Dezer dagen troept het hele documentairewereldje samen in Amsterdam voor het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA). Dit jaar zijn 8 van de 300 films Vlaams. Jonge wolven Justine Capelle en Ingel Vaikla zijn geselecteerd in de categorie studentenfilm met Maregrave en Roosenberg. Ook Laurent Van Lancker en Nina Landau, die met Kalès en Lon meedingen naar een prijs in competitie voor middellange en korte documentaire, kunnen in de prijzen vallen.
...

Dezer dagen troept het hele documentairewereldje samen in Amsterdam voor het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA). Dit jaar zijn 8 van de 300 films Vlaams. Jonge wolven Justine Capelle en Ingel Vaikla zijn geselecteerd in de categorie studentenfilm met Maregrave en Roosenberg. Ook Laurent Van Lancker en Nina Landau, die met Kalès en Lon meedingen naar een prijs in competitie voor middellange en korte documentaire, kunnen in de prijzen vallen.Die erkenning is belangrijk, want vooral achter de schermen van de cinemazalen maakt IDFA een verschil voor de Vlaamse documentaire. Die is namelijk al jaren het kleine broertje binnen onze bescheiden filmindustrie.Toegegeven, het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) heeft de bijdragen voor docu de laatste tien jaar wel degelijk opgetrokken en dankzij Tax Shelter heeft de hele filmindustrie, inclusief de documentaire, een flinke duw in de rug gekregen. Maar de afzetmarkt is klein en ook onze openbare omroep staat niet te springen om geld te investeren. Bij Canvas bijvoorbeeld is het antwoord op de vraag of auteursdocumentaires nu wel of niet op het tweede net van de VRT thuishoren lang niet altijd 'ja' geweest. Documentairemaker Brecht Vanhoenacker, zelf voor het eerst geselecteerd op IDFA met Imposed Piece, kan er van meespreken. 'Ik had de film bijna zonder budget gedraaid. Na een gesprek met productiehuis Caviar zijn we er toch financiële steun voor gaan zoeken. Dankzij Tax Shelter en het VAF konden we toch met een professionele crew de film draaien.' 'Maar voor de verkoop is Vlaanderen te klein en zullen we het eerder moeten hebben van de Aziatische markt. Het is voor geen enkele documentairemaker makkelijk. Zelf combineer ik commerciële projecten met eigen projecten om het financieel haalbaar te houden. Dat is niet altijd fijn, maar zo houd je het wel vol.'Het is niet alleen een Vlaams probleem, weet Kristof Bilsen, maker van de Congodocumentaire Elephant's Dreamen ooit zelf debutant op IDFA. 'Ik dacht ooit dat die verzuchtingen typisch Vlaams waren. Ondertussen weet ik dat de Britten, de Polen en de Fransen met dezelfde uitdagingen kampen.' 'Persoonlijk ervaar ik een positieve trend. Mensen willen echte verhalen, ze willen de complexe wereld door menselijke verhalen ontdekken. Ik geloof dat er een 'mooie toekomst is voor dit soort films. Ook in Vlaanderen wordt er, in vergelijking met tien jaar geleden, meer in documentaire geïnvesteerd. De output was nooit zo groot.' Om een publiek te vinden, zijn makers creatief. In Antwerpen lanceerde Bilsen samen met zijn partner Woodsdoc, om zo een eigen forum te creëren. 'In december tonen we een docu uit de jaren '80. We vertaalden en plaatsten zelf Nederlandse ondertitels op een docu over James Baldwin. De voorstelling is nu al uitverkocht. Zo zie je maar, er is wel publiek voor documentaire.' Het Antwerpse audiocollectief SCHIK, weet wat het is om in Vlaanderen toch te durven inzetten op een zogenaamd nicheproduct. Het Belgisch-Nederlandse trio Nele Eekchout, Siona Houthuys en Mirke Kist gaat op IDFA in première met hun zesdelige docu-podcast Bob. 'In Nederland is er meer durf, meer lef. VPRO durft, in tegenstelling tot VRT, inzetten op andere dragers van verhalen. Zij investeerden meteen in ons voorstel, hoewel het een verhaal is van een jeugdgeheim van Vlaamse dementerende vrouw.', bevestigt Mirke. Nog voor de start van het festival vielen de dames van SCHIK met Bob al in de prijzen. Hun zesdelige podcast Bob, is een zoektocht naar de grote liefde van de 84-jarige dementerende vrouw Elisa. Dankzij de Film Fund Doclab Interactive Grant, een prijs om, Nederlandse makers interactief werk uit de grond te stampen, kon dit Belgisch-Nederlands trio hun postcast verwerken in een interactieve luistervoorstelling. Nederland heeft oren naar dit nochtans erg Belgische verhaal. 'We waren erg blij met de selectie op IDFA. We zijn erg blij met de erkenning. Al hebben onze Vlaamse vrienden en familie inderdaad nog nooit van IDFA gehoord', lacht Nele relativerend. Want daar wringt het schoentje nog het meest: ondanks de positieve evolutie, is de Vlaamse documentaire geen sant in eigen land. Wie heeft in Vlaanderen al gehoord van Waiting for August van Theodora Mihai of The Land of the Enlightened, van Pieter-Jan De Pue? Wie er wel van gehoord heeft, zit waarschijnlijk zelf in de sector.Nochtans belandden beide films op de shortlist voor de beste Europese documentaire van het jaar. Maar toen de European Movie Awards plaatsvonden vergat een journalist op deredactie.be de film van Mihai zelfs te vermelden. De aandacht ging toen volledig naar de nominatie van de gebroeders Dardenne. Het is een duidelijk symptoom van het systematisch onderschatten van de documentaire als volwaardig filmproduct. Na jarenlang te zijn weggezet in late uitzendblokken hoeft het niet te verbazen dat de Vlaming zijn eigen makers amper kent. Wanneer Canvas dan toch een poging doet om de auteursdocumentaire nog eens een kans te geven, verandert men niet zo veel later alweer van strategie wegens 'te weinig kijkers'. Maar een publiek bouw je niet zomaar op. Dat vraagt jaren werk. Na 30 jaren IDFA heeft Nederland wél een betere band met docu's. Initiatieven als Woodsdoc en de online successen van podcasts en webdocumentaires doen me geloven dat we vandaag gerust zelf fora kunnen creëren, en dat we dit misschien ook maar beter doen.