Van de mindfucks van Quentin Dupieux weet je nooit wat je moet denken. Het helpt niet dat de eerste rij lacht, de laatste huivert en je zelf weifelt terwijl irrealiteit en realiteit met elkaar liggen te vozen zoals in een film van Luis Buñuel. Die verwarring jaagt Dupieux bewust na. De frivole Fransman die twintig jaar geleden als Mr. Oizo een hit scoorde met het electronummer Flat Beat vindt het allicht prima dat je hem tijdens de film een paar keer naar de maan wenst met zijn conceptuali...

Van de mindfucks van Quentin Dupieux weet je nooit wat je moet denken. Het helpt niet dat de eerste rij lacht, de laatste huivert en je zelf weifelt terwijl irrealiteit en realiteit met elkaar liggen te vozen zoals in een film van Luis Buñuel. Die verwarring jaagt Dupieux bewust na. De frivole Fransman die twintig jaar geleden als Mr. Oizo een hit scoorde met het electronummer Flat Beat vindt het allicht prima dat je hem tijdens de film een paar keer naar de maan wenst met zijn conceptualisme, als je maar achteraf toegeeft dat zijn rare films blijven hangen en zijn punkattitude charmeert. Analyseer niets en je begrijpt er geen snars van. Analyseer elke scène en je smoort alle pret. Dat gold voor Rubber (2010), zijn cultfilm met een rubberband als psychopatische moordenaar. Dat gold voor Réalité (2014), zijn verwrongen film over een cameraman die de ultieme filmschreeuw zoekt. Dat geldt ook voor Le daim, waarmee hij vorige maand in Cannes de Quinzaine des Réalisateurs opende. Jean Dujardin, de Franse George Clooney die na het grote succes van The Artist even mocht bijklussen in een film met de echte Clooney (The Monuments Men), speelt de in zijn eer en mannelijkheid gekrenkte Georges. Die is werk en vrouw kwijtgespeeld en koopt met zijn laatste geld een extravagant dure jas in hertenleer. Hij krijgt er gratis een camera bij, zodat het ook dit keer weer heerlijk-hatelijk meta wordt en je kunt nadenken over de parallellen tussen personage en regisseur. Merk niet te luid op dat die dure jas Georges niet staat, want hij is er stapelverliefd op en is lang voorbij het punt waarop hij zichzelf nog in de hand heeft. Voor het eerst voegt Dupieux geen gekte toe aan de realiteit, maar filmt hij reële gekte. Georges glijdt steeds dieper weg in de waanzin en begint met zijn vest in daim te praten. Ingaan op de wens van zijn jasje om de enige in zijn soort te worden, impliceert een serie drieste moorden. Dujardin heeft de klasse om er geen schep bovenop te doen en laat het balanceren tussen scherts en existentiële ademnood over aan Dupieux. De strakke organisatie van excentrieke ideeën en de consistente doortrekking van een afwijkende logica zijn inderdaad zijn sterke punt. Niet incontournable, wel een heel verdienstelijke poging tot singuliere cinema.