Hereditary

Van Ari Aster met Toni Collette, Gabriel Byrne, Milly Shapiro, Alex Wolff

Te hoge verwachtingen kunnen even grote pretbedervers zijn als spoilers. Het als de heiland van de hedendaagse horrorfilm ingehaalde Hereditary is niet de nieuwe Rosemary's Baby, The Exorcist of Don't Look Now, wel een vernuftig in elkaar gestoken horrorfilm die de traditie van die illustere voorbeelden speels maar resoluut voortzet. Met gekruiste armen wachten op goedkope schrikeffecten is tekenen voor een teleurstelling.

Op het einde durf je niet meer naar huis, laat staan met je tong te klakken

Ari Aster, de debuterende regisseur-scenarist, investeert veel tijd in zijn personages, zodat je wél geeft om wat hun overkomt. Het is beter om daar zo weinig mogelijk over te weten, want ondanks wat grilligheden die een grote suspension of disbelief vergen is het onvoorspelbare verloop een van de grote troeven van de film, met een heus Psycho-moment als pièce de résistance. De vage contouren: het overlijden van de grootmoeder schudt een modaal Amerikaans gezin onverklaarbaar hard dooreen. De zonderlinge Charlie (revelatie Milly Shapiro is enger dan de demonische knul Damien uit The Omen) maakt ineens knutselwerkjes met afgeknipte vogelkopjes. Haar oudere broer Peter negeert haar, vader Steve (Gabriel Byrne) kijkt de andere kant op. Alleen haar slaapwandelende, door miniatuurhuizen geobsedeerde moeder Annie wil de aard van het onheil dat haar gezin treft achterhalen, en zet daarmee haar eigen zielenheil op het spel. Toni Collette evenaart haar vertolking in The Sixth Sense, toch als je aanvaardt dat haar expressionisme soms wat scream queen-grappig is.

Géén lachertje is Asters tactiek om het venijn niet in een of twee keer toe te dienen, maar continu, in beetjes. Op het moment dat je doorkrijgt dat je samen met het gedoemde gezin alsmaar dieper de afgrond wordt ingetrokken en dat een happy end is uitgesloten, is het allang te laat om nog af te haken en jezelf een nachtmerrie te besparen.

Dankzij Asters stilistische en technische vakmanschap, oog voor detail en psychopathische bereidheid om de kijker te manipuleren is elke nieuwe scène een tikkeltje benauwender, donkerder en ongemakkelijker, en op het einde durf je niet meer naar huis, laat staan met je tong te klakken.