Bij het ter perse gaan was nog niet bekend hoeveel Academy Awards Judas and the Black Messiah heeft gewonnen. Misschien zes, misschien geen enkele. Vooral voor de Oscar voor beste bijrol zag het er goed uit, want hoofdrolspelers Lakeith Stanfield en Daniel Kaluuya waren beiden in de kleine acteercategorie genomineerd. Een tikje misprijzend maar wel goed voor de winstkansen.
...

Bij het ter perse gaan was nog niet bekend hoeveel Academy Awards Judas and the Black Messiah heeft gewonnen. Misschien zes, misschien geen enkele. Vooral voor de Oscar voor beste bijrol zag het er goed uit, want hoofdrolspelers Lakeith Stanfield en Daniel Kaluuya waren beiden in de kleine acteercategorie genomineerd. Een tikje misprijzend maar wel goed voor de winstkansen. Zelfs met nul op zes Oscars is het moeilijk om geen winnaar te zien in de dramatisering van de laatste maanden van Fred Hampton, de charismatische voorzitter van de Illinois-afdeling van de beruchte Black Panther Party die eind 1969 in zijn bed werd doodgeschoten door de politie. Niemand neemt die zes nominaties nog af, noch de 32 voorafgaande prijzen en het veelvoud aan enthousiaste recensies. En dat voor een door Warner Bros ondersteunde film over een bij het grote publiek amper bekende marxist-leninist die de revolutie predikte en de klassenstrijd als enige remedie zag tegen racisme, politiegeweld en de achterstelling van de zwarte gemeenschappen in the land of the free. Er is voor minder 'the times they are a-changin'' geneuzeld. Regisseur en coscenarist Shaka King leverde een entertainende kruising af tussen een misdaadfilm en een politieke tragedie met een hoog tempo, een pittige freejazzscore, vuurgevechten en hoogverraad met Bijbelse allure. Hij mocht niet te veel afwijken van de pitch: The Departed (het undercoververhaal waarmee Martin Scorsese eindelijk een Oscar won) in de wereld van Cointelpro (een dubieus spionageprogramma van de FBI). Maar binnen die krijtlijnen duidt hij via overweldigende redevoeringen en discussies de politieke filosofie van Fred Hampton. Die is een stuk linkser dan die van Vooruit. Enkele citaten. 'Wij van de Black Panther-partij geloven in geen enkele cultuur behalve de revolutionaire cultuur.' 'We bestrijden geen kapitalisme met zwart kapitalisme, we bestrijden kapitalisme met socialisme.' 'Oorlog is politiek met bloedvergieten. Politiek is oorlog zonder bloedvergieten.' 'Zoals Che Guevara zei: woorden zijn mooi, daden nog mooier.' Of het macabere 'Dood een paar flikken en het geeft een beetje voldoening, dood er meer en het geeft meer voldoening, dood ze allemaal en het geeft totale voldoening.' Daniel Kaluuya, bekend van Get Out en Queen & Slim, verkoopt het met zoveel vuur dat je het bijna gelooft. Fred Hamptons naam kon gespot worden op de T-shirts van Black Lives Matter-demonstranten en werd door Kendrick Lamar tien jaar geleden al gedropt in debuutsingle HiiiPoWeR en later ook door Jay-Z en Kanye West in het nummer Murder to Excellence. Maar bij het grote publiek is hij lang niet zo bekend als andere Afro-Amerikaanse boegbeelden en martelaren van de burgerrechtenbeweging zoals Martin Luther King, Malcolm X, Medgar Evers of Huey P. Newton. De film versnelt de inhaalbeweging. De in 1948 geboren Frederick Hampton organiseerde op de middelbare school al stakingen en antiracistisch protest en ijverde met succes voor meer zwarte leerkrachten en personeel. Inspanningen om een buurtzwembad op te richten leverden hem een plekje op in de FBI-lijst met in het oog te houden agitatoren toen hij de Illinois-afdeling van de Black Panther Party nog moest oprichten. Die beweging was in 1966 door de studenten Huey P. Newton en Bobby Seale uit de grond gestampt om zich desnoods met geweld te verzetten tegen politiegeweld en racisme. Met hun zwarte baretten en leren jassen, militaire stijl en opgestoken vuisten was het moeilijk om Black Panthers niet te spotten. De film probeert het beeld van een gevaarlijke, radicale beweging bij te stellen door meermaals te wijzen op de sociale projecten waarmee de Black Panthers zich in de gunst van het volk wilden werken, zoals buurtklinieken en gratis ontbijtprogramma's voor kinderen. Met opruiende redevoeringen vergrootte de piepjonge Hampton zijn aanhang. Hij sprak met het vuur en de snedigheid van een rapper, het showmanschap van een mc en liet zijn boodschap resoneren bij elke mogelijke toehoorder: van bendeleden over studenten tot op bijstand aangewezen moeders. Geloof in de macht van het getal bracht hem op het strategische idee een regenboogcoalitie op de been te brengen en samen te werken met andere militante groeperingen. Daaronder een aan hun confederale vlag gehechte vereniging van arme blanken en een Puerto Ricaanse bende met een groot buurtengagement. Zo werd Fred Hampton bijna de verpersoonlijking van de grootste angst van J. Edgar Hoover. Schermveteraan Martin Sheen laat de beruchte FBI-directeur in de film zeggen dat de Black Panthers dé grootste bedreiging voor de nationale veiligheid van de VS vormen. Hij pleit voor een