Geen idee hoe Tilda Swinton erbij loopt wanneer ze haar springer spaniels uitlaat of haar honderd jaar oude woning in de Schotse Highlands schrobt - slobberbroeken en uitgerafelde truien staan haar ongetwijfeld ook geweldig - op filmfestivals is ze in elk geval een charismatische verschijning die spraakmakende outfits van Chanel, Haider Ackermann of Karl Lagerfeld als een volleerd topmodel draagt. Ook als ze geen rode loper op de agenda heeft staan maar louter interviews met de pers.
...

Geen idee hoe Tilda Swinton erbij loopt wanneer ze haar springer spaniels uitlaat of haar honderd jaar oude woning in de Schotse Highlands schrobt - slobberbroeken en uitgerafelde truien staan haar ongetwijfeld ook geweldig - op filmfestivals is ze in elk geval een charismatische verschijning die spraakmakende outfits van Chanel, Haider Ackermann of Karl Lagerfeld als een volleerd topmodel draagt. Ook als ze geen rode loper op de agenda heeft staan maar louter interviews met de pers. Zo presenteerde ze, onberispelijk als altijd, in Cannes maar liefst drie films, die nu alle drie ook naar Gent komen. Er is het fluisterzachte, semi-autobiografische The Souvenir: Part II van haar jeugdvriendin Joanna Hogg, waarin Swinton de moeder van het hoofdpersonage vertolkt. Dat hoofdpersonage, filmstudente Julie, wordt uitmuntend neergezet door Swintons eigen dochter, Honor Swinton Byrne. Ook Swintons spaniels komen in beeld en wonnen daarmee in Cannes de 'Palm Dog'. 'Ik moet zeggen: dit is oprecht de beste prijs die je kunt winnen', zei Swinton toen ze de trofee in naam van haar viervoeters in ontvangst nam. Voor de gelegenheid droeg ze een hondenhalsband met daarop de woorden Palm Dog. 'We hadden die prijs al jaren in het vizier. Ik heb geprobeerd de honden hier te krijgen, maar ze hadden het druk. Ik hoor dat ze zich op een strand in de Highlands zouden bevinden.' De Juryprijs ging in Cannes naar Memoria van Apichatpong Weerasethakul, een zinnenprikkelend, mysterieus beeldgedicht met Swinton als vreemdelinge die in Colombia geluiden hoort die misschien afkomstig zijn uit andere werelden, tijden of mentale toestanden. En dan is er The French Dispatch, waarin regisseur Wes Anderson zichzelf tracht te overtreffen met een waanzinnig uitgebreide sterrencast. Bill Murray, Frances McDormand, Timothée Chalamet, Benicio del Toro, Adrien Brody, Léa Seydoux, vaste waarde Tilda Swinton en nog vele anderen spelen excentrieke figuren die met veel theatraliteit en humor sterke verhalen uitbeelden in magnifieke decors boordevol symmetrie en kleur. De enige link is dat die verhalen soi-disant gepubliceerd worden in het laatste nummer van een Amerikaans magazine met hoofdkantoor in de Franse stad Ennui-sur-Blasé. Na Moonrise Kingdom (2012), The Grand Budapest Hotel (2014) en Isle of Dogs (2018) is dit al je vierde samenwerking met Wes Anderson. Wat ben je in die tijd over hem te weten gekomen? Tilda Swinton: Dat het fantastisch moet zijn om zo'n brein als hem te hebben. Niet elke filmregisseur heeft een film in zijn of haar hoofd. Sommigen moeten zaken uitproberen om te weten wat ze zeker wel of niet willen. In het slechtste geval achterhalen ze dat helemaal nooit. Sommigen raken eruit door lange gesprekken te voeren. Dat is een mooie manier van samenwerken... Maar Wes Anderson is héél anders. Swinton: Wes heeft een... issue - ik had bijna ziekte gezegd. De film zit heel gedetailleerd in zijn hoofd. Om die eruit te krijgen roept hij onze hulp in. Hij hecht - volkomen terecht - heel veel belang aan de 'muzikaliteit'. Daar bedoel ik niet de vaak prachtige soundtrack mee maar het ritme en de sfeer van een scène. Dat betekent dat alles heel nauw luistert. Op een zachte manier kan hij heel dwingend zijn omdat hij zo precies weet waar hij naartoe wil. Soms zegt hij: 'Dit is de 68e take. Nu doe ik voor wat je moet doen.' Maar begrijp