Films over kindsoldaten - denk aan Johnny Mad Dog, Rebelle of Beasts of No Nation - waren er al in alle maten en gewichten, maar zelden waren ze zo bedwelmend, vitaal, spookachtig en cinematografisch overrompelend als Monos. In zijn tweede langspeelfilm zoomt de Colombiaans-Ecuadoraanse filmmaker Alejandro Landes in op enkele tienerguerrillero's die een koe en een Amerikaanse gijzelaar moeten bewaken. Wie hun opdrachtgevers zijn of waar in Zuid-Amerika ze zich precies bevinden, wordt daarbij nooit verduidelijkt.
...

Films over kindsoldaten - denk aan Johnny Mad Dog, Rebelle of Beasts of No Nation - waren er al in alle maten en gewichten, maar zelden waren ze zo bedwelmend, vitaal, spookachtig en cinematografisch overrompelend als Monos. In zijn tweede langspeelfilm zoomt de Colombiaans-Ecuadoraanse filmmaker Alejandro Landes in op enkele tienerguerrillero's die een koe en een Amerikaanse gijzelaar moeten bewaken. Wie hun opdrachtgevers zijn of waar in Zuid-Amerika ze zich precies bevinden, wordt daarbij nooit verduidelijkt. Je ziet hoe de gewapende kids, die cartooneske noms de guerre als Rambo, Lobo (wolf), Pitufo (smurf) en Bum Bum hebben, geblinddoekt voetballen op een afgelegen, door wolken omzoomde bergtop. Hoe ze onderling dollen en discussiëren, terwijl hun hormonen volop door hun immature lijf razen. En hoe ze uiteindelijk zonder commandant vallen, waarop ze dan maar zelf aan een survivaltocht beginnen, met alle euforie, chaos, geweld, onhandige seksuele experimenten en dronken losbandigheden die daarbij horen. Dat Landes zijn manische 'monos' ('apen' of 'kleintjes') spiegelt aan de rebellen van het FARC en aan de burgeroorlog die al decennialang in Colombia woedt, is evident. Maar toch is dit geen politieke film, laat staan een oorlogsdrama zoals we dat kennen. Waar het in deze intens fysieke, in monumentale pelliculebeelden geschoten trip écht om draait, zijn thema's als identiteit, groepsdruk, machtsgeilheid en ongefilterde lust for life. De schaduw van William Goldings Lord of the Flies is nooit veraf, en met zijn kinderen die manu militari de horror van de volwassen wereld ingedreven worden doemt ook Elem Klimovs Come and See op aan de horizon, al passeert Landes evengoed langs broeierige jungleklassiekers als Apocalypse Now en Aguirre, der Zorn Gottes. Met zijn onbenoemde setting en conflict, zijn indrukwekkende natuurdecors, zijn ongedwongen tienerprotagonisten en zijn heel diverse genre-ingrediënten heeft Monos dan ook iets van een (on)aards, intens naturalistisch sprookje. Elk schot - hoezeer het zweet, het bloed en het spuug ook van het doek druipt - baadt in een sfeer van gestolde abstractie, iets wat nog wordt versterkt door het fel gepimpte kleurenpalet van cameraman Jasper Wolf en de etherisch klinkende, slechts spaarzaam aangebrachte muziek van Mica Levi, de Britse componiste die eerder al Under the Skin en Jackie een zowel betoverende als dreigende dimensie gaf. Een tour de force, in meerdere betekenissen van het woord, en dus een absolute must see voor wie van avontuurlijke, opwindende en originele cinema houdt.