Om de pijn een beetje te verzachten kende het festival van Cannes het label Cannes 2020 toe aan films uit de selectie van de geannuleerde editie. Mogen zich dat keurmerk toeëigenen: de nieuwe titels van ronkende namen als Wes Anderson (The French Dispatch), Steve McQueen (Lovers Rock) en Pixar-opperhoofd Pete Docter (Soul), maar ook werk van opkomend talent als Francis Lee (Ammonite) of van acteur Viggo Mortensen, die met Falling zijn regiedebuut maakt. Al dat lekkers is helaas voor het najaar of nog later.
...

Om de pijn een beetje te verzachten kende het festival van Cannes het label Cannes 2020 toe aan films uit de selectie van de geannuleerde editie. Mogen zich dat keurmerk toeëigenen: de nieuwe titels van ronkende namen als Wes Anderson (The French Dispatch), Steve McQueen (Lovers Rock) en Pixar-opperhoofd Pete Docter (Soul), maar ook werk van opkomend talent als Francis Lee (Ammonite) of van acteur Viggo Mortensen, die met Falling zijn regiedebuut maakt. Al dat lekkers is helaas voor het najaar of nog later. De voorlopig enige Cannes 2020-film in de bioscopen is Eté 85 van François Ozon. Een verrassing is het niet dat hij de snelste en de dapperste is - of toch minstens degene die het meest gelooft in een succesvolle heropening van de bioscopen in Frankrijk en buurlanden als het onze. Ozon heeft er een hekel aan om bij de pakken te blijven zitten. Sinds eind jaren negentig presenteerde hij zo goed als elk jaar een nieuwe film waar zowel festivaldirecteur, filmcriticus als arthouseliefhebber blij mee zijn. Komedies als Huit femmes (2002) en Potiche (2010) wisselt hij af met een prachtige oorlogsfilm als Frantz (2016) of kinky stuff als Swimming Pool (2003) en L'amant double (2017). Nadat vorig jaar een miljoen Fransen zijn Grâce à Dieu, een reconstructie van het verzet tegen een pedofiele priester, hadden gezien, was Ozon naar eigen zeggen aan iets luchtigers toe. Dat werd dit Franse antwoord op Call Me by Your Name, het zinderende relaas van twee jongens die - in een kustdorp tijdens de zomer van 1985 - de liefde én haar keerzijde ontdekken. Eté 85 lijkt wel een best of van je eerder werk: een jongen in vrouwenkleren, een schrijver in wording, Eros en Thanatos, de zee...François Ozon: Ik weet het. Dat was nochtans niet het opzet. De film is een adaptatie van Dance on My Grave (1982) van Aidan Chambers, een boek waar ik als adolescent mijn hart aan verloor. Toen ik het herlas, schrok ik er zelf van hoeveel scènes doen denken aan scènes uit mijn films. Als zeventienjarige hoopte ik zo hard dat iemand dat boek zou verfilmen, bij voorkeur een Amerikaanse regisseur als Gus Van Sant (My Own Private Idaho) of Rob Reiner (Stand by Me). Vreemd genoeg is nooit iemand op dat idee gekomen. Ik ben blij dat ik het heb verfilmd nu ik niet meer de leeftijd van de protagonisten heb. Dit verhaal vraagt om maturiteit. Al heb ik me wel in de positie geplaatst van de verwonderde, naïeve, romantische toeschouwer die nood heeft aan een mooi liefdesverhaal. Eté 85 moest de film worden waar ik in 1985 als adolescent op lag te wachten. Een mooi liefdesverhaal met een morbide kant. Je begint en eindigt niet toevallig met een song van The Cure.Ozon: Als adolescent was ik helemaal in de ban van de new wave. Twee jaar lang was ik zelf zo'n zwarte kraai die cola in zijn haar goot en met rode lippenstift experimenteerde om meer op Robert Smith te lijken. Het was bijna niet gelukt om de film met In Between Days te openen. Aanvankelijk was de titel van de film 'Eté 84' en Smith wilde geen toelating geven omdat In Between Days pas in 1985 uitkwam. Bovendien vroeg hij veel geld. In een brief heb ik hem uitgelegd dat het nummer zoveel voor mij betekende dat ik bereid was de filmtitel te veranderen. Dat moet indruk gemaakt hebben want ik kreeg zelfs de gevraagde korting. Die morbide romantiek vond ik trouwens het mooie aan de new wave. Dat heeft ons door de jaren tachtig geholpen. Mijn adolescentie viel samen met de opmars van aids. We ontdekten onze seksualiteit op een moment dat die gekoppeld was aan de dood. In Eté 85 is er toch nog helemaal geen sprake van aids?Ozon: Ik schets de onschuld en onwetenheid van net voor de grote uitbraak. In 1985 bekende Rock Hudson op zijn sterfbed dat hij aids had. Daarna werd het virus eindelijk ernstig genomen. Ik denk dat Chambers' boek in Frankrijk cult werd omdat het over de volstrekt onrechtvaardige dood van een jongeman ging. Dat kenden we helaas. Heel wat jonge mensen stierven aan seks. De film eindigt met een wat mysterieuze zin: 'Het enige wat telt, is op de een of andere manier ontsnappen aan je geschiedenis.' Ben jij eraan ontsnapt?Ozon: Jazeker. Ik was in ieder geval niet voorbestemd om filmregisseur te worden. Ik kom niet uit een kunstzinnig milieu. Mijn ouders waren leerkrachten. Ik was eerder voorbestemd om les te geven. Ik hou van die zin. Hij is enigmatisch en je interpreteert hem zoals je wilt. Ik lees erin dat we allen bepaald zijn door onze familie, onze omgeving en de samenleving maar ook dat je kunt ontsnappen aan de druk om te worden wat men van jou verwacht. Het is mooi als je voor jezelf de vrijheid opeist om een andere levensweg te nemen. Je portretteert ook de enorme levenslust en exploratiedrang van jonge mensen. Snap je dat zij na de lockdown staan te springen om weer samen te dansen en te feesten, ook al vinden de virologen het daar nog veel te vroeg voor?Ozon: Natuurlijk. Ik had tijdens mijn adolescentie niet graag zo'n lockdown meegemaakt. Op die leeftijd heb je nog zoveel te ontdekken. De jongeren hebben ook het meest afgezien. Voor volwassen waren er veel meer opties. De bourgeoisie heeft eens goed uitgerust. Jongeren zagen hun leven twee maanden opgeschort worden. Er komen deze zomer amper grote nieuwe films in de bioscopen. Eté 85 is een uitzondering. Ben je minder bang dan je collega's?Ozon: Het plan was aanvankelijk om tijdens of meteen na Cannes uit te komen. Nadat het festival ons het label Cannes 2020 had toegekend, heb ik in overleg met de Franse distributeur besloten om voor de zomer te kiezen. De filmwereld is daar erg blij mee. Het is een signaal dat het leven herneemt. Amerika rekent op Tenet van Christopher Nolan, Frankrijk op Eté 85 van François Ozon. Niet dat ik mijn film als een blockbuster beschouw. Ik heb er wel vertrouwen in. Frankrijk kent een mooie bioscooptraditie. In mijn omgeving popelen de mensen om terug naar de cinema te gaan. Zijn we al die series niet moe? Ik in elk geval wel. Ook al zijn er enkele uitstekende series, op den duur doorzie je de formats en de trucs om het verhaal te rekken. Geef mij maar de beknoptheid en spanningsboog van een film. Laat die zomer maar komen. Door de omstandigheden heeft Eté 85 nog meer iets van een terugkeer naar het Verloren Paradijs. Zo nostalgisch ben jij toch niet aangelegd?Ozon: Ik ben niet nostalgisch. Het is een nostalgische film omdat het personage nostalgisch is naar die zomer. Ik vond het leuk om de zomer van 1985 te reconstrueren maar ik heb geen enkele behoefte aan een terugkeer naar de jaren tachtig. Laat ons eerlijk zijn, dat waren vreselijke jaren. Ik ben er altijd van uitgegaan dat de jaren tachtig nooit ofte nooit weer in de mode zouden raken. Maar wat blijkt? De jonge acteurs wilden hun eightieskledij na afloop dolgraag houden. Ze hielden oprecht van die veel te hoge jeansbroeken en die vreselijke hemdjes. De jaren tachtig zijn voor hen wat de jaren zestig waren voor mijn generatie: het gekke verleden.