Nadat Andrea Arnold (American Honey), Chloé Zhao (The Rider) en Sean Baker (The Florida Project) er al met hun camera konden worden gespot, is het nu de beurt aan Andrew Haigh om door 'the other America' te trekken. Zo benoemde politicoloog Michael Harrington het in films maar zelden belichte deel van de VS dat al sinds de sixties wordt bevolkt door miljoenen onzichtbare armen die in de coulissen van de Amerikaanse droom het hoofd trots rechtop trachten te houden.
...

Nadat Andrea Arnold (American Honey), Chloé Zhao (The Rider) en Sean Baker (The Florida Project) er al met hun camera konden worden gespot, is het nu de beurt aan Andrew Haigh om door 'the other America' te trekken. Zo benoemde politicoloog Michael Harrington het in films maar zelden belichte deel van de VS dat al sinds de sixties wordt bevolkt door miljoenen onzichtbare armen die in de coulissen van de Amerikaanse droom het hoofd trots rechtop trachten te houden. De Britse indieregisseur die eerder trakteerde op de kleinoden Weekend (2011) en 45 Years (2015) volgt het spoor van de roman van Willy Vlautin, en bij uitbreiding dat van de vijftienjarige Charley (de flegmatieke Charlie Plummer) die, nadat hij er thuis alleen voor komt te staan, bij een gehaaide rodeoveteraan (Steve Buscemi) belandt. Die wil zijn afgedankte racepaard Lean on Pete het liefst naar het slachthuis brengen om er alsnog enkele dollars uit te wringen. Dat is gerekend buiten Charley, die met zijn knol zowel emotioneel als geografisch aan een odyssee begint. Samen trekken ze door Oregon, dwars door de mythische decors van zoveel westerns en roadmovies. Of tenminste: de achterkanten en schaduwzijdes daarvan. Overal waar Charley komt, van het hok dat dient als zijn voorlopige woonst, over de verwaarloosde renbanen waar hij zijn dagen slijt, tot de door junks bevolkte hoods van Portland, voel je de geesten van americana-chroniqueurs Bob Rafelson en Hal Ashby loeren, en af en toe zou je zweren dat je Tom Joad op de achtergrond door het beeld zag tjokken. Bovendien voel je dat Haigh de outsiderreportages van fotograaf William Eggleston, met hun diepe palet, kalme chaos en rijke schaduwen, en countryballades zoals Wim Wenders' Paris, Texas grondig heeft bestudeerd. Soms iets té grondig. Het is alsof hij (en zijn Deense cameraman Magnus Nordenhof Jønck) een artistieke voile wil draperen over alle misère die zijn stoïcijnse held onderweg tegenkomt. Dat doet hij zonder er een scheut vals sentiment overheen te kieperen, of het verhaaltje met de eindmeet en de buitenwijken van Portland, Oregon in zicht plots richting een hypocriet happy end te laten galopperen. Lean on Pete is niet de elfendertigste halfzachte jongen-en-zijn-paardfilm, en evenmin een episch meesterwerk dat twee uur lang een foutloos parcours rijdt, wel een mooi en melancholisch coming-of-ageportret dat dampt van de doorleefde blues.