dat niet verkeerd. Hij houdt van spelen, hij vindt het verrukkelijk als je hem verrast. Geeft hij je huiswerk mee? The French Dispatch eindigt met een soort van leeslijst, een opsomming van de schrijvers en journalisten die model stonden voor jullie personages, onder wie James Baldwin, Lucy Sante, Brendan Gill. Swinton: Wes is, om het zacht uit te drukken, erg gecultiveerd en geletterd. Als je met hem begint te werken, aan eender welk project, dan is er een lexicon, een verzameling boeken, films, artikels, foto's, portretten, kennis of energie waar je uit kunt putten. Voor The French Dispatch was er een leeslijst maar je was niet verplicht om al die boeken en stukken te lezen. In de eetzaal van het hotel waar iedereen verbleef was er ook een kast met een door Wes gecureerd assortiment dvd's. Ter inspiratie. Het aanbod varieerde al naargelang de scènes die ons wachtten. Ik herinner me films als Le ballon rouge en Jean Renoirs La règle du jeu en tapes met de lezingen van Rosamond Bernier. Je moet daar niks mee. Wes dwingt je nergens toe. Hij wil uiteraard dat we iets origineels doen maar het mag dus gevoed zijn. Die referenties creëren de juiste sfeer, de juiste culturele resonantie. Wie stond model voor jouw personage J.K.L. Berensen, een kunstcritica die van haar lezingen een performance maakt? Swinton: We hebben J.K.L. Berensen min of meer gebaseerd op Rosamond Bernier. Ik boots haar zelfs meer na dan Wes en ik aanvankelijk voor ogen hadden. Ik kon de verleiding gewoon niet weerstaan. Bernier was een buitengewone persoonlijkheid. Ze was Amerikaans maar verloor haar hart aan de Europese kunst. Ze leefde jarenlang in Frankrijk en Spanje en was intiem bevriend met verschillende notoire kunstenaars, van Pablo Picasso over René Magritte tot Miró en Man Ray. Ze stichtte in Parijs het invloedrijke kunstmagazine L'OEil. Later - ze werd honderd en stierf in 2016 - gaf ze, gekleed in haute couture, in heel Amerika buitengewone kunstlezingen. Haar bijna ridicule - ik gebruik het woord met héél véél liefde - voordracht was een spektakel op zich. Je hebt de indruk dat ze voor de spiegel haar voordracht aan het inoefenen is. Het is speciaal, een tikkeltje archaïsch, net geen kabuki. Heerlijk om te zien, heerlijk om te spelen. Is The French Dispatch jullie liefdesbrief aan de verfijnde, verhalende journalistiek van magazines als The New Yorker? Swinton: Correctie: het is onze liefdesbrief aan wat journalistiek zou moeten zijn. Zeker in deze tijden is het belangrijk om journalistiek te prijzen en te steunen. The French Dispatch is inderdaad specifiek een hommage aan de geweldige traditie van de internationale Amerikaanse journalistiek. Magazines als The Paris Review en The New Yorker - het lettertype van The French Dispatch leunt er niet toevallig dicht bij aan - zijn de grondslag van de film. Het aangrijpendste moment vind ik het laatste beeld: die lijst van schrijvers die inspiratiebronnen en voorbeelden waren. Ik hoop dat de kijker de aanbevelingen ter harte neemt en die fantastische stukken van een James Baldwin of James Thurber ook leest. Deze vorm van journalistiek is nooit vanzelfsprekend geweest maar toen we twee jaar geleden The French Dispatch (de release werd door de pandemie uitgesteld, nvdr.) draaiden, werd ze zéker bedreigd. Het is voor iedereen - maar zeker ook voor Amerikanen - ongelofelijk belangrijk om oog te hebben voor de verhalen uit de rest van de wereld. Heb je zoals Wes Anderson aanleg voor nostalgie? Swinton: Zijn we het voorbije anderhalf jaar niet allemaal met die vraag geconfronteerd? Zoals veel mensen greep ik tijdens de lockdown terug naar basiscomfort en de films, boeken en muziek van mijn favoriete artiesten. We hadden het voorbije jaar allemaal de gelegenheid om terug te denken aan betere tijden of om nostalgisch te worden. Maar ik ben geen grote voorstander van het