Op het einde van de negentiende eeuw deed de zaak-Dreyfus Frankrijk op zijn grondvesten daveren. In 1894 werd de jonge, Joodse officier Alfred Dreyfus zowel door de legerleiding, de politiek als de pers ten onrechte van spionage beschuldigd en verbannen. In 1978 zorgde Roman Polanski op zijn beurt ook voor controverse door ontucht te plegen met een minderjarig meisje, een al even infame zedenzaak die hem deed vluchten uit de States en tot vandaag achtervolgt. Daarom hoeft het niet te verwonderen dat J'accuse, Polanski's relaas over het Dreyfus-schandaal, al voor deining zorgde nog voor de film in Venetië in première ging, al trok de jury zich weinig van de commotie aan. Hij bekroonde de controversiële Pool zelfs met de juryprijs.

Uiteraard is het geen toeval dat Polanski - ook Joods en opgejaagd wild sinds hij voortvluchtig is voor het Amerikaanse gerecht - de focus richt op de Dreyfus-affaire die van uren ver naar antisemitisme stonk. Ook in zijn vorige films liet hij het immers niet na om de vage scheidslijn tussen feit en fictie op te zoeken, soms op het provocatieve af. Nooit waren de ambigue parallellen met zijn turbulente leven (hij overleefde als kind de Holocaust en zag zijn zwangere echtgenote Sharon Tate in 1969 vermoord worden door de Manson-sekte) veraf. Maar wat je ook vindt van de man en zijn daden, je kunt kunst niet veroordelen vanwege zijn maker, of ontkennen dat Polanski ook op zijn 86e een begenadigd vakman is.

De beladen trial by media-thematiek maakt het onmogelijk om de polemische privépersoon Polanski volledig uit de strakke kaders weg te denken.

J'accuse, genoemd naar het pamflet dat schrijver Émile Zola pende ter verdediging van Dreyfus, volgt de zaak vanuit het perspectief van kolonel Georges Picquart (Jean Dujardin). Als militair onderzoeker wordt hij gedwongen om te kiezen tussen zijn ambitie om hogerop te raken én zijn knagende geweten, wanneer duidelijk wordt dat Dreyfus (Louis Garrel) enkel schuldig is aan het feit dat hij Joods is. Tussendoor mag Picquart zijn muizenissen opbiechten aan zijn minnares (Emmanuelle Seigner oftewel mevrouw Polanski) en opboksen tegen een leger bevoordeelde officieren, experten en persmuskieten in wat in feite een oerklassiek detectivedrama met kaplaarzen, monocles en kloeke snorren is.

Polanski baseerde zich op een boek van Robert Harris (die ook The Ghost Writer schreef), terwijl het verhaal sec, ernstig en helder wordt gepresenteerd. Alleen al het openingsshot waarin Dreyfus publiekelijk wordt gestroopt van zijn strepen is monumentaal, met zijn honderden figuranten en een statische camera die je dwingt om getuige te zijn van het vernederende tafereel. Wat volgt, speelt zich echter vrijwel volledig af in donkere, benepen interieurs, wat de claustrofobische sfeer - altijd al een van Polanski's stokpaardjes - nog verhevigt.

Met zijn vele dialogen en academische beeldtaal heeft J'accuse bij momenten dan ook wat weg van een stoffige procedurethriller, en nergens wordt het zo benauwd of bevlogen als in Rosemary's Baby, Chinatown of Polanski's andere meesterwerken. Bovendien maakt de beladen trial by media-thematiek het onmogelijk om de polemische privépersoon Polanski volledig uit de strakke kaders weg te denken. Dat de meningen over J'accuse sterk uiteenlopen, is daarom niet verbazend, al moet je al behoorlijk bevooroordeeld zijn om de beheerste mise-en-scène en stijlvolle manier waarop de casus wordt aangekleed glashard te ontkennen.

J'accuse

Roman Polanski met Jean Dujardin, Louis Garrel, Emmanuelle Seigner