programma dat 'de opkomst voorkomt van een zwarte messias met het potentieel om de communisten, de antioorlogs- en de nieuw-linksbewegingen te verenigen'. Daar kwam Cointelpro (Counterintelligence Program) van: een grootschalige, geheime operatie waarbij de FBI de burgerrechtenbeweging van Martin Luther King, de fanatiekere vredesbewegingen en de Black Panther-afdelingen infiltreerde, bespiedde en actief saboteerde. Hoe de FBI nouvelle vague-icoon Jean Seberg tot zelfmoord dreef, was vorig jaar te zien in Seberg met Kristen Stewart. De oorlog van de FBI tegen Martin Luther King wordt uitgebreid bestudeerd in MLK/FBI, een ophefmakende documentaire die hier nog in de bioscopen zal komen. Fred Hampton werd op vier december 1969 om vier uur 's nachts van dichtbij doodgeschoten door een veertienkoppig team van de politie van Chicago terwijl hij naast zijn zwangere vriendin lag te slapen. Hij was amper 21. De FBI had de politie via hun infiltrant een plan van de woning bezorgd. Dezelfde infiltrant zou Hampton na zijn laatste avondmaal ook een slaapmiddel toegediend hebben. Zowel de infiltrant als de FBI-agent die hem in de tang had, kreeg na Hamptons executie een bonus van de FBI. Zoals de titel aangeeft focust Judas and the Black Messiah voor de helft op het verhaal van de man die Hampton verraadde. William O'Neal (rol van Lakeith Stanfield uit de series Atlanta en Yasuke) was een jonge autodief die zich soms met een valse badge voor FBI-agent uitgaf om mensen te duperen. FBI-agent Roy Mitchell (gespeeld door Jesse Plemons uit I'm Thinking of Ending Things) stelde hem voor om te infiltreren in de Black Panthers van Chicago en zo een celstraf te ontlopen. De film legt zich min of meer neer bij de raadselachtige motivering van de zwarte Judas. Toen zijn rol in de dood van Hampton bekend raakte, dook O'Neal via het Federal Witness Protection Program onder. In 1990 benam hij zich het leven, niet lang na een uitzending van de documentaireserie Eyes on the Prize waarin hij zich voor het eerst had laten interviewen. Volgens Shaka King, die Judas and the Black Messiah regisseerde en ook mee schreef, is de sleutelscène van de film de ondervraging waarin de FBI-agent tevreden vaststelt dat O'Neal nauwelijks wakker lag van de moorden op Martin Luther King en Malcolm X. De regisseur wil ermee waarschuwen voor de gevaren van een apolitieke houding - want wie voor niets staat, kan voor alles vallen. Op aanraden van Barry Jenkins, die een Oscar won met Moonlight, en van Ava DuVernay, regisseuse van Selma en A Wrinkle in Time, schroefde hij na een testvisie het aandeel van O'Neal wat terug en gaf hij meer schermtijd aan Hampton. Hij is het tenslotte om wie alles draaide. In een interview met het magazine GQ onderschrijft King veel van Fred Hamptons radicale ideeën. 'Ik geloof niet in zwart kapitalisme. Dat werkt helemaal niet. Het maakt slechts een zeer beperkt percentage van de zwarte bevolking sterker en dat maakt het nutteloos. Kapitalisme is uiteindelijk slechts zelfbediening. Ik weet dat de mensen aannemen dat een film die door Warner Bros wordt uitgebracht Fred Hampton gewoon zal voorstellen als een progressief of zo. Maar weet dat deze film zo níét is. Ik denk echt dat Fred en de Panthers antwoorden hadden. Ik wil dat kijkers leren wie ze waren en waarvoor ze stonden. Hopelijk zijn ze even geraakt door hun ideologie als ik.' Plannen voor een film over Fred Hampton bestonden decennia geleden al maar raakten nooit van de grond. Dat het dit keer wel lukte, schrijft King toe aan wat hijzelf het 'Black Excellence Industrial Complex' noemt. Daarmee bedoelt hij dat de grote filmbedrijven hebben ingezien dat er met 'black movies' geld te verdienen valt, wat er dan weer voor zorgt dat er ineens veel meer zwarte regisseurs en verhalen gefinancierd worden. De nominaties voor de afgelopen Academy Awards wijzen alleszins in die richting. In de Oscarrace zaten met Ma Rainey's Black Bottom, One Night in Miami, The United States vs. Billie Holiday, Spike Lees Da 5 Bloods en Judas and the Black Messiah vijf films over de Afro-Amerikaanse struggle. King vindt het belachelijk om die films over één kam te scheren maar pleit wel voor opportunisme. 'Ik doorzie wat ze aan het doen zijn, en ik zal heus niet applaudisseren voor een filmindustrie die zogezegd diversifieert. Maar tegelijkertijd zeg ik tegen alle homies: "Kom erbij! Kom af nu de deur nog openstaat!'' Het Black Excellence Industrial Complex werkte alvast in Kings voordeel. Ryan Coogler trok als producer aan de kar van Judas and the Black Messiah. Het enorme succes van zijn Marvel-film Black Panther zorgde ervoor dat de filmbedrijven op zijn minst wilden luisteren naar de plannen voor zijn Fred Hampton-film. 'Ik heb al gegrapt dat we misschien het Black Radical Industrial Complex in het leven kunnen roepen als onze film succesvol is. Misschien willen ze dan wel een miljoen films als de onze en gaan ze zich de vraag stellen welke Black Panther nog géén film heeft. Of speelgoedfiguren. Of cartoons. Zo zit kapitalisme in elkaar.'