Via achterpoortjes bieden de arthousezalen van Antwerpen, Brugge, Gent en Leuven alsnog The Lighthouse aan. Het succes van die maritieme quarantainenachtmerrie met Willem Dafoe en Robert Pattinson bracht er hen toe om samen een tweede bejubelde Amerikaanse indiefilm op de affiche te zetten die de Belgische filmverdelers straal negeerden: The Last Black Man in San Francisco. Een slimme zet, want de in Sundance bekroonde debuutfilm van Joe Talbot eindigde hoog in de eindejaarslijstjes van toonaangevende Amerikaanse media en van oud-president Barack Ob...

Via achterpoortjes bieden de arthousezalen van Antwerpen, Brugge, Gent en Leuven alsnog The Lighthouse aan. Het succes van die maritieme quarantainenachtmerrie met Willem Dafoe en Robert Pattinson bracht er hen toe om samen een tweede bejubelde Amerikaanse indiefilm op de affiche te zetten die de Belgische filmverdelers straal negeerden: The Last Black Man in San Francisco. Een slimme zet, want de in Sundance bekroonde debuutfilm van Joe Talbot eindigde hoog in de eindejaarslijstjes van toonaangevende Amerikaanse media en van oud-president Barack Obama. Ene Jimmie Fails speelt Jimmie Fails, een zachtaardige jongeman die op de grond slaapt bij zijn vriend Mont, een dromerige toneelschrijver die bijklust in een viskraam. Jimmie wordt verteerd door heimwee naar de tijd dat zijn familie nog in het prachtige victoriaanse huis woonde dat zijn grootvader eigenhandig optrok in een historische wijk van San Francisco. Tot ergernis van de huidige, blanke eigenaars kan hij het niet laten om dat huis te onderhouden. De plot draait rond de gelegenheid die Jimmie heeft om het huis te kraken... maar de film draait niet om de plot. The Last Black Man in San Francisco is een sfeerfilm die het verweesde gevoel tracht te vatten van een jonge zwarte man die door de exorbitante woningprijzen uit zijn stad wordt geduwd. Met lede ogen ziet Jimmie aan hoe zijn San Francisco, en dat van de excentriekelingen en hippies, elke dag een beetje meer het San Francisco wordt van rijke blanken uit de boomende tech-sector en van toeristen die hem uitlachen. Verkocht de hippiestad zijn ziel aan de nieuwe economie? Weemoed haalt het van woede, de persoonlijke ervaring van de grote politieke analyse, idealisme en zachtaardigheid van cynisme. Alleen wie van San Francisco houdt, mag San Francisco haten. Jimmies complexe relatie met zichzelf, zijn directe omgeving en de stad wordt geschetst in een reeks relatief los van elkaar staande scènes. Soms neigt de film naar de slowmotionbombast van Paolo Sorrentino (La grande bellezza), op andere momenten naar de lyriek van Barry Jenkins (Moonlight). Niet elke scène is een schot in de roos, niet enkele surreële ingreep geslaagd. De meerwaarde van het idee om een straatbende te gebruiken als een Grieks koor is bijvoorbeeld onduidelijk. De weldadige fotografie, het verrukkelijke licht, het warme kleurenspel, het wellustige gebruik van muziek van Michael Nyman, Scott McKenzie en Haydn en de blik in de ogen van de acteurs zorgen echter meermaals voor pure filmpoezië. Een pracht van een elegie.