© ISOPIX

To boldly go where no man has gone before: het Star Trek-motto past prima bