Om maar meteen met een spoiler in huis te vallen: de titel van deze spraakmakende documentaire klopt van geen kanten. Dick Johnson, psychiater op rust, is namelijk helemaal niet dood. Wel krijg je te zien hoe de minzame man, gelukkig enkel voor de film, van de trap dondert en zijn nek breekt, een door het raam gepleurde airconditioner op zijn kop krijgt en zelfs opgebaard wordt in afwachting van zijn échte begrafenis. Die komt helaas dichtbij nu hij al een poos de tachtig voorbij is en aan beginnende dementie lijdt.
...

Om maar meteen met een spoiler in huis te vallen: de titel van deze spraakmakende documentaire klopt van geen kanten. Dick Johnson, psychiater op rust, is namelijk helemaal niet dood. Wel krijg je te zien hoe de minzame man, gelukkig enkel voor de film, van de trap dondert en zijn nek breekt, een door het raam gepleurde airconditioner op zijn kop krijgt en zelfs opgebaard wordt in afwachting van zijn échte begrafenis. Die komt helaas dichtbij nu hij al een poos de tachtig voorbij is en aan beginnende dementie lijdt. Dick Johnson gaf zijn dochter Kirsten, al dertig jaar cameravrouw en documentairemaker, de toestemming om zijn laatste levensjaren vast te leggen op film. Een gitzwarte bidprent of een huilerig requiem is Dick Johnson Is Dead, desondanks niet geworden. Sterker nog: zelden of nooit bevatte een film over afscheid nemen en aftakelen zoveel humor, tederheid en levensvreugde, al komen de pijn en het verdriet om wat ook voor de goedlachse en godvrezende Dick onvermijdelijk is daardoor nog harder binnen. Dat de scheidslijn tussen een authentiek document met een surrealistische toets en ongemakkelijk exhibitionisme dun is, beseft ook Kirsten Johnson, die in 2016 de bekroonde docu Cameraperson draaide, een visueel essay over het leven bekijken door een lens. Blijkt haar vader Dick in dat jaar nog perfect in staat om te beseffen wat er precies met hem aan de hand is, dan zie je hem naarmate de chronologisch geordende film vordert net dat tikje moeizamer stappen en praten, en alsmaar vergeetachtiger worden. Tot hij plots al huilend opmerkt dat hij Kirstens 'kleine broertje' is geworden, waarop zijn dochter besluit haar camera uit te zetten. De openhartige galgenhumor en de speelse, theatrale sterfscènes - het heeft wat van zappen tussen een intieme homevideo, een bunuelliaanse droom en slapstickscènes uit de koker van Buster Keaton - maken Dick Johnson is Dead radicaal origineel en op een warmhartige manier ook subversief en provocerend. Het is een film die met een speelse blik naar de dood kijkt - alsof vader en dochter Magere Hein een bananenschil voor de voeten willen werpen -, maar die daardoor net de kracht van cinema als toverdoos én het leven zelf viert. En dan in het bijzonder dat van Dick, die zijn echtgenote zeven jaar geleden zag wegkwijnen door alzheimer, een wrang lot dat hem eveneens te wachten staat. Toch is het vooral de ongefilterde vader-dochterliefde die dit document, dat hoofdzakelijk uit alledaagse, soms grappige, soms onthullende huis-tuin-en-keukengesprekjes bestaat, uniek en ontroerend maakt. De klok terugdraaien of stopzetten kan Kirsten niet doen, haar vader een blik op het hiernamaals én op zijn eigen begrafenis gunnen wel. Een mooiere hommage had Dick zich niet kunnen wensen. Lang leve Dick Johnson.