Amper 21 was John Callahan, die al sinds zijn twaalfde met een drankprobleem sukkelde, toen hij in 1972 vanaf zijn nek verlamd werd bij een auto-ongeval. Maar met een stift die hij met beide handen vasthield, een tekentablet op de schoot, heel veel wilskracht en nog meer gevoel voor zwarte humor schopte hij het daarna alsnog tot een van Amerika's meest notoire cartoonisten. Aan materiaal voor een biopic die schuimt van de levenslust geen gebrek dus, iets wat ook wijlen Robin Williams - een van Callahans grootste fans - al dacht. In de jaren negentig kocht de betreurde komiek de rechten op Callahans autobiografi...

Amper 21 was John Callahan, die al sinds zijn twaalfde met een drankprobleem sukkelde, toen hij in 1972 vanaf zijn nek verlamd werd bij een auto-ongeval. Maar met een stift die hij met beide handen vasthield, een tekentablet op de schoot, heel veel wilskracht en nog meer gevoel voor zwarte humor schopte hij het daarna alsnog tot een van Amerika's meest notoire cartoonisten. Aan materiaal voor een biopic die schuimt van de levenslust geen gebrek dus, iets wat ook wijlen Robin Williams - een van Callahans grootste fans - al dacht. In de jaren negentig kocht de betreurde komiek de rechten op Callahans autobiografie, met het voornemen om zelf in de huid en de rolstoel van de getroebleerde tekenaar te kruipen en om Gus Van Sant, maker van Drugstore Cowboy, My Own Private Idaho en andere fraaie outsiderkronieken, in te huren als regisseur. Helaas voor Williams, die in 2014 uit het leven stapte, én voor Callahan, die in 2010 overleed aan de complicaties van zijn verlamming, bleef het project steken in development hell. Nu, bijna twintig jaar later, is de film eindelijk een feit. Met dank aan Amazon Studios, en vooral aan Van Sant, die al die tijd aan boord bleef. Verwacht dus geen ziekte-van-de-weekfilm die steriele levenslesjes afratelt. Van Sant serveert, in zijn bekende, impressionistische stijl, een warmhartig en met (zelf)spot besprenkeld portret van een rusteloze, hedonistische ziel die zijn drankzucht als zijn grootste handicap beschouwde. Van Sant, die de jongste jaren zijn mojo kwijt leek na flops als Promised Land en Sea of Trees, verzamelde een bonte sterrencast. Je herkent Rooney Mara als Callahans liefje, Jonah Hill als zijn zelfhulpgoeroe en Jack Black als de drinkebroer door wie hij in een rolstoel belandt. Maar het is vooral Joaquin Phoenix die de aandacht naar zich toezuigt als Callahan - en gelukkig niet alleen vanwege die protserige seventiesbril en al even potsierlijke rosse pruik. Zoals zo vaak slaagt Phoenix erin om tegelijk breekbaarheid en kracht, zelfhaat en trots uit te stralen, zelfs in een atypische, fysiek beperkte rol en zonder al te veel over the top acteernummertjes en ijdeltuiterij. Helaas wil dat niet zeggen dat Van Sant weer op het niveau van My Own Private Idaho, Gerry of Elephant staat te regisseren. Daarvoor oogt deze biopic, ondanks enkele weerhaakjes en poëtische toetsen, iets te vlak en vrijblijvend. Bovendien heeft Don't Worry, He Won't Get Far on Foot niet zo heel veel over de drankduivel, doorzettingsvermogen of zelfs over Callahans demonen te melden, met zijn vignettenstructuur die dwars door zijn doorzopen leven zapt. Alleen zorgt Van Sants losse, lichte toets ervoor dat de film nooit vastloopt in weekendfilmschmalz, en is dit een amusante kennismaking met een onverbeterlijke dwarsligger.