Het Gouden Luipaard van Locarno, de EYE Art & Film Prize van het Nederlands Filmmuseum, de prijs voor beste scenario op het festival van Venetië, retrospectieven in het Centre Pompidou en Cinematek: de ster van Wang Bing (50) blijft stijgen. De meedogenloze chroniqueur van het alledaagse leven in de marge van de Chinese samenleving is bovendien eregast van Courtisane. Het Gentse festival met een neus voor spitse film-, video- en mediakunst vertoont onder meer West of the Tracks, de monumentale debuutfilm die Wang in 2002 op de kaart...

Het Gouden Luipaard van Locarno, de EYE Art & Film Prize van het Nederlands Filmmuseum, de prijs voor beste scenario op het festival van Venetië, retrospectieven in het Centre Pompidou en Cinematek: de ster van Wang Bing (50) blijft stijgen. De meedogenloze chroniqueur van het alledaagse leven in de marge van de Chinese samenleving is bovendien eregast van Courtisane. Het Gentse festival met een neus voor spitse film-, video- en mediakunst vertoont onder meer West of the Tracks, de monumentale debuutfilm die Wang in 2002 op de kaart zette. In drie delen en negen uur schetst Bing, die eind jaren negentig nog voor de documentatiedienst van de communistische partij werkte, het verval van drie staatsbedrijven in het noordoosten van China en de dramatische gevolgen daarvan voor een gemeenschap. Het blijkt slechts een voorproefje. In Three Sisters (2012) focust Wang Bing op drie zussen van tien, zes en vier jaar oud die in een verarmd bergdorp in Yunnan aan hun lot zijn overgelaten. De video-installatie Crude Oil/Yuanyou (2008) volgt veertien uur lang de arbeiders van een olieveld in de Gobiwoestijn. Bitter Money (2016) gaat over mensen uit Yannan die alles hebben achtergelaten om zich voor schamele lonen te pletter te werken in de kledingindustrie in Huzhou. Ta'ang (2016) portretteert vrouwen en kinderen die voor het oorlogsgeweld in Myanmar zijn gevlucht en rondzwerven in het bergachtige grensgebied met China. Mrs Fang (2017) confronteert de kijker met een aan alzheimer lijdende bejaarde die wegkwijnt terwijl familie en vrienden over haar roddelen en de begrafenis plannen. Noodlijdende vluchtelingen, verwaarloosde kinderen, moderne slaven: niemand brengt China zo ontluisterend in beeld als Wang Bing. Dat hij niet allang monddood is gemaakt, dankt de dissidente doe-het-zelver niet aan goede contacten met het regime van president Xi Jinping maar net aan de afwezigheid van die contacten. Hij vraagt geen vergunningen of subsidies, maar trekt er met een minimum aan medewerkers (maximaal tien, soms zelfs geen) en een camera op uit. Zijn vrijheid is zijn hoogste goed. Hij beweert niet geïnteresseerd te zijn in het grotere, politieke plaatje, noch in metaforen en symbolen. Hij wil enkel het leven van de Chinezen die niet de grote sprong voorwaarts maakten in beeld brengen. Het grote nadeel is dat zijn films nooit uitkomen in China, waar kritiek nog altijd niet wordt geduld. Xi Jinping weet niet wat hij mist.