Le Fidèle van Michaël R. Roskam met Matthias Schoenaerts en Adèle Exarchopoulos
...

Michaël R. Roskam noemt het tweede deel van zijn misdaadtrilogie graag een 'amour noir', en de Belgische filmmaker laat geen kans voorbijgaan om te vermelden dat hij hoopt dat bioscoopbezoekers hun cynisme zullen laten varen bij het bekijken van zijn verhaal over een racepilote (Adèle Exarchopoulos) die valt voor een gangster (Matthias Schoenaerts). Het is een handige pre-emptive strike tegen iedereen die kritiek zou kunnen hebben op zijn romantische misdaaddrama. Amerikaanse filmjournalisten zijn niet zuinig met die kritiek. Zouden zij allemaal cynici zijn? Of valt er wat te zeggen voor hun opmerkingen over de gammele structuur van Roskams derde? Welaan, met het risico voor een cynicus versleten te worden: Le fidèle is geen schoolvoorbeeld van narratieve souplesse, maar dat was Rundskop (2011) ook niet. In de collectieve Oscarhysterie die destijds rond die film ontstond, leek iedereen te vergeten dat Roskams flemish noir minstens een halfuur te lang duurde door onnodige flauwigheden met twee Waalse clowns en een onduidelijk politieonderzoek dat de geloofwaardigheid van het drama ondergroef. Met uit het niets opduikende undercoveragenten, karikaturale Albanese maffiosi en gruwelijk veel gedoe over honden lijdt Le fidèle aan dezelfde ziekte. Geloof je Matthias Schoenaerts en Adèle Exarchopoulos als intens verliefd koppel? Ja. Natuurlijk. Het is ook niet het liefdesverhaal dat rammelt. Het is al de rest. Net zoals Roskam zich voor Rundskop niet echt in de hormonenmaffia verdiepte, dook hij voor de opvolger nooit helemaal onder in de wereld van het Brusselse banditisme. Daardoor schiet Le fidèle als milieuschets tekort en ziet de regisseur zich genoodzaakt om terug te vallen op genreclichés. Clichés uit heel veel verschillende genres dan nog. Er zijn heel mooie films over de hechte vriendschapsband tussen misdadigers, net zoals er fraaie gevangenisfilms en ontroerend romantische drama's over gedoemde geliefden bestaan. Maar wie al die thema's in één film propt, houdt geen tijd over om ze recht te doen. Wanneer je bovendien rijkelijk refereert aan de beste voorbeelden uit die genres, riskeer je er mager bij af te steken. De grootste inspiratiebron voor Roskams overvallersvertelling was overduidelijk Michael Manns misdaadfilm Heat (1996), maar waar de grootmeester uit Hollywood je bijna drie uur lang op het puntje van je stoel houdt, laat Roskam je er gezapig in wegzakken. De Brusselse regisseur blijft evenwel onze meest ambitieuze cineast en Nicolas Karakatsanis is nog steeds 's lands beste cameraman, hoewel zelfs zijn zwarte magie Le fidèle niet overeind kan houden. Misschien wordt het tijd dat Roskam terugkeert naar Hollywood, want met The Drop (2014) bewees hij al dat opdrachtwerk met een iets groter budget en een producent die hem verplicht om overtollig vet weg te snijden een betere film oplevert dan zijn auteurswerk.