Jarenlang stond Frank Tassone bij zijn vele vrienden en louter denkbeeldige vijanden te boek als de perfecte schooldirecteur, als de fotogenieke, goedlachse en immer genereuze incarnatie van de Amerikaanse onderwijsdroom. Hij was steeds bereid om leraars en leerlingen met raad en daad bij te staan, was onder alle omstandigheden voorkomend, begripvol en welbespraakt, en flaneerde telkens piekfijn gekleed door schoolgangen en bureaus. Tot in 2002 uitlekte dat hij door de jaren heen, en zonder dat iemand iets in de smiezen had, een paar miljoen dollars aan belastinggeld bleek te hebben verbrast aan dure maatpakken, facelifts, hotelsuites en snoepreisjes in eerste klass...

Jarenlang stond Frank Tassone bij zijn vele vrienden en louter denkbeeldige vijanden te boek als de perfecte schooldirecteur, als de fotogenieke, goedlachse en immer genereuze incarnatie van de Amerikaanse onderwijsdroom. Hij was steeds bereid om leraars en leerlingen met raad en daad bij te staan, was onder alle omstandigheden voorkomend, begripvol en welbespraakt, en flaneerde telkens piekfijn gekleed door schoolgangen en bureaus. Tot in 2002 uitlekte dat hij door de jaren heen, en zonder dat iemand iets in de smiezen had, een paar miljoen dollars aan belastinggeld bleek te hebben verbrast aan dure maatpakken, facelifts, hotelsuites en snoepreisjes in eerste klasse. Saillant detail: het was nota bene een jonge aspirant-journaliste van zijn eigen schoolkrantje in Roslyn, Long Island die Tassones bubbel doorprikte. Dat resulteerde niet alleen in een spraakmakend artikel in New York Magazine ('The Bad Superintendent' door Robert Kolker), maar ook in het zoveelste, waarschuwende verhaal over wat geld, macht en vage onkostennota's zelfs met de meest onberispelijke mensen kan doen. Wie het schandaal vanaf de eerste rij meemaakte, was Mike Makowsky, indertijd scholier aan de Roslyn High School, nu scenarist van deze op feiten gebaseerde biopic, geproduceerd door HBO. Makowsky maakt er evenwel geen droge journalistieke reconstructie van, maar lardeert zijn panoramische kijk op de louche zaak met sardonische humor, bijtende dialogen en kleurrijke karakterrollen. Lange tijd lijkt het dan ook alsof je naar een soort spin-off van Alexander Paynes Election zit te kijken, tot er steeds meer lijken uit Tassones directeurskast beginnen te vallen en de teneur omslaat in een bitter, zelfs zielig portret van een man die op het pathologische af in leugens leeft die - zo blijkt - nog stukken verder gaan dan zijn professionele gesjoemel. Regisseur Cory Finley, die in 2017 zijn talent toonde met zijn bescheiden, misantropische Sundance-debuut Thoroughbreds, zet Tassones fall from grace clean en keurig in beeld en houdt er narratief flink de pas in. Bovendien kan hij bogen op een prima cast met Ray Romano als Tassones nietsvermoedende rechterhand, Geraldine Viswanathan als de gewetensvolle scholiere die haar directeur ten val brengt, en Allison Janney als de nonchalante assistente die de bal aan het rollen brengt. Maar het is vooral Hugh Jackman - charmant en diabolisch tegelijk, desnoods in een en hetzelfde shot - die de show steelt als de schizofrene P.T. Barnum van het New Yorkse middelbaar onderwijs. De hele film is dan ook geparfumeerd met de zoete, bedwelmende geur van succes die de stank van de corruptie van de blanke middenklasse moet maskeren, maar echt groots, meeslepend, wraakroepend of diepgravend wordt het desondanks nooit. Daarvoor is Bad Education iets te wispelturig en te moraliserend qua toon, en vooral te braaf en benepen qua beeldvoering, met zijn voorspelbare parade aan close-ups en mediumshots die beslist niet alle potentieel van het materiaal benut. Niettemin: een ruime voldoende, met een cum laude voor Jackman in zijn beste, meest vlezige en deugddoend ambigue rol in jaren.