1. De Fransen die perfect Algemeen Nederlands spreken

Hendrik Consciences De leeuw van Vlaanderen vertelt het verhaal van de Guldensporenslag, waarin de Vlamingen het opnamen tegen de Fransen. De meest voor de hand liggende keuze zou dus zijn om Franstalige acteurs te casten. Alleen: Hugo Claus is voor zijn verfilming niet gegaan voor voor de hand liggende keuzes. En dus besloot hij de Franse rollen aan Nederlandse acteurs te geven, die bovendien geen enkele moeite doen om niet met een Nederlands accent te spreken. Gelukkig roept iemand in de eerste minuut 'het zijn de Fransen!', kwestie van het een en ander te verduidelijken. Desondanks leidt de tongval geregeld...

Hendrik Consciences De leeuw van Vlaanderen vertelt het verhaal van de Guldensporenslag, waarin de Vlamingen het opnamen tegen de Fransen. De meest voor de hand liggende keuze zou dus zijn om Franstalige acteurs te casten. Alleen: Hugo Claus is voor zijn verfilming niet gegaan voor voor de hand liggende keuzes. En dus besloot hij de Franse rollen aan Nederlandse acteurs te geven, die bovendien geen enkele moeite doen om niet met een Nederlands accent te spreken. Gelukkig roept iemand in de eerste minuut 'het zijn de Fransen!', kwestie van het een en ander te verduidelijken. Desondanks leidt de tongval geregeld tot verwarrende situaties. Bijvoorbeeld wanneer de door Nederlanders vertolkte Fransen 'schild en vriend' moeten zeggen en dat plots niet blijkt te lukken. Of wanneer ze op oer-Nederlandse toon 'mon dieu' roepen. Dat de dialogen sowieso al pijnlijk gekunsteld klinken en de acteerprestaties zelden die van het plaatselijke amateurgezelschap overstijgen, helpt ook niet echt. Waren wij ook niet op voorbereid: Verminnen (foto) die als troubadour een liedje zingt over de kuisheidsgordel. 'Een ijzeren gordel voor mijn lief, de sleutel kreeg mijn vriend, daar was onze eeuwige liefde het beste mee gediend', zingt hij alvorens hij het refrein inzet met de lyrische woorden 'Ik deed haar op slot, slot, slot'. De middeleeuwen, het waren vreemde tijden. Zelfs voor Johan Verminnen. Fonteinen bloed die uit afgehakte armen spuiten, lijken die nog met hun ogen bewegen, bijlen die overduidelijk náást het slachtoffer terechtkomen, ridders die spontaan doodvallen, zwaarden die klinken als zweepslagen en Filip Peeters die Herbert Flack probeert te reanimeren: de vechtscènes in De leeuw van Vlaanderen zijn van een ongezien niveau. Het toppunt is evenwel de scène waarin Jan Decleir de Gentse krachtpatser John Massis, die een Franse wurger speelt, in amper vijfentwintig seconden liquideert. Sowieso al compleet ongeloofwaardig, en dan acteert Massis nog eens alsof hij wordt bediend door een buikspreker en begint hij zonder aanwijsbare reden uit zijn mond te bloeden. Allicht het meest monty pythonesque moment. En dat wil in het geval van De leeuw van Vlaanderen wel wat zeggen. De burgemeester van Brugge (foto) (gespeeld door Hugo Van den Berghe) strompelt in een prutserig kostuum van de trap, klaagt over een aannemer die niet op tijd klaar is met de renovatiewerken aan zijn kasteel, komt niet uit zijn woorden bij het ontvangen van koning Filips de Schone, laat de sleutel van Brugge vallen en wordt uitgelachen door de plaatselijke bevolking. We kunnen alleen maar hopen dat die scène komisch bedoeld is. Kijkers die het volhouden tot het einde worden getrakteerd op het meest campy fragment van de film. Even lijkt het alsof de Vlamingen gevloerd worden door de beter bewapende Fransen. Tot een in een fluorescerend gouden ridderpak gehulde Frank Aendenboom verontrustend traag komt aangereden op een paard in een al even fluorescerend gouden latexpak, waarna de Vlamingen alsnog de Fransen verslaan. We zien het Rik uit Lili en Marleen niet meteen doen, de apsjaar.