Kent u Emma De Swaef en Marc James Roels al? Waarschijnlijk niet, maar hun creaties zonder twijfel wel. Het spitsvondige Gentse animatieduo zijn de geestelijke ouders achter het suikerklonten mannetje van Tiense suiker én het stressmannetje van De Lijn, maar hun werk tot die referenties herleiden doet de twee oneer aan. Ze hebben namelijk ook Oh Willy op hun palmares staan, een kortfilm die met meer dan 80 prijzen en 10 speciale vermeldingen wereldwijd een van de meest bekroonde Vlaamse films ooit is. En nu hebben De Swaef en Roels ook de weg gevonden naar Cannes, waar hun nieuwste creatie Ce Magnifique Gâteau! in wereldpremière zal gaan.
...

Kent u Emma De Swaef en Marc James Roels al? Waarschijnlijk niet, maar hun creaties zonder twijfel wel. Het spitsvondige Gentse animatieduo zijn de geestelijke ouders achter het suikerklonten mannetje van Tiense suiker én het stressmannetje van De Lijn, maar hun werk tot die referenties herleiden doet de twee oneer aan. Ze hebben namelijk ook Oh Willy op hun palmares staan, een kortfilm die met meer dan 80 prijzen en 10 speciale vermeldingen wereldwijd een van de meest bekroonde Vlaamse films ooit is. En nu hebben De Swaef en Roels ook de weg gevonden naar Cannes, waar hun nieuwste creatie Ce Magnifique Gâteau! in wereldpremière zal gaan.*** We ontmoeten De Swaef en Roels op een zonnig terrasje in het Antwerpse. 'We zijn nog maar pas naar hier verhuisd en we hebben nog niet eens de tijd gehad om de stad te verkennen', zegt De Swaef. Dat is geen verrassing als je weet hoe lang het duo in de weer is geweest met Ce Magnifique Gâteau!, een historische stop-motionfilm die vijf verhalen samenbrengt in het negentiende-eeuwse koloniale Afrika. Twee jaar wijdden ze aan het schrijven van het scenario en het vinden van de juiste fondsen, de vier daaropvolgende jaren spendeerden ze aan de productie. Het resultaat is een surrealistisch maar meelijwekkend pareltje. MARC JAMES ROELS: We hadden dat idee eigenlijk al tijdens de montage van onze vorige film. Het is een combinatie van boeken die we op dat moment aan het lezen waren en films die we hebben gezien; een soort van samenraapsel van verschillende bronnen. En we waren op zoek naar een onderwerp dat we nergens anders hadden zien opkomen. EMMA DE SWAEF: Hier in België hebben we natuurlijk heel rijke archieven aan informatie over die periode. We lazen in de bibliotheek dagboeken van mensen uit die tijd. De scènes die daarin beschreven worden, gaven ons een heel goed beeld van die wereld, maar die portretten door de blik van één personage, leek ons heel moeilijk. Daarom kozen we ervoor om vijf verschillende verhalen te vertellen van vijf personages, en om die allemaal met evenveel diepgang uit te werken. DE SWAEF: De toon zit wel in die richting, maar we wilden geen politieke film maken. Het verhaal is veeleer een poëtische illustratie van de menselijke tekortkomingen. Alle vijf de personages die wij opvoeren, zijn antihelden. Ook daarin werden Marc en ik geïnspireerd door de dagboeken die we lazen: het viel ons op dat de mensen die naar kolonies vertrokken, dat vaak niet deden met verlichte bedoelingen. Meestal gingen ze naar daar omdat ze niets meer te verliezen hadden in Europa, en omdat een leven in de kolonie hun laatste hoop was. Die tendens wordt ook weerspiegeld door de vijf personages van onze film. Ze gaan allemaal naar de kolonie met de slechtste beweegredenen, en ze verknoeien het daar nog ook. DE SWAEF: De titel is een uitspraak van koning Leopold II, die Afrika vergeleek met een taart waar hij een stukje van wilde. ROELS: Die uitspraak is zo absurd. Door dat als titel te gebruiken, zetten we wel een beetje de toon die in de rest van de film blijft meespelen. DE SWAEF: Dat klopt, maar in de film proberen we dat historische aspect te vervagen door ons puur