gevoel of het idee dat de goeie dingen voorbij zijn. Als je ergens heel nostalgisch naar bent, zet je daar dan voor in. Treur niet om de teloorgang van de eerbare, eervolle traditie van internationale magazinejournalistiek. Hou die in ere. Toewijding is veel mooier dan zwelgen in nostalgie. Blijf niet bij de pakken zitten. Swinton: Precies. Vorig jaar kon het festival van Cannes niet doorgaan. We hadden allemaal films die op het schap bleven. Dat is niet prettig. Maar zoals ik mijn kinderen maar blijf inprenten: aan alle slechte dingen komt een eind. Lik je wonden en doe voort. In hemelsnaam, we zijn hier dit jaar toch maar mooi wél met z'n allen in Cannes om prachtige films te vieren. De pandemie heeft er ons toch ook aan herinnerd hoe hard we cinema en livemuziek nodig hebben? The French Dispatch wordt ook een liefdesbrief aan Europa en de Europese cultuur genoemd. Voel je je als Schotse onderdeel van die cultuur? Swinton: Bedankt om het zo te formuleren. Ik ben Schots en kijk uit naar de seconde dat ik met een Schots paspoort kan rondreizen. Onze verbondenheid met Europa is enorm, een van de redenen waarom we onszelf als onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk zien. Een gedeelde Europese culturele gevoeligheid is geen modieuze praat. La Vieille Alliance met Frankrijk is eeuwenoud. Ik zie niet in waarom die culturele verbondenheid zou moeten lijden onder het - er is een onbeleefd Schots woord voor dat ik niet zal gebruiken - zootje dat de politici er met de brexit van hebben gemaakt. Wettelijk en praktisch moet er nog van alles uitgevlooid worden maar ik zie geen enkele reden waarom de culturele banden niet even sterk zouden blijven als nu. Gouden Palm-winnaar Apichatpong Weerasethakul komt uit Thailand. Waarom trokken jullie voor Memoria naar Colombia? Swinton: Joe (zoals Apichatpong Weerasethakul zich laat noemen, nvdr.) en ik corresponderen al jaren met elkaar. Ik zetelde in de jury van de Cannes-editie van 2004 die zijn Tropical Malady de Juryprijs toekende. Vrij snel zijn we over een gemeenschappelijk project beginnen na te denken. Hij vond dat we moesten filmen in een land waar we beiden aliens zouden zijn. Op een dag belde hij vanuit de Colombiaanse havenstad Cartagena: hij zei dat hij de plek had gevonden waar we al zo lang naar zochten. Voor wie het grote voorrecht om door Colombia te reizen nog niet heeft gehad: het landschap resoneert en vibreert. Er is een dialoog tussen het landschap en de mensen die er leven en leefden. Joe pikt die spirit makkelijk op. Waar gingen jullie gesprekken over? Memoria is wonderlijke, sensoriële cinema zoals alleen Weerasethakul die kan verzinnen maar de plotlijnen overlopen kan nooit lang geduurd hebben. Swinton: Ik kan me niet herinneren dat we ooit over het verhaal hebben gepraat. We spraken over de sfeer die we wilden, het landschap van de film, de psychologische limbo's van iemand die om niet gepreciseerde redenen onthecht raakt van tijd en ruime. Mijn personage, een vreemdeling maar geen toeriste in Colombia, staat met één voet in de wereld en met de andere erbuiten. We zochten de bezwerende sfeer op van de tussenwereld waarin de slapeloze mens soms belandt. Joe en ik hebben op verschillende momenten ondervonden wat slapeloosheid met je doet. Niet het verhaal is belangrijk maar het kader en de muziek, poëzie of sfeer van een scène. Ik ben net als jullie een grote filmliefhebber. Ik weet niet waar ik dat geluk aan te danken heb maar om de een of andere magische reden ben ik de uitverkorene die in de kaders mag stappen van enkele van onze favoriete filmregisseurs op deze planeet. Zoals Béla Tarr, Wes Anderson, Jim Jarmusch én Apichatpong Weerasethakul. Zijn delicate, elegante films herinneren me vaak aan mijn beginjaren, toen ik met Derek Jarman samenwerkte en het overweldigend gevoel had nieuwe filmpaden te betreden.