'Wijn is géén investering als je hem meteen na aankoop opdrinkt', zei Johnny Depp vorig jaar over de huwelijks-, hasj- en hypotheekproblemen waarmee hij al even kampt. Dat verklaart allicht waarom hij maandelijks dertigduizend dollar aan het prijzige druivensap spendeert en ook in dit komische indiedrama constant aan het boemelen is. Je zou voor minder. In de beginscène krijgt Richard (Depp) immers meteen zijn doodvonnis te horen: longkanker. 'Fuck!' Méér kan de literatuurprofessor daarover niet kwijt. Zelfs tegen zijn eigen vrouw en dochter kan h...

'Wijn is géén investering als je hem meteen na aankoop opdrinkt', zei Johnny Depp vorig jaar over de huwelijks-, hasj- en hypotheekproblemen waarmee hij al even kampt. Dat verklaart allicht waarom hij maandelijks dertigduizend dollar aan het prijzige druivensap spendeert en ook in dit komische indiedrama constant aan het boemelen is. Je zou voor minder. In de beginscène krijgt Richard (Depp) immers meteen zijn doodvonnis te horen: longkanker. 'Fuck!' Méér kan de literatuurprofessor daarover niet kwijt. Zelfs tegen zijn eigen vrouw en dochter kan hij niet zeggen dat hij niet lang meer heeft. Wat doe je dan, als je geen afscheid kunt nemen? Volgens regisseur Wayne Roberts feministen uitkafferen, pretsigaretten roken, je slappe snikkel uit slaapstand halen en tijdens politiek incorrecte kroegcolleges de volgende generatie klaarstomen voor een leven dat ze ten volle moeten benutten. Hoewel dat als een gonzoversie van Dead Poets Society klinkt, levert het vooral een voorspelbaar portret op van een zielige man die zich door de vijf stadia van rouw sleurt, en zijn ontkenning of aanvaarding elk apart in een hoofdstuk behandeld ziet. Dat veel critici de film hierdoor afkraken, is niet gek. Het scenario van Wayne Roberts is te rechtlijnig en de mensen rondom Richard brengt hij maar zelden écht tot leven. Ook Tim Orrs generische fotografie doet de statige collegezalen, bruine kroegen en duffe universiteitsvertrekken weinig eer aan. Richards verkruimelende zelfbeeld met een portie humor portretteren doet de indiefilmer evenwel prima. Met het mooie afscheidsportret Katie Says Goodbye, over een jonge vrouw die haar trailer in Arizona wil ruilen voor een droom in California, toonde Roberts al eerder dat hij een film kan puren uit de simpele gedachte dat je pas beseft wat je hebt als je op het punt staat het te verliezen. Dat klinkt natuurlijk melig, en de strijkers op de soundtrack benadrukken dat ook. Maar het blijft Johnny Depp, de piraat uit Pirates of the Caribbean die Disney eind vorig jaar overboord kieperde vanwege zijn liederlijke leven, die de stervende Richard speelt en al mompelend de droogste en pijnlijkste situaties met bitterzoete ironie overgiet. Met zijn rebelse attitude, monotone geneuzel en charismatische rockerlook geeft hij deze fijne onemanshow genoeg cachet om het negentig minuten durende afscheid nog wat langer te laten hangen. Veel drink- of alimentatiegeld zal het Depp allemaal niet opgeleverd hebben, maar zijn eerste degelijke rol sinds lang nemen ze hem alvast niet meer af.