'De wilde hartstocht lijkt nu heen, de zoete razernij vergaan. Jij kent nu al mijn slimme streken, ik ken allang jouw heksenspel.' Zo zingt Jacques Brel in La chanson des vieux amants. Het zou over Kate (Charlotte Rampling) en Geoff (Tom Courtenay) kunnen gaan, een gepensioneerde onderwijzeres die elke ochtend met de hond wandelt en een gepensioneerde manager die denkt dat zijn derde poging om een boek van Kierkegaard uit te lezen de goeie zal zijn. Genoeglijke routine. Mag gevierd worden, toch?
...

'De wilde hartstocht lijkt nu heen, de zoete razernij vergaan. Jij kent nu al mijn slimme streken, ik ken allang jouw heksenspel.' Zo zingt Jacques Brel in La chanson des vieux amants. Het zou over Kate (Charlotte Rampling) en Geoff (Tom Courtenay) kunnen gaan, een gepensioneerde onderwijzeres die elke ochtend met de hond wandelt en een gepensioneerde manager die denkt dat zijn derde poging om een boek van Kierkegaard uit te lezen de goeie zal zijn. Genoeglijke routine. Mag gevierd worden, toch? Een week voor het zilvergrijze koppel aan vrienden en familie zijn geluk wil bewijzen met een groot feest voor hun 45e huwelijksverjaardag, valt een brief in de bus die, uit het niets, een knoert van een huwelijkscrisis op gang trekt. Ruim vijftig jaar na een bergongeluk is in het Alpenijs het perfect bewaarde lichaam van Geoffs eerste grote liefde teruggevonden. Zwaarder getroffen dan hij zelf beseft, sluit Geoff zich af en verzinkt hij in gedachten. Kate lijkt aanvankelijk buiten schot te blijven, maar wordt langzaam verteerd door vragen. Komt ze maar op de tweede plaats? Is ze eigenlijk ersatz? Waarom heeft ze het raden naar de gedachten van haar man? Is hij een vreemde geworden of altijd al geweest? Viert ze straks 45 jaar eenzaamheid? Geen enkele vraag wordt luidop gesteld, geen enkele vrees verwoord. Maar in je hoofd zijn die vragen en angsten er wel, en dat is cinema. Goede cinema. Je leest de abrupt opduikende existentiële onrust en jaloezie af van het gezicht en de houding van Charlotte Rampling. Haar gave om complexe emoties stijlvol over te brengen, met een minimum aan beweging en expressie, hielp haar aan een Oscarnominatie, haar allereerste zowaar. Vorig jaar al kreeg ze voor haar vertolking de prijs voor beste actrice op het festival van Berlijn. En volkomen terecht werd daar ook tegenspeler Tom Courtenay bekroond. De Britse acteur die stukken bekender zou geweest zijn als hij na glansrollen in The Loneliness of the Long Distance Runner (1962) of Dr. Zhivago (1965) niet voor een theatercarrière gekozen had, geeft een masterclass in onderkoeld maar doorleefd acteren. Courtenay en Rampling tillen dit ingetogen relatiedrama op een hoger niveau. Maar dat doet niets af aan de verdienste van Andrew Haigh, de Britse regisseur van het fijnzinnig (homo)liefdesverhaal Weekend (2011) en de HBO-serie Looking. Hij toont zich opnieuw een begenadigde observator, die het drama in onze kleinmenselijke levens kan weerspiegelen zonder dramatisch te doen. Zelfverzekerd sober past hij voor idyllische plaatjes van het Engelse platteland ten voordele van de mistige kilte van het landschap. Een mistige kilte die elk koppel kan overvallen. Ook die vieux amants van Brel, ook vijf dagen voor je 45e huwelijksverjaardag. Brrr. (Niels Ruëll)