Dunkirk van Christopher Nolan met Fionn Whitehead, Mark Rylance, Kenneth Branagh, Tom Hardy en Harry Styles.
...

Sinds Steven Spielberg de landing in Normandië overdeed in de eerste twintig minuten van Saving Private Ryan (1996) kan er geen film over de Tweede Wereldoorlog worden gemaakt zonder handbewogen camerawerk, een kinetische montage en rondspattend bloed. Maar hoe visceraal, intens en innoverend Spielbergs openingsscène indertijd ook was, het is niet de enige manier om kijkers de chaos en de horror van oorlog lijfelijk te laten ervaren. In zijn eerste op feiten gebaseerde film kiest Christopher Nolan voor klassiek gefilmde suspense en voor een gefragmenteerde thrillerplot die meer drijft op montage dan op dialogen. Het resultaat is minstens even benauwend en overrompelend. Nolan toont je 'het mirakel van Duinkerke' - de reddingsoperatie waarbij in 1940 338.000 geallieerden per boot werden geëvacueerd - immers vanuit drie verschillende standpunten: een op zee, een te land en een in de lucht. Samen worden ze op een vernuftige manier verweven tot een tikkende-tijdbomthriller die ondanks zijn epische proporties afklokt na 107 minuten. Alsof de succesvolle maker van fantasyhits als Inception, Interstellar en de Dark Knight-trilogie de eerste twee bedrijven gewoon heeft geskipt en al zijn geschut meteen inzet voor het slotoffensief. Dunkirk is dus een - door cameraman Hoyte van Hoytema op pellicule en in Imax geschoten - beklemmend staaltje pure cinema waarin inhoud en emoties voortvloeien uit de nadrukkelijk aanwezige vorm en Nolan als een meesterstrateeg tijd, ritme en ruimte manipuleert op de stuwende tonen van componist Hans Zimmer. Naar een hoofdpersonage in wiens kielzog je de operatie in chronologische volgorde volgt, hoef je niet te zoeken. Naar de vijand evenmin. Dunkirk is een ensemblefilm met meerdere evenwaardige personages - een RAF-piloot die boven het Kanaal scheert (Tom Hardy), een jonge soldaat die vastzit op het strand van Duinkerke (Fionn Whitehead), een Britse burger die met zijn plezierboot de soldaten te hulp vaart (Mark Rylance). Bovendien zie en hoor je alleen Duitse vliegtuigen en hun artilleriegeschut, waardoor de gezichtsloze dreiging nog claustrofobischer aanvoelt. Met een beetje zin voor overdrijving zou je Dunkirk een louter door cinematografische middelen voortgestuwde survivaltrip kunnen noemen, of een stille oorlogsthriller met geluid. De weinige dialogen - die louter dienen als uitleg en narratieve toegift aan de commercie - had Nolan zelfs gerust kunnen schrappen, net zoals de onvermijdelijke Hollywoodheroïek op het einde. Maar laat dat meteen de enige kritische opmerkingen zijn over een spectaculaire en spannende film die je het zilte Noordzeewater, de angst en de paniek op een ingenieuze en haast fysieke manier doet voelen. Dunkirk is een met lef, intelligentie en vooral heel veel filmische flair geconstrueerde oorlogsthriller die niet alleen een eresaluut brengt aan de helden van WO II, maar vooral aan de onstuitbare kracht van pure cinema.