Hoewel Matthew Porterfield het in zijn films graag bescheiden houdt, hemelt de cinefiele goegemeente hem graag op. Vooral vanwege zijn scherpe observering en filering van zijn thuisstad Baltimore, die hij op een poëtische manier portretteert. Zo verwijst de titel van zijn jongste drama Sollers Point - net als die van Hamilton (2006) en Putty Hill (2010) - naar een achtergestelde buurt in de Amerikaanse havenstad. Daar volgt hij de 26-jarige Keith (McCaul Lombardi), die na een gevangenisstraf met een enkelband thuiszit bij zijn vader Carol (Jim Belushi), om daar alles weer op orde te krijgen. ...

Hoewel Matthew Porterfield het in zijn films graag bescheiden houdt, hemelt de cinefiele goegemeente hem graag op. Vooral vanwege zijn scherpe observering en filering van zijn thuisstad Baltimore, die hij op een poëtische manier portretteert. Zo verwijst de titel van zijn jongste drama Sollers Point - net als die van Hamilton (2006) en Putty Hill (2010) - naar een achtergestelde buurt in de Amerikaanse havenstad. Daar volgt hij de 26-jarige Keith (McCaul Lombardi), die na een gevangenisstraf met een enkelband thuiszit bij zijn vader Carol (Jim Belushi), om daar alles weer op orde te krijgen. Dat dit moeilijk wordt, valt al te raden tijdens de openingsscène. Hierin toont Porterfield meteen dat hij liever één veelzeggend beeld gebruikt dan duizend woorden dialoog. Zo opent zijn observerende camera met een oude stereo waarop nineties rock te horen is, om daarna af te glijden naar een afgetrainde twintiger die zich aankleedt, en uiteindelijk halt te houden bij diens enkelband. Waarom de jongeman in de kamer van zijn jeugd staat met een enkelband om? Geen idee. Misschien is hij wel zo'n skatende, wietrokende slacker uit een Richard Linklater-film die het slechte pad opging. Ook naar de reden waarom de relatie met zijn vader of zijn ex-vriendin Courtney (Zazie Beetz) verzuurde, blijft het gissen. Deze prikkelende vragen trekken de film veelbelovend op gang. Ook doorheen de film blijft het echter onduidelijk wat Keiths motieven zijn en stapelen de vragen zich verder op. Hij wil wel gaan studeren, maar raakt niet op zijn eerste lessen. Hij wil wel werken, maar kiest toch gauw weer voor het snelle geld. De uitleg voor die vreemde keuzes lijkt Porterfield bewust achter te houden. Hierdoor is het soms moeilijk om niet in de vele plotgaten te vallen of om je in Keiths situatie in te leven. Neem nu de terloopse passage van kunststudente Aurora. Eerst spreekt ze Keith agressief aan, de scène erop dartelt ze verliefd rondom hem en weer wat later verdwijnt ze met een opgestoken middelvinger in de achteruitkijkspiegel. Het kan een wekenlange romance zijn of een kortstondige flirt. Wie zal het zeggen? Keith ploetert gewoon voort. Door zo mysterieus om te gaan met zijn protagonist en de vele nevenfiguren - van spirituele racisten, wanhopige crackhoertjes tot brute gangbangers - rijdt Porterfields drama zich bijna vast in zijn eigen elliptische vertelling. Pas als duidelijk wordt dat Sollers Point géén sentimentele karakterschets wil zijn, zoals het openingsshot bedrieglijk doet vermoeden, maar een dwarsdoorsnede wil maken van de sombere realiteit en omgeving waarin Keith zich beweegt, vindt het kabbelende drama weer richting. Dan vormen al de minuscule brokjes info die Porterfield zorgvuldig in elkaar schoof plots een sfeervol en deterministisch portret van zowel een man als zijn heimat.