De Polanski-files

De Polanski-files
"Vanaf zijn debuut snijdt hij meteen alle thema's aan waarop hij in zijn later werk variaties spint: seksuele perversie, sadistisch geweld, achtervolgingswaanzin, verraad en claustrofobie."

Het mes in het water (1962)

"Vanaf zijn debuut snijdt hij meteen alle thema's aan waarop hij in zijn later werk variaties spint: seksuele perversie, sadistisch geweld, achtervolgingswaanzin, verraad en claustrofobie."

Repulsion (1965)

"...vooral een klinisch geobserveerde studie van een schizofrene jonge vrouw bij wie de angst voor seksualiteit de stoppen doet doorslaan."

Cul-de-sac (1966)

"De titel Cul-de-sac kan best de verzamelnaam van zijn hele oeuvre zijn. Zijn films draaien immers vaak om protagonisten die klem komen te zitten in een doodlopend straatje vanwaar er geen weg terug is."

The fearless vampire killers (1967)

"Ondanks de grappige ondertoon verraadt ook deze luchtige film de tragisch-cynische levensvisie van Polanski: uitgerekend diegene die het kwaad wil verdelgen, zal het helpen te verspreiden."

Rosemary's baby (1968)

"Van alle verkrachtingsfantasieën die Polanski's oeuvre rijk is, is dit wel de meest uitzinnige: in een van haar nachtmerries wordt Rosemary op een stelling van de Sixtijnse kapel gehesen, vastgebonden op haar bed met een in bloed gedrenkt penseel beschilderd en door Satan himself flink gepakt ... Bovendien worden de zwarte kunsten in Rosemary's baby als een soort repetitie gezien van de sinistere slachtpartij van Mansons zogeheten familie."

Macbeth (1971)

"'Slaughter is the star', schrijft Pauline Kael in The New Yorker, omdat Polanski in zijn eerste film na de moord op Sharon Tate de slachtpartijen uit Shakespeares Macbeth buiten alle proportie zou hebben aangedikt."

What? (1972)

"What? Illustreert het weinig egalitaire beeld dat Polanski van vrouwen heeft en dat Kenneth Tynan als volgt samenvat: 'Roman's women must either sit down or lie down.'"

Chinatown (1974)

"Merkwaardig hoe hij zich weerom aangetrokken voelt door een verhaal waarin verkrachting zowel de kern van het mysterie vormt als de subtekst bepaalt: de plot wordt gedomineerd door de hebzuchtige patriarch Noah Cross (John Huston), een oudtestamentische figuur die zijn dochter verkrachtte en het land bezoedelde."

Le locataire (1976)

"Hij speelt de verlegen Trelkowski, een Poolse bankbediende die in zijn nieuwe Parijse appartement ten prooi valt aan schizofrene hallucinaties waardoor hij zich de vorige huurder waant, een vrouw die zelfmoord heeft gepleegd."

Tess (1979)

"Door haar louter als slachtoffer van sociale conventies in een mannenwereld af te schilderen, reduceert Polanski Tess tot een feministische interpretatie van de roman - een bizarre invalshoek voor een man die, beschuldigd van verkrachting van een minderjarige, zelf een paria was geworden in Amerika."

Bitter moon (1992)

"In deze 'Last Tango in Paris' du pauvre is Polanski net een stout jongetje dat opschept over de obsceniteiten die hij net op het speelplein heeft geleerd."

Death and the maiden (1994)

"Het gelijknamige toneelstuk van Ariel Dorfman is een hypergekunstelde bespiegeling over schuld, trauma, foltering en mensenrechten, maar is als boosaardig en onprettig huis clos-drama Polanski op het lijf geschreven."

The pianist (2002)

"Dat iemand door zoiets arbitrairs als een sterk pianospel aan zijn lot kan ontsnappen, is gesneden koek voor de fatalistisch ingestelde Polanski, wiens leven en werk worden overheerst door de schuld van de overlever."

Oliver Twist (2005)

"Wie er in zijn autobiografie de passages over de kinderjaren in het getto van Warschau op naslaat, ziet meteen de link naar zijn eigen jeugd vol ontbering, verlies, angst voor de toekomst en strijd om te overleven."