Is het een melancholisch psychodrama over obsessieve liefde, een kroniek over de clash der klassen of een mysteriethriller die zijn clue weigert prijs te geven? In navolging van zijn drie jonge hoofdpersonages laat Lee Chang-dongs Burning zich niet zomaar in een hokje drummen, maar één ding is zeker: dit is een van de mooiste en meest enigmatische films die u dit jaar te zien zult krijgen.
...

Is het een melancholisch psychodrama over obsessieve liefde, een kroniek over de clash der klassen of een mysteriethriller die zijn clue weigert prijs te geven? In navolging van zijn drie jonge hoofdpersonages laat Lee Chang-dongs Burning zich niet zomaar in een hokje drummen, maar één ding is zeker: dit is een van de mooiste en meest enigmatische films die u dit jaar te zien zult krijgen. De Zuid-Koreaanse schrijver en regisseur die eerder de parels Secret Sunshine (2006) en Poetry (2010) afleverde, baseerde zich op Barn Burning, een novelle uit 1992 van de Japanse bestsellerauteur Haruki Murakami. Centraal staat een driehoeksrelatie tussen twee jonge mannen en het gedeelde subject van hun begeerte. Er is Jongsu, een verlegen plattelandsjongen met literaire ambities. Ben is een zelfbewuste, iets oudere single die in Gangnam resideert, het Beverly Hills van Seoel. Ze delen een fascinatie voor dezelfde mooie, onpeilbare vrouw, en van de weeromstuit ook voor elkaar, met alle traag maar hevig opflakkerende emoties en intriges die daarbij horen. Zoals alle grote filmmakers begrijpt Lee dat cinema, in tegenstelling tot tv, niet geboren is uit het woord, maar uit het beeld, en dat het een plastische kunstvorm is die primair draait om ritme en ruimte. Vooral het tweede deel van Burning bevat heel wat scènes waarin dat inzicht op een organische manier tot uiting komt en waarin het prozaïsche wordt opgesmukt met het poëtische. Zo is er die prachtige scène waarin Hai-Mi, het meisje om wie alles draait, halfnaakt voor haar rivaliserende aanbidders staat te dansen als een oosterse Salomé. Tot haar opwinding wijkt voor schaamte en verwarring, en de camera zonder te couperen zwenkt naar de horizon, waar Noord-Korea blijkt te liggen. Het is een van de vele sublieme vervlechtingen van erotiek, politiek, existentiële twijfel en omineuze dreiging, de grondstoffen die de dieselmotor van Burning en van Murakami's kortverhaal doen branden. Op een plastische manier krijgt het vertrouwde aldus iets mysterieus en het concrete iets allegorisch, zonder dat alles wordt volgestouwd met dialogen of pathetiek. In die zin levert Lee - ironisch genoeg zelf een gerespecteerde romancier - een veel loyalere en betere Murakami-verfilming af dan Tran Anh-Hung met Norwegian Wood. Die adaptatie bleef immers te veel aan het oppervlak kleven en vertrok te weinig vanuit het idee dat narratie en betekenis in cinema niet zozeer ontspruiten aan het literaire, maar aan de cinematografie, cadrage, mise-en-scène, muziek en montage. Een beklemmende koortsdroom van een film die je hart, je ziel en je verstand langzaam maar zeker doet ontvlammen, en nog lang na de eindcredits blijft smeulen.