Of hij nu loerde in dampende kookpotten waarin couscous lag te sudderen, zoals in zijn familiekroniek La graine et le mulet (2007), of ongegeneerd vertelde over een eerste liefde en de pijn en passie die daar onvermijdelijk bij horen, zoals in La vie d'Adèle (2013), altijd al kreeg Abdellatif Kechiche de kritiek te slikken dat hij een onverbeterlijke voyeur is die zijn vrouwelijke personages met een mannelijke blik betast.
...

Of hij nu loerde in dampende kookpotten waarin couscous lag te sudderen, zoals in zijn familiekroniek La graine et le mulet (2007), of ongegeneerd vertelde over een eerste liefde en de pijn en passie die daar onvermijdelijk bij horen, zoals in La vie d'Adèle (2013), altijd al kreeg Abdellatif Kechiche de kritiek te slikken dat hij een onverbeterlijke voyeur is die zijn vrouwelijke personages met een mannelijke blik betast. Die kritiek zal er met Mektoub, My Love: Canto Uno, het eerste deel van een trilogie, zeker niet minder op worden. Au contraire. Het is alsof Kechiche, na alle lof en heisa waaronder zijn Gouden Palm-winnaar La vie d'Adèle werd bedolven, zijn fans en tegenstanders precies wil geven wat ze verwachten, en zijn personages daarvoor schaamteloos gebruikt. Dat zijn Amin, Ophélie, Tony en Céline, jonge jongens en meisjes die in het Zuid-Franse Sète een lange, hete zomer beleven en wier hitsige feestjes en dito vrijpartijen door Kechiche zonder remmingen worden vastgelegd. Net zoals in zijn vorige films laat Kechiche de hormonen als condens van het scherm afdruipen en neemt hij ruimschoots - drie uur - de tijd, zodat zelfs de banaalste dingen iets bezwerends krijgen. Geen andere filmmaker weet levenslust en sensualiteit op zo'n bedwelmende, fysieke manier te vatten, alsof je het zweet en de Méditerranée kunt ruiken. Alleen lijken al die ingrediënten dit keer op zichzelf te staan, en wordt het, in tegenstelling tot in zijn vorige films, nooit duidelijk welk gerecht Kechiche aan het bereiden is. Als nostalgisch portret van een generatie (de ninetieshits van Dr. Alban en Culture Beat vliegen je om de oren) heeft de film immers al even weinig om het lijf als de sexy mademoiselles die met hun kont staan te schudden. Als voyeuristisch spektakel - uiteraard mogen mannen ook in #MeToo-tijden met een geile blik naar vrouwen kijken - is de film weinig consequent en zelfs een beetje hypocriet, met hier en daar een narratief schaamlapje. En als kroniek van Franse Tunesiërs - af en toe wordt ook de cultuurclash besnuffeld - blijft het allemaal aan de oppervlakte kleven. In meerdere opzichten is Mektoub, My Love: Canto Uno een frustrerende vertoning. Want zelfs al mist de film de emotionele kracht en rijkdom van zijn voorgangers en vind je Kechiche een wellusteling die schijnt te denken dat er in de jaren negentig al werd getwerkt: regisseren, registreren en ritmeren kan hij. Bovendien weet hij je ook nu bij momenten te transporteren naar een Frankrijk der zinnen waaraan je je, desnoods met schuldig genoegen, met plezier aan vergaapt.