La Chana *** van Lucija Stojevic
...

De Kroatische regisseuse laat de door haar ouders Antonia Santiago Amador gedoopte Catalaanse dus vooral zelf aan het woord in een documentaire die indrukwekkend archiefmateriaal koppelt aan beelden van de inmiddels zeventigjarige vrouw in haar relaxfauteuil voor de tv. Of roerend in een pan met paella. Of ijs stelend van haar kleinzoon. Het zijn die huiselijke taferelen die een meerwaarde vormen voor zij die La Chana al kennen van de jaren waarin ze wereldwijd de grootste concertzalen deed vollopen met haar melancholische gestamp. En het zijn de fragmenten met registraties van die optredens die alle anderen zullen overtuigen van het talent en temperament van de zigeunerdanseres. Maar laat dat voortdurend benadrukken van La Chana's genialiteit nu ook net de belangrijkste faux pas van deze soms naar hagiografie neigende documentaire zijn. Dat La Chana het een en ander uit haar getormenteerde voeten weet te slaan, is al duidelijk vanaf de openingsscène, met haar gastoptreden in de komedie The Bobo (1967). Randpersonages dan nog eens in woorden laten vatten wat La Chana thuis in haar pyjama simpelweg uitstraalt, is geheel overbodig. Dat is de rest van dit op uitstekende flamenco geritmeerde portret gelukkig niet.