Zijn mensen écht met te weinig alcohol in het bloed geboren, zoals de Noorse psycholoog Finn Skårderud schreef? En presteren ze werkelijk het best als er de hele dag door 0,5 promille door hun aders stroomt? Vier Deense leraars van middelbare leeftijd besluiten Skarderuds these te onderzoeken, al was het maar als excuus om aan hun ingedommelde burgerleventje, zeurende echtgenotes of oprispende frustraties te ontsnappen.
...

Zijn mensen écht met te weinig alcohol in het bloed geboren, zoals de Noorse psycholoog Finn Skårderud schreef? En presteren ze werkelijk het best als er de hele dag door 0,5 promille door hun aders stroomt? Vier Deense leraars van middelbare leeftijd besluiten Skarderuds these te onderzoeken, al was het maar als excuus om aan hun ingedommelde burgerleventje, zeurende echtgenotes of oprispende frustraties te ontsnappen. Het vertrekpunt van Thomas Vinterbergs nieuwste, flink doorzopen film die dit jaar normaal voor een polonaise op de Croisette van Cannes had moeten zorgen, klinkt wat dubieus. Een vergoelijking van alcoholisme hoef je, hoewel wijn, bier, wodka en whisky rijkelijk vloeien, echter niet te verwachten, laat staan een dronkemansdrama waar je een existentiële kater aan overhoudt. Drunk is bovenal een heildronk op het leven, dat ook nuchter beschouwd soms een zoete en soms een bittere nadronk heeft, een conclusie die ook de vier chronisch benevelde venten in kwestie uiteindelijk trekken. In de hoofdrol herkent u Mads Mikkelsen, die eerder al een van pedofilie beschuldigde kleuterleider incarneerde in Vinterbergs Jagten (2012). Dit keer speelt hij geschiedenisleraar Martin, die zowel voor de klas als bij zijn gezin al jaren zijn mojo kwijt is, en de kelk tot op de bodem wil ledigen door zichzelf tot een catharsis te zuipen. Hoewel Vinterberg een flinke scheut humor en nog meer gelal en gebral in de cocktail mixt, zijn het vooral de losse maar nooit lukraak geschoten en gemonteerde huis-tuin-en-klaslokaalobservaties die de film doen schuimen van de levendigheid, en ondanks de tamelijk cartooneske premisse nooit uit de bocht doen vliegen. Bovendien wordt er prima en geloofwaardig geacteerd, wat bij drinkfilms zeker niet altijd het geval is. Het lijkt alsof Vinterberg, die tijdens de opnames zijn negentienjarige dochter verloor, zich voorgenomen heeft om zijn personages zelfs in hun meest zatte en zielige toestand waardigheid te schenken. Datzelfde deed hij ook al in Festen, zijn volgens de spartaanse Dogme 95-regels geschoten familiefeestje waarmee hij zich in 1998 als filmschacht op de regiekaart prikte. Maar in tegenstelling tot Lars Von Trier, zijn voormalige mentor die de Dogme-beweging indertijd mee oprichtte, gaat Vinterberg nooit all the way. Ook nu niet. Het is alsof hij het, ondanks de subversieve insteek, toch niet té bont wil maken, en zeker niet stilistisch, met zijn verzorgde maar veeleer onpersoonlijke mainstreamstijl. Toch zet dat geen domper op de filmvreugde. Integendeel, het zorgt ervoor dat Drunk bedrieglijk vlot binnenloopt. Bovendien doen de gulzig in beeld gezette, beschonken feestjes je meer dan ooit hunkeren naar de tijd waarin corona nog gewoon de naam van een flets hipsterbiertje voor millennials was. Soms onnozel, soms diepzinnig, soms grappig, soms triest, soms leeg, soms vol. Kortom: een film die smaakt naar het leven zelf.