op de uitwerking van de personages en hun persoonlijke verhalen te richten. ROELS: Zeker de link met de Belgische geschiedenis wilden we doen vervagen. We willen mensen niet het signaal geven dat onze film over de wandaden van Leopold II gaat, en al helemaal niet dat zulke wandaden zich enkel in een ver verleden voordeden. DE SWAEF: Daarom proberen we ervoor te zorgen dat mensen zich wel kunnen identificeren met de personages, want het is niet iets dat voorbij is. We leven nog steeds in dezelfde wereld, het zit gewoon allemaal lichtjes anders in elkaar. We hopen dat de kijker, door zich te identificeren met de personages, zal beseffen dat wantoestanden zich niet enkel in de koloniale periode voordeden. Die problematiek is universeler en tijdlozer. We zochten wel naar een manier om die boodschap over te brengen zonder al te expliciet met de vinger te wijzen. Daarom is onze stijl heel zacht en toegankelijk. Op die manier proberen we harde thema's aan te brengen met een lepeltje suiker, zodat we zoveel mogelijk mensen kunnen uitnodigen om naar de film te kijken. DE SWAEF: De wollen popjes die we gebruiken zijn eigenlijk een uit de hand gelopen hobby van mij. (lacht) Een passie voor handwerk zit bij ons in de familie. Zo maken mijn ouders al zo lang als ik me kan herinneren tapijten met de wol van hun schapen en maak ik al van kleins af aan wollen poppen in mijn vrije tijd. Doordat zowel onze personages als onze decors bijna uitsluitend uit wol bestaan, hebben onze films een heel zachte look. Daarom proberen we de thematiek van onze films niet te zacht te maken, anders zou het maar een flauwe bedoening worden. We proberen die twee tegenstrijdigheden tegen elkaar uit te spelen: onze films zijn tegelijkertijd heel zacht en heel wreed. ROELS: Het ziet er ook gewoon goed uit, ja. Als je naar films kijkt waarin gebruik wordt gemaakt van CGI (Computer Generated Images, nvdr.), dan voelt het meestal niet authentiek aan. Zelfs beelden waarvan je niet eens beseft dat ze met de computer gemaakt werden, voelen artificieel aan. Tegenwoordig kan je alles met de computer. Het ziet er niet slecht uit, het verhaal wordt ermee verteld. Als kijker kan je volgen en heb je er geen problemen mee. Maar toch vind ik dat authentieke beelden je als kijker een heel ander gevoel geven. DE SWAEF: Alles wat je ziet op beeld, was er ook echt op de set. Als we in beeld de illusie willen creëren dat er water stroomt, dan bewegen we een rol stof frame per frame zodat het lijkt alsof het water is dat stroomt. We maken geen gebruik van effecten of greenkey. Op dat vlak hebben we dezelfde aanpak als Wes Anderson.DE SWAEF: Dat is eigenlijk per ongelukt gebeurd. Het oorspronkelijke plan was om 30 minuten film te maken, maar dan hadden we te weinig ruimte om elk personage en elke scène even keurig uit te werken. ROELS: 44 minuten is inderdaad geen voor de hand liggende lengte. We merken ook dat we bij sommige festivals in de kortfilmsectie terechtkomen en bij andere in de langspeelsectie. Het is een beetje een bizarre limbo. DE SWAEF: We vinden het in elk geval heel fijn dat de jury van Cannes onze film ondanks de lengte toch heeft geselecteerd voor de kortfilmsectie. In de toekomst gaan we ook proberen om die 44 minuten uit te spelen als een voordeel. In tijden van streaming is er volgens mij wel plaats voor nieuwe formaten. 44 minuten is op zich ook geen slecht formaat: de meeste series hebben ook afleveringen van die lengte, en dat werkt goed. Ik zie dus niet in waarom dat in film niet zou kunnen. ROELS: Hoe af het is, zullen we wel zien in Cannes. Waarschijnlijk gaan we nadien nog wat aanpassingen doen. DE SWAEF: Als je naar een film kijkt in een zaal met mensen rondom je, dan bekijk je het geheel met een andere blik. Dan pas merk je aan welke elementen er nog geschaafd moet worden.