'When routine bites hard. And ambitions are low. And resentment rides high. But emotions won't grow.' Joy Division-frontman Ian Curtis zong het in 1980 al in zijn doemballade Love Will Tear Us Apart, maar het had evengoed het levensmotto van de Chinese regisseur en romancier Bo Hu kunnen zijn. Net als Curtis besloot ook hij om zelf uit het leven te stappen. Dat was in december 2017, vlak nadat hij zijn eerste film had voltooid, het bijna vier...

'When routine bites hard. And ambitions are low. And resentment rides high. But emotions won't grow.' Joy Division-frontman Ian Curtis zong het in 1980 al in zijn doemballade Love Will Tear Us Apart, maar het had evengoed het levensmotto van de Chinese regisseur en romancier Bo Hu kunnen zijn. Net als Curtis besloot ook hij om zelf uit het leven te stappen. Dat was in december 2017, vlak nadat hij zijn eerste film had voltooid, het bijna vier uur durende maar bedwelmende An Elephant Sitting Still. Hij werd 29. Hu, die zich baseerde op eigen werk, neemt je mee naar een troosteloze, Noord-Chinese industriestad waar mensen samenhokken in te benepen flats, waar het vuilnis op straat ligt te stinken en waar generatie- en klassenkloven diep gapen. Hij zoomt er in op vier misfits: een scholier die bonje heeft met een pestkop, een meisje dat een affaire heeft met haar leraar, een oudere man die door zijn kinderen richting het bejaardentehuis wordt gepusht en een narcistische tweederangsgangster. Bo volgt hun lotgevallen gedurende één enkele dag die belooft even overbodig als alle andere te worden, maar gestaag aanzwelt tot een gitzwart panorama van frustraties, corruptie en geweld. Dat doet de betreurde regisseur in een virtuoos neorealisme, met vloeiende, vaak lang aangehouden steadycamshots die je dicht bij de personages duwen en hen voortdurend omcirkelen, alsof er ook fysiek geen ontsnappen is aan de tristesse. De invloed van de jonge Jia Zhangke, die andere, messcherpe criticus van China's grote kapitalistische sprong voorwaarts, is nooit veraf: zijn vroege films als Platform, Unknown Pleasures en The World doemen in de grijzige achtergrond op. Tegelijk doet dit epische maar benauwend intieme mozaïek denken aan Gus Van Sant, met zijn impressionistische vignetten en jeugdige blues, én aan Béla Tarr, de Hongaarse long-take-maestro bij wie Hu de filmstiel leerde en wiens wereldbeeld hij duidelijk deelde. Een monument van tragische schoonheid dat leest als een hartverscheurende maar nooit nihilistische afscheidsbrief.