Maudie van Aisling Walsh met Sally Hawkins, Ethan Hawke en Kari Matchett
...

Een door artritis kromgetrokken vrouwtje en een lompe visboer: mindere acteurs hadden er middels bekkentrekkerij een afschuwelijk schouwspel van kunnen maken, maar Sally Hawkins (Happy-Go-Lucky) en Ethan Hawke (Boyhood) vinden de juiste toon in hun portretteringen van Maud en Everett Lewis. Zij is een aan reumatoïde artritis lijdende artistieke ziel die in 1937, na de dood van haar ouders, door haar broer bij een tante wordt ondergebracht, hij de norse man die haar daar weghaalt om haar als poetshulp in huis te nemen. Uiteraard groeien de twee moeizaam naar elkaar toe, en uiteraard eindigt dat met een intieme verstandhouding vol kleine maar liefdevolle gebaren. De officiële biografen van Maud Lewis zijn het er niet helemaal mee eens, maar regisseuse Aisling Walsh kiest resoluut voor romantisering in haar biopic van de amateurkunstenares die haar hele leven lang arm bleef, hoewel ze uiteindelijk een nationale beroemdheid werd. Net zoals Lewis zelf de werkelijkheid om haar heen mooier maakte door haar in kleurrijk geschilderde taferelen weer te geven, maakt Walsh Lewis' leven mooier door het vorm te geven in een meevoelende karakterstudie van een vrouw die genoeg heeft aan kunst om haar miserabele leefomstandigheden te ontstijgen. Bij momenten maakt de Ierse cineaste het melodrama al te zoet, en achter die ene klap die Everett zijn vrouw toedient, schuilt vast een ernstiger verhaal over huiselijk geweld dat ze niet laat zien. Maar een goede verstaander heeft maar een halve scène nodig, en wie heeft ooit beweerd dat een biopic op een Wikipediapagina moet lijken? Walsh' met natuurlijk licht overgoten zintuiglijke stijl mikt meer op het hart dan op het verstand, en nog voor Lisa Hannigans bloedmooie folksong Little Bird tijdens de aftiteling klinkt, is dat verscheurde hart hoogdringend aan emotioneel herstelwerk toe.