Loveless van Andrej Zvjagintsev met Maryana Spivak en Aleksei Rozin
...

The Return (2003), The Banishment (2007), Elena (2011), Leviathan (2014): tot nu toe maakte de Rus Andrej Zvjagintsev alleen maar goede tot steengoede films. Zijn nieuwste, die dit jaar in Cannes met de scenarioprijs werd bekroond, nestelt zich daar probleemloos tussenin. Net als in zijn vorige werk focust Zvjagintsev in Loveless op een disfunctionele familie, en ook nu vormt die een claustrofobische, troebele microkosmos voor moedertje Rusland. Protagonisten met dienst zijn een man en een vrouw die op scheiden staan, elk al een tijd een nieuwe relatie hebben, maar na hun zoveelste ruzie vaststellen dat hun twaalfjarige zoontje van huis is weggelopen. Samen met enkele vrijwilligers gaan ze op zoek naar de vermiste jongen, maar noch bij hen, noch bij de flikken, noch bij de getuigen voel je veel medeleven. Wat begint als een naargeestig vechtscheidingsdrama met knipogen naar Ingmar Bergmans klassieke relatiekroniek Scènes uit een huwelijk (1973), muteert aldus tot een sombere verdwijningsthriller die je meeneemt langs groezelige flatgebouwen, postindustriële ruïnes, ondergesneeuwde stadsparken en kale snelwegen in en om Moskou. Een happy end komt op geen enkel moment in zicht, en gaandeweg zou je zelfs bijna beginnen te hopen dat het jongetje niet naar zijn egocentrische ouders terug moet. Huiscameraman Michael Krichman giet de queeste in monumentale beelden die op je netvlies en je gemoed inwerken, terwijl Zvjagintsev opnieuw rauw realisme aan aardse metaforiek koppelt. Zo hoef je geen diploma semiotiek te hebben om zijn mee door de broers Dardenne geproduceerde drama te lezen als een allegorie op de scheiding van Rusland en Oekraïne (af en toe hoor je nieuws over dat conflict op radio en tv), met het verdwenen zoontje als 'kind van de rekening'. Al is Loveless ook een met ijs beslagen spiegel voor Rusland, dat sinds de val van de Muur en de dag dat tsaar Poetin zijn intrek nam in het Kremlin, alsmaar meer door het materialisme wordt overwoekerd. Net als in voorganger Leviathan - de film die Poetin wilde bannen - legt Zvjagintsev het er bij momenten iets te dik op, en sommige scènes vallen enigszins uit de toon. Dat neemt niet weg dat er op 's mans cinematografische gevoel voor sfeer, ritme en ruimte geen roebel af te dingen valt, dat de koude koorts van gangen, muren en karakterkoppen druipt en dat de climax zelfs de grootste cynicus een krop in de keel bezorgt. Een dreun van een film die zich op meerdere niveaus laat lezen, en nog lang na het rollen van de credits nazindert.