Het holle materialisme van de westerse kunstwereld, de listen en luimen van de liefde en de politieke en ethische vragen die de vluchtelingencrisis de afgelopen jaren heeft opgeworpen: het zijn heel zware thema's die de Tunesische regisseuse Kaouther Ben Hania aansnijdt in deze grotendeels Belgische productie.
...

Het holle materialisme van de westerse kunstwereld, de listen en luimen van de liefde en de politieke en ethische vragen die de vluchtelingencrisis de afgelopen jaren heeft opgeworpen: het zijn heel zware thema's die de Tunesische regisseuse Kaouther Ben Hania aansnijdt in deze grotendeels Belgische productie. Verwacht echter geen log drama dat voortdurend op de traanklieren mikt. Ben Hania baseerde zich (deels) op Tim Steiner, de Zwitser die in 2006 zijn rug als canvas verkocht aan Wim Delvoye, de onvermoeibare sater van de Belgische kunstwereld die hier een geestige cameo als verzekeringsmakelaar krijgt. Steiner liet onder meer een Mariabeeld en een doodshoofd op zijn rug tatoeëren, waarop hij door Delvoye werd doorverkocht aan een collectioneur die hem een maand per jaar als levend kunstwerk mocht exposeren. Aan dat uitzinnige gegeven geeft Ben Hounia een politieke draai, aangezien het menselijke canvas in haar film een vluchteling is die van Syrië naar Libanon is gevlucht. Zijn naam is Sam, en hij heeft door de burgeroorlog afscheid moeten nemen van zijn grote liefde Abeer, die in Brussel is beland. Aangezien Sam niet over de vereiste reisdocumenten beschikt, lijkt een hereniging uitgesloten. En dan ontmoet hij in Libanese galerie de beruchte Belgische kunstenaar Jeffrey Godefroi. Die doet Sam een duivels voorstel: verkoop me je huid, en ik promoveer je tot kunstwerk, want goederen raken in deze cynische, kapitalistische wereld nu eenmaal makkelijker grenzen over dan mensen. Is Sam als mens een anonieme last voor Fort Europa, dan wordt hij door Jeffreys transformatie tot artistiek object plots bewonderd in musea. Daarmee werpt Ben Hounia - in navolging van Delvoye - een spottende blik op het wereldje van kunstbobo's die artistieke waarde enkel in dollars uitdrukken. De scènes waarin Sam in het Brusselse KMSK wordt geëxposeerd op een sokkel, of die waarin hij een veiling verstoort wanneer hij plots als terrorist poseert, doen onverwijld denken aan Ruben Ostlunds antropologische kunstsatire The Square. Elders trekt Ben Hounia vooral de romantische kaart door in te zoomen op de tragiek van de gescheiden geliefden. Die mix van romantische soap en activistische satire geeft The Man Who Sold His Skin, dat dit jaar werd genomineerd voor de Oscar voor beste internationale film, iets schizofreens en ambivalents, maar dat past dan weer perfect bij het uitgangspunt van deze hedendaagse fabel. Alleen begint de film gaandeweg naar horror vacui te neigen wanneer er ook nog eens een subplot rond een actiegroep voor Syrische vluchtelingen aan toegevoegd wordt, en een geblondeerde Monica Bellucci de revue passeert als een kunsthandelaar die haar koopwaar desnoods mee naar bed neemt. Alsof je wel alles mag aanraken, maar niks te diep mag snijden. Wat meer stileren - onder het motto 'less is more' - had de film zeker niet misstaan, maar het idee dat onder de weelderig getatoeëerde huid schuilt, triggert hoe dan ook tal van pertinente vragen over repressie, uitbuiting en ontmenselijking. Bovendien vertelt Ben Hounia, die haar talent al demonstreerde met Beauty and the Dogs (2017), haar entertainende verhaal op een plastische manier, met fraai, sfeervol camerawerk, een horrortoets hier en daar, een geëngageerde Yahya Mahayni als menselijk kunstobject en Koen De Bouw met eyeliner als een eenentwintigste-eeuwse Mefistofeles. Eenmaal, andermaal, verkocht.