Een gigantisch, in mist gehuld flatgebouw kijkt uit op de Atlantische Oceaan en de Senegalese hoofdstad Dakar, als een sinistere toren van Babel, opgetrokken door bouwvakkers die voor hun harde labeur amper betaald krijgen, zoals Suleiman. Samen met zijn collega's tracht hij een beter loon te bedingen bij zijn hardleerse bazen, maar wanneer de onderhandelingen voor de zoveelste keer op niks uitdraaien, resten hem slechts twee opties. Ofwel zoekt hij opnieuw troost in de armen van zijn jonge liefje Ada, ook al is die tegen haar zin met een rijkere kerel verloofd. Ofwel vlucht hij per boot naar het Weste...

Een gigantisch, in mist gehuld flatgebouw kijkt uit op de Atlantische Oceaan en de Senegalese hoofdstad Dakar, als een sinistere toren van Babel, opgetrokken door bouwvakkers die voor hun harde labeur amper betaald krijgen, zoals Suleiman. Samen met zijn collega's tracht hij een beter loon te bedingen bij zijn hardleerse bazen, maar wanneer de onderhandelingen voor de zoveelste keer op niks uitdraaien, resten hem slechts twee opties. Ofwel zoekt hij opnieuw troost in de armen van zijn jonge liefje Ada, ook al is die tegen haar zin met een rijkere kerel verloofd. Ofwel vlucht hij per boot naar het Westen, in de schimmige hoop om de tocht te overleven en daar een betere toekomst op te bouwen. Al van in de openingsscènes van Atlantique husselt de Frans-Senegalese regisseuse Mati Diop verschillende sferen, toonaarden en genre-elementen subliem door elkaar. Wordt het een familiedrama over jonge minnaars die door het lot en een verstikkend patriarchaat uiteengedreven worden? Wordt het een kritisch commentaar op kolonialisme en kapitalisme? Of wordt het toch een bovennatuurlijk fantasyverhaal? Wanneer Suleiman op zee verdwijnt, blijft hij namelijk in Ada's buurt rondspoken. Letterlijk. Als kijker heb je voortdurend het raden naar welk genre komt bovendrijven, zeker wanneer de film ook nog eens muteert tot een urbane detectivethriller met de sloppenwijken en chique buurten van Dakar als decor en de Atlantische Oceaan als baken van zowel dreiging als hoop. Atlantique is zo meer een bedwelmende trip dan een klassiek verhaal dat braafjes de narratieve wegen volgt, maar Diop blijft ondanks alle transformaties en thema's die ze aanraakt consequent focussen op de dromen, frustraties, twijfels en onzekerheden van haar personages. Dat ze de regiestiel deels leerde bij de onvolprezen Claire Denis - in wier 35 rhums ze als debuterende actrice de hoofdrol speelde - is te zien aan haar plastische en organische manier van vertellen. Je merkt Denis' invloed ook in de doorgedreven aandacht voor beeld (het exquise camerawerk is van Claire Mathon, die dit jaar ook Portrait de la jeune fille en feu voor haar rekening nam) en muziek, die zowel spanning als ontroering opwekken, desnoods in één en dezelfde scène. Dat het ongrijpbare Atlantique in Cannes werd bekroond met de Grand Prix, de officieuze Zilveren Palm, is dan ook volkomen terecht. En niet alleen omdat je maar zelden een film ziet die zowel door smachtende tieners, koloniale geesten, gedreven speurders als ronddolende zombies wordt bevolkt, zonder dat het een incoherent, postmodern zootje wordt. Wat Diop met haar eerste langspeler serveert, is een chronisch verassende, sensuele en spannende genrehybride met hart, hersens en culot, eentje die op heel eigen wijze tussen John Carpenters The Fog, een Afrikaanse Romeo en Julia-variant en Ken Loach' Sweet Sixteen in zweeft, en die nog lang door je hoofd blijft spoken.