Met prima, subtiel bevreemdende films als Post Mortem, No, Jackie en Neruda leek Pablo Larraín zich de afgelopen jaren te specialiseren in de exploratie van de wazige, door revisionisme geïnfecteerde coulissen van de moderne geschiedenis, maar in zijn nieuwste creatie gaat de talentvolle Chileen resoluut de fictieve, hedendaagse en disfunction...

Met prima, subtiel bevreemdende films als Post Mortem, No, Jackie en Neruda leek Pablo Larraín zich de afgelopen jaren te specialiseren in de exploratie van de wazige, door revisionisme geïnfecteerde coulissen van de moderne geschiedenis, maar in zijn nieuwste creatie gaat de talentvolle Chileen resoluut de fictieve, hedendaagse en disfunctionele danstoer op. Of zoiets. De getroebleerde protagoniste is Ema, een jonge straatdanseres die na een traumatische gebeurtenis haar adoptiekind moest afstaan en haar huwelijk met een choreograaf (Larraín-habitué Gael García Bernal) in duigen zag vallen. Sindsdien doolt, droomt, danst, vrijt en bekvecht ze erop los in de hoop haar eigenwaarde terug te vinden, iets wat evenwel vaker met struikelen dan met opstaan gepaard gaat. Als een veejay gooit Larrain hitsige reggaetonnummers, sociaal drama, huiselijke discussies en louterend hedonisme door de postmoderne mix, waarbij de grillige montage en het even kwieke als knappe camerawerk je een inkijk trachten te gunnen in Ema's turbulente binnenste. Zijn meest evenwichtige, laat staan beste film kun je deze wispelturige genrehybride niet noemen. Toch spat de vitaliteit spat ervan af, kronkelen sommige scènes en plotwendingen zich het hart en het brein binnen, en zuigt Mariana di Girolamo alle aandacht naar zich toe als de platinablonde, kontschuddende twentysomething die haar trauma's en frustraties desnoods ook met een vlammenwerper te lijf gaat. Een licht experimentele, energieke ode aan millennials, vol seks, drugs, emotionele littekens en pompende reggaetonbeats.