Een beetje zombie-extravaganza kan het perfecte vaccin tegen verveling of opgekropte frustratie zijn. Of een carrière lanceren. Dat laatste overkwam Zack Snyder met zijn debuutfilm Dawn of the Dead (2004). Zijn vinnige remake van George Romero's mijlpaal in het zombiegenre bleek de opstap naar een carrière als blockbusterregisseur. Opzijgeschoven als Obersturmbannführer van het DC Extended Universe en geveld door een persoonlijke tragedie moest hij zichzelf recent echter herlanceren. Daarvoor keert hij terug naar het genre waarmee het voor hem begon. Een bijzondere zombiefilm ...

Een beetje zombie-extravaganza kan het perfecte vaccin tegen verveling of opgekropte frustratie zijn. Of een carrière lanceren. Dat laatste overkwam Zack Snyder met zijn debuutfilm Dawn of the Dead (2004). Zijn vinnige remake van George Romero's mijlpaal in het zombiegenre bleek de opstap naar een carrière als blockbusterregisseur. Opzijgeschoven als Obersturmbannführer van het DC Extended Universe en geveld door een persoonlijke tragedie moest hij zichzelf recent echter herlanceren. Daarvoor keert hij terug naar het genre waarmee het voor hem begon. Een bijzondere zombiefilm is het helaas niet geworden. Snyder ontzegt de kijker het plezier niet van een horde levende doden die zich tegoed doen aan een personage waar zij of hij al een uur mee meeleeft, en evenmin dat van een zombie die tussen twee betonnen schuifdeuren tot moes wordt geplet. (Ziet u de hersenbrij al naar beneden druipen?) Op dat vlak zit u goed bij een ervaren regisseur met een hekel aan subtiliteit en een voorliefde voor effectbejag. Maar om kortstondig van de splatter en de agressieve kolder te genieten moet je voorbij véél dode momenten. De problemen starten vrij snel na de pittige ouverture - evenzeer Snyders handelsmerk als slow motions en scènes gemonteerd op overbekende songs. De plot blijkt eerder afgekeken van kraakfilms als Ocean's Eleven dan genreklassiekers als Dawn of the Dead, Train to Busan of 28 Days Later. Veel te veel tijd wordt verspild aan de samenstelling van een team huurlingen - elk met zijn of haar specialiteit - dat de kluis van een casino in Las Vegas moet leeghalen. De moeilijkheid: Las Vegas is veroverd door zombies en de president wil dat probleem met een kernbom oplossen. Zolang u niet allergisch bent voor Snyders te-nemen-of-te-latenbombast en u een zombietijger een geinig idee vindt, zorgen de energieke actiescènes voor entertainment. Oogsnoep is er genoeg. Een bloedbad in het casino in een stortbui van bankbiljetten, bijvoorbeeld, of zombieversies van topless danseressen en kitschkoningen als Liberace. Tussendoor leuteren ze echter maar door, die personages waar je amper om geeft. De anders zo macho regisseur bezondigt zich aan sentiment in een vergeefse poging om toch een beetje empathie op te wekken voor de bijna dode levenden tussen al die levende doden. Net als in Zack Snyder's Justice League zakt het tempo om de haverklap in omdat er niet streng genoeg gemonteerd werd. Tekenend voor de creatieve armoede is dat Snyder de soundtrack vulde met Elvis Presley-nummers (Las Vegas, weet u wel) en de bekendste hit van The Cranberries. Mag het een tikje origineler? Voor de onvoorwaardelijke Snyder-fans is Army of the Dead misschien fun genoeg, maar het zou ons verbazen mocht dat leger groter worden.