash) is niet zonder risico, maar de Canadese regisseur Andrew Cividino weet de onderhuidse spanning ook prima vast te houden in de uitgebreide versie van zijn verhaal over drie tienerjongens die tijdens de zomervakantie elk op hun eigen manier omgaan met hun onzekerheden. Dat doet hij door uitstekend gebruik te maken van het zomerse licht aan de oevers van Lake Superior, door drie jongens te casten die acteren met een gevoel voor nuance waar types als Sean Penn en Daniel Day-Lewis nog wat van kunnen leren en door af en toe te focussen op kleine details als een zweetdruppel op een jongenslijf of een parend stel krekels op een boomstronk. Cividino en cinematograaf James Klopko weten wat een vleug slow motion op weemoedige muziek kan doen voor de sfeer, maar vergeten dat het ook net die beelden zijn die elk Amerikaans indiedrama op een ander doen lijken. Het is dan ook jammer dat ze met hun aanvankelijk vrij intuïtief aan elkaar gemonteerde scènes van zomers ennui toewerken naar een voorspelbare climax. Gelukkig vat het tweetal, vooraleer het zover is, perfect de bitterzoete melancholie van die ene zomervakantie waarin je je kinderlijke onschuld verliest. (Sam De Wilde)