Pirates of the Caribbean: Salazar's Revenge van Joachim Rønning & Espen Sandberg met Johnny Depp, Javier Bardem, Brenton Thwaites, Kaya Scodelario.
...

Een van de vele running gags in de bekendste piratenfranchise is dat het niet botert tussen Jack Sparrow en de aap Jack, het hulpje van de valse kapitein Barbossa. Dat is om de verkeerde reden grappig. Johnny Depp heeft zelf wat weg van een circusaap die voor de zoveelste keer hetzelfde kunstje opvoert. Het enige verschil is dat hij zich niet door pindanootjes maar door dollars laat overhalen. De eerste keer dat hij mompelde en waggelde als Rolling Stone Keith Richards en met dreadlocks, een overdosis mascara en een gek hoedje gestalte gaf aan de onvoorspelbare, goedhartige, permanent dronken piratenkapitein Jack Sparrow, was dat nog grappig. Dat was in 2003. Veertien jaar later voert hij nog altijd datzelfde kunstje op. Minder grappig. Beetje pijnlijk zelfs. Aflevering vijf is nochtans een reboot van de franchise, die verstrikt was geraakt in een onontwarbaar kluwen van verhaallijnen, vervloekingen en personages. De scenaristen laten de personages zoeken naar de resetknop. Wie de drietand van Poseidon kan bemachtigen, is in staat om alle vloeken ongedaan te maken. Lekker handig als je er een knoeiboel van gemaakt hebt. Orlando Bloom en Keira Knightley, sterren van het eerste uur, verschijnen even om de fakkel door te geven aan de acteurs die een jongere versie spelen van het bekvechtende avonturierskoppel dat ze destijds vormden. Iemand moet hun maar eens vragen of ze blij zijn dat ze van dat piratencircus af zijn, of boos omdat ze plaats moeten ruimen voor een nieuwe generatie. Om er opnieuw wat schwung in te brengen, werd de regie toevertrouwd aan Joachim Rønning en Espen Sandberg, het Noorse duo dat verbaasde met Kon-tiki, een zeeavontuur dat maar een fractie van een Pirates of the Caribbean-aflevering kostte en veel spannender was. In het eerste half uur slagen ze daar redelijk goed in. De eerste grote bravourescène, een keatoniaanse bankroof, is nog opzwepend. Maar kraai niet te vroeg ahoi. Daarna vervalt zowel Depp als de film in oude kwalen: overbodige verhaallijnen, spektakel dat zichzelf verdrinkt in luidruchtigheid en buitensporigheid, terminaal ongrappige boertigheden, bovennatuurlijke toestanden die de spanning ondermijnen en herhalingen. Het is er na veertien jaar nog altijd aan te merken dat de franchise gebaseerd is op een pretparkattractie. Zotte Johnny Depp kon ons dat, lang geleden, één keer doen vergeten. Maar vijf keer? Nee.