Zelfs wie droomt van ritselend gras en tsjirpende krekels tijdens het magic hour, en bij die bucolische beelden gefluisterde mijmeringen over liefde en lijden hoort, moet het toegeven: filmfilosoof Terrence Malick is niet aan zijn beste decennium bezig. Met vier titels in acht jaar tijd toonde de mediaschuwe New Hollywood-veteraan zich dan wel productiever dan ooit, memorabele cinema leverde hij niet af. Meer nog: slappe happen als To the Wonder (2012), Knight of Cups (2015) en Song to Song (2017) deden in niets vermoeden dat Malick eerder onaards mooie films als Badlands (1973), Days of Heaven (1978) en The Thin Red Line (1998) had gemaakt. Het leek wel alsof ...

Zelfs wie droomt van ritselend gras en tsjirpende krekels tijdens het magic hour, en bij die bucolische beelden gefluisterde mijmeringen over liefde en lijden hoort, moet het toegeven: filmfilosoof Terrence Malick is niet aan zijn beste decennium bezig. Met vier titels in acht jaar tijd toonde de mediaschuwe New Hollywood-veteraan zich dan wel productiever dan ooit, memorabele cinema leverde hij niet af. Meer nog: slappe happen als To the Wonder (2012), Knight of Cups (2015) en Song to Song (2017) deden in niets vermoeden dat Malick eerder onaards mooie films als Badlands (1973), Days of Heaven (1978) en The Thin Red Line (1998) had gemaakt. Het leek wel alsof ze ingeblikt waren door een grapjurk die een parodie van de kenmerkende Malick-stijl (de voice-over op fluistertoon, de lyrische natuurbeelden en het transcendente sfeertje) wilde maken. Of door een filmmaker die te lang voor de spiegel was blijven staan, dat kan ook. Van die hedendaagse, naar zijn eigen navel starende zondagsfilosoof is gelukkig geen sprake meer in A Hidden Life. Voor het eerst sinds lang heeft Malick een (min of meer) rechtlijnige, op feiten gebaseerde film geschreven, en richt hij zijn contemplatieve blik opnieuw afwisselend op verleden, hemel en aarde. Hoofdfiguur en martelaar met dienst in deze pastorale over geloof, idealisme en (zelf)opoffering is de inmiddels zalig verklaarde Franz Jägerstätter, een Oostenrijkse boer die tijdens de oorlog weigerde om de wapens op te nemen voor de nazi's en dat pacifisme in 1943 met de executiedood bekocht. Hoe Franz ploegt en zwoegt op zijn boerderij, hoe hij door zijn dorpsgenoten als een verrader wordt beschouwd, hoe de nazi's hem meevoeren en gevangennemen, hoe zijn vrouw en dochters het zonder hem rooien: Malick borstelt alles in zijn gekende, rapsodische stijl in beeld, met prachtig, uit de hand geschoten camerawerk van Jörg Widmer, met opzwepende, klassieke muziek op de klankband, met de nodige beesten en bomen tussendoor en met close-ups van indringende koppen wier gedachten ondertussen op de voice-over te horen zijn. Het historische raamwerk dwingt Malick om niet té hoog te zweven en zijn film een narratieve ruggengraat te geven, en dat komt deze spiritueel beladen, zeg maar gerust religieus getinte film (waarin ook Johan Leysen en Matthias Schoenaerts een bijrol hebben) duidelijk ten goede. Dit is dan ook met voorsprong Malicks beste, meest engagerende werk in jaren, al blijven Badlands en Days of Heaven ook nu weer ruim buiten bereik. Om dat niveau te evenaren had alles korter gekund en gemoeten - sommige scènes worden in variaties herhaald. Bovendien staan de archiefbeelden haaks op de poëtische teneur en op den duur zijn alle alpenweides en wolkenslierten wel gepasseerd. Van de epische speelduur van drie uur hadden er 45 minuten kunnen worden weggeknipt zonder verlies aan betekenis, diepgang, schoonheid en monumentaliteit. Maar goed: uit de meeste mensenlevens kunnen ook een paar jaar worden geknipt, maar daarom ga je nog geen infusen uittrekken in het bejaardentehuis, en al zeker niet wanneer je een fijngevoelige, humanistische en gelukkig nog steeds niet leeggefilmde filmdichter als Terrence Malick bent.