Ooit ambieerde Kenneth Mercken een carrière als wielrenner, een droom die zijn vader hem met de paplepel had ingegeven. Dankzij zijn goede benen en onuitputtelijk doorzettingsvermogen schopte hij het bijna tot profrenner, tot doping daar een stokje voor stak. 'Ik moest stoppen omdat mijn lichaam niet op epo reageerde', vertelt Mercken. 'Daarom zocht ik naar iets waar ik dezelfde adrenaline kon voelen. En omdat ik voor acteren geen talent had, ben ik regie gaan studeren.'

Voor Coureur put je uit je eigen koersverleden. Worden er nieuwe dopingzondaars onthuld?

Kenneth Mercken: (lacht) Nee, spectaculaire onthullingen moet je niet verwachten. Er zit wel veel waarheid in, zaken die ik heb gezien en meegemaakt. Rond 2000 ging de wielersport door een wilde periode. Voor een belofte was het toen normaal om epo te kopen in Spanje of langs een Duitse apotheek te rijden voor groeihormonen. Vandaag rijdt het peloton allicht cleaner, maar doping is van alle tijden. Het is een soort traditie geworden.

Kenneth Mercken

De gevolgen kunnen desastreus zijn. Ben je blij dat je op tijd gestopt ben?

Mercken: Ik hield van die donkere kant. Het was spannend om met doping te experimenteren, omdat de sport ook iets destructiefs heeft. Evengoed had het dus slecht met me kunnen aflopen. Eigenlijk maak je je lichaam kapot om het daarna weer op te bouwen. Dat maakt coureurs tot dankbare personages: ze kennen geen limieten, ze gaan zowel fysiek als mentaal diep.

Moet een vader/coach niet op de rem gaan staan als het uit de hand dreigt te lopen?

Mercken: In Coureur stort de jonge wielerbelofte Felix - in eerdere versies had hij nog gewoon mijn naam - zich met een naïef enthousiasme op de sport, omdat hij de droom van zijn vader in vervulling wil laten gaan. Dat zie je wel vaker in de wielersport. Achter de meeste renners staat een vader of iemand uit de nabije omgeving. Ook bij mij. Ik had een dubbele relatie met hem. Aan de ene kant was hij heel trots, aan de andere kant ook jaloers .

Hoe zit die relatie vandaag?

Mercken: Heel goed! We hebben dat een plaats gegeven, al had hij mij liever coureur dan regisseur zien worden. Maar we koersen allebei nog.

Even tussen ons: welke doping wordt er zoal in de filmwereld gebruikt?

Mercken: (lacht) Alcohol? Feesten hoort er vaak bij, maar om dat nu doping te noemen. Misschien zijn stress en angst wel de beste prestatiedrugs. Bij een debuut zijn al de ogen op je gericht en dat is beangstigend, maar het houdt je wel scherp.

Coureur

18/10, 20.15; 19/10, 14.30 (Kinepolis).