Orson Welles vond zo ongeveer op zijn eentje de moderne, Amerikaanse cinema uit met Citizen Kane, het verhaal van een fictieve maar duidelijk op William Randolph Hearst gebaseerde mediatycoon. Dat is wat sinds 1941 in Hollywoods stenen tafelen staat gebeiteld. Wat weinig mensen weten, is dat het scenario van de moeder aller Hollywoodklassiekers, met haar ingenieuze flashbackstructuur, niet door godenkind Welles werd gepend, maar door Herman J. Mankiewicz. Of toch grotendeels.
...

Orson Welles vond zo ongeveer op zijn eentje de moderne, Amerikaanse cinema uit met Citizen Kane, het verhaal van een fictieve maar duidelijk op William Randolph Hearst gebaseerde mediatycoon. Dat is wat sinds 1941 in Hollywoods stenen tafelen staat gebeiteld. Wat weinig mensen weten, is dat het scenario van de moeder aller Hollywoodklassiekers, met haar ingenieuze flashbackstructuur, niet door godenkind Welles werd gepend, maar door Herman J. Mankiewicz. Of toch grotendeels. Om dat misverstand recht te zetten en te tonen hoe het Oscarwinnende script dan wel tot stand kwam, zoomt David Fincher in zijn eerste film sinds Gone Girl (2014) in op 'Mank'. Daarvoor gebruikt de chroniqueur van Zodiac, The Social Network en ander fraais lumineuze zwart-witbeelden, trompe-l'oeuildecors, neppe markeerpunten, een soundtrack die af en toe kraakt en andere trucs die de illusie moeten wekken dat je naar een Hollywoodproductie uit de jaren dertig zit te kijken. Maar Mank is meer dan een exquis ogende nostalgietrip of een postmoderne whodunit die in de coulissen van Hollywoods oude studiosysteem onderzoekt uit wiens koker Citizen Kane nu precies komt. Net zoals Welles' meesterwerk is Mank een parabel over hoogmoed, integriteit, mediamanipulatie en (zelf)destructiedrang, waarin Mankiewicz (Gary Oldman) terugblikt op sleutelscènes uit zijn chronisch benevelde leven. Je ziet hoe hij als gerateerd toneelschrijver vanuit New York in La La Land arriveert. Hoe zijn briljante pen hem successen voor Paramount en MGM oplevert. Hoe hij zich met zijn radde rateltong en jongensachtige charme tot societyfiguur én intimus van Hearst ontpopt. Maar ook: hoe hij zijn carrière in de vernieling zuipt en gokt, en met dedain neerkijkt op de filmindustrie en bij uitbreiding op zichzelf. Mank is geen rozige hommage aan een van Hollywoods scherpste pennen. Het is een melancholische, royaal in alcohol, satire, morele corruptie, stukgeslagen illusies en popmythologie gedrenkte biopic over een verloren ziel die zijn talenten vaker verkwanselt dan benut. Hollywoodlegendes als Louis B. Mayer, David O. Selznick, Irving Thalberg en uiteraard Orson Welles passeren de revue, en zelfs de beruchte jetsetfeestjes ten paleize Hearst worden overgedaan. Maar Fincher, die voor dit passieproject met Netflix in zee ging, voegt er een contemporaine laag aan toe met de fakenewsfilmpjes die Thalberg indertijd liet maken om de verkiezing van de linkse gouverneurskandidaat Upton Sinclair te dwarsbomen. Het is een subplot dat suggereert dat er sinds de Depressiejaren maar weinig is veranderd, en dat de kloof tussen het kijkvee en de populistische powers that be nog altijd diep gaapt. Daarbij wordt Mankiewicz (die in het echt niks met Thalbergs leugenachtige newsreels te maken had) opgediend als de hofnar die hen beschonken een spiegel voorhoudt. Een pastiche die bij momenten even megalomaan en zelfgenoegzaam is als Citizen Kane? Misschien. Maar toch vooral een magistraal geregisseerde, begeesterende en door cinefiele passie aangevuurde historie over Hollywood, hybris en andere mythes.