Het sprookje van Green Book begon vorig jaar in Toronto, waar Peter Farrelly's roadmovie - gebaseerd op de memoires van Frank 'Tony Lip' Vallelonga - de publieksprijs wegkaapte. Sindsdien volgen de prijzen en staande ovaties elkaar op, al zal de maker van Dumb and Dumber, There's Something About Mary en andere leut zich vorige week allicht de ogen hebben uitgewreven toen bleek dat zijn meest serieuze film ook nog eens vijf Oscarnominaties binnenhaalde, waaronder die voor beste film.
...

Het sprookje van Green Book begon vorig jaar in Toronto, waar Peter Farrelly's roadmovie - gebaseerd op de memoires van Frank 'Tony Lip' Vallelonga - de publieksprijs wegkaapte. Sindsdien volgen de prijzen en staande ovaties elkaar op, al zal de maker van Dumb and Dumber, There's Something About Mary en andere leut zich vorige week allicht de ogen hebben uitgewreven toen bleek dat zijn meest serieuze film ook nog eens vijf Oscarnominaties binnenhaalde, waaronder die voor beste film. In meerdere opzichten komt Green Book op het juiste moment. Niet alleen houdt de film, die vertelt over de trip die Tony Lip anno 1962 door het zuiden van de VS ondernam als chauffeur van de zwarte concertpianist Don Shirley, in deze gepolariseerde Trumptijden een warm en genereus pleidooi voor tolerantie. Farrelly durft ook resoluut de kaart van de oerklassieke, tragikomische boodschapfilm te trekken, een Hollywoodgenre dat in de eenentwintigste eeuw met uitsterven lijkt bedreigd maar waar het grote publiek, in deze snel muterende en ambivalente mediatijden, duidelijk meer dan ooit naar snakt. Hoewel een gps in 1962, in tegenstelling tot segregatie, nog niet bestond, voel je alles wat Tony en Don tussen New York en Alabama meemaken van mijlenver aankomen. Tony (Viggo Mortensen in een zeldzame komische, dik aangezette rol) is een kettingrokende, pizza's vretende en marcellekes dragende Italo-Amerikaan die niets van kunst, jazz en zwarten moet weten. Doc ( Moonlight-revelatie Mahershala Ali in een meer ingetogen rol) is een gevierde, fijnbesnaarde Afro-Amerikaanse muzikant die het vertikt om naar een aparte wc voor zwarten te gaan. Toch groeien de twee antipoden kilometer na kilometer alsmaar meer naar elkaar toe en begint zelfs de boertige Tony te begrijpen dat ze, ondanks hun verschil in afkomst en klasse, best buddy's kunnen zijn. Om een raciaal en cultureel cliché zit Farrelly dus beslist niet verlegen, en onderweg kiepert hij humor, sentimentaliteit en simplistisch moralisme in zijn dramatische motor. Dat zorgt er wel voor dat alles met een vlot tempo, in een verzorgde, classicistische stijl en vooral op de geijkte paden vooruitgaat. Naar verklaringen voor het succes hoef je dus niet ver te zoeken, al kreeg Green Book (de titel verwijst naar The Negro Motorist Green Book, een reisgids die Afro-Amerikanen in de fifties en sixties gebruikten om door het gesegregeerde Zuiden te reizen) om precies dezelfde redenen ook de nodige kritiek te slikken. Is Green Book een wit gekleurd, wat glad, geruststellend en geenszins culpabiliserend feelgoodsprookje dat té heikele issues wegmoffelt achter mooie plaatjes, zoals de criticasters beweren? Tuurlijk wel, maar dat waren The Defiant Ones (1958), Silver Streak (1976) en andere zwart-witte buddy movies in zekere zin ook al. Volstrekte neutraliteit bestaat nu eenmaal niet in kunst en cultuur, en zoals Mary Poppins al wist: 'a spoonful of sugar makes the medicine go down'. Bovendien staat die discussie los van de kwaliteit. Zelfs de hardste cynicus of woke-activist zal moeten erkennen dat Farrelly's formule werkt. De glimlach en de tranen volgen elkaar op als Pavlov-effecten en op het métier inzake production design, montage en cinematografie valt niets af te dingen. Een ouderwetse en clichématige film over interraciale vriendschap, dat zeker. Maar ook een efficiënte, goedhartige en deugdelijk gemaakte.