Van de favela's van Rio tot de drugskartels van Colombia: José Padilha, de Braziliaanse guerillafilmer achter Tropa de elite en de Netflixserie Narcos, heeft er een carrière van gemaakt om in ware commandostijl allerlei politiek gechargeerde territoria binnen te dringen. Dat hij zich waagt aan een gijzelingsthriller over Operatie Thunderbolt hoeft dus niet verbazen. Alleen hadden noch Israeli's, noch Palestijnen, noch filmliefhebbers die op een spannende terreurtrip hadden gehoopt zich aan zo'n gedemodeerde, pseudogewichtige raid op de al vaker vertelde en nog veel vaker bijgekleurde geschiedenis verwacht.
...

Van de favela's van Rio tot de drugskartels van Colombia: José Padilha, de Braziliaanse guerillafilmer achter Tropa de elite en de Netflixserie Narcos, heeft er een carrière van gemaakt om in ware commandostijl allerlei politiek gechargeerde territoria binnen te dringen. Dat hij zich waagt aan een gijzelingsthriller over Operatie Thunderbolt hoeft dus niet verbazen. Alleen hadden noch Israeli's, noch Palestijnen, noch filmliefhebbers die op een spannende terreurtrip hadden gehoopt zich aan zo'n gedemodeerde, pseudogewichtige raid op de al vaker vertelde en nog veel vaker bijgekleurde geschiedenis verwacht. Voor wie niet vertrouwd is met de feiten: in juli 1976 kaapten twee Palestijnse terroristen, samen met twee Duitse trawanten uit extreemlinkse hoek, een vliegtuig van Air France dat was opgestegen in Tel Aviv. Zeven dagen lang werden crew en passagiers vastgehouden op de luchthaven van de Ugandese stad Entebbe, tot ze uiteindelijk bevrijd werden door het Israëlische leger, dat in het geheim een riskante reddingsoperatie had opgezet. De breinen achter Operatie Thunderbolt waren de toenmalige premier Yitzhak Rabin en minister van Defensie Shimon Peres. Yoni, de oudere broer van de huidige eerste minister Benjamin Netanyahu, was een van de commando's met dienst. Hij overleefde de raid niet. Padilha wil met zijn reconstructie iets zeggen over de huidige war on terror en de complexiteit van de aanhoudende spanningen tussen Israëli's en Palestijnen. Alleen wordt nooit precies duidelijk wat. Bovendien bedient hij zich van een vettige, funky retrostijl die zijn film qua look en feel bij vlagen meer doet schurken tegen Operation Thunderbolt en Raid on Entebbe, patriottische exploitationkitsch uit de seventies, dan tegen United 93 van Paul Greengrass, een kapingsthriller die de zenuwen stukken strakker gespannen hield. Bovendien kijkt hij niet op een demonstratieve dialoog of een campy vertolking meer of minder, en in het slotkwartier - waarin de raid simultaan wordt gepresenteerd met een dansvoorstelling - gooit hij er nog wat tweederangssymboliek bovenop. Geen wonder dat 7 Days in Entebbe even vaak op de lachspieren als op de zenuwbanen werkt, al blijft de film net daardoor best entertainend. Daniel Brühl en Rosamund Pike zetten hun ernstigste gezicht op als de terroristen die het publiek, én zichzelf, met morele vraagstukken mogen bestoken. ('I want to throw bombs into the consciousness of the masses', oreert Brühl met Teutoons accent) Eddie Marsan bedient zich van de grijze pruik, het Hebreeuwse accent en de sluwe grijns van Shimon Peres ('It's politics, Yitzhak! It's politics!'). En Padilha laat zo nu en dan zijn regiespieren rollen met enkele potent geschoten en gemonteerde scènes waar het angstzweet van war rooms en luchthavenhallen van afdruipt. Een B-thriller over een nog altijd explosieve brok geschiedenis? Zeer zeker. Een koosjer staaltje topcinema dat je emotioneel of cinematografisch bestormt? In geen zevenduizend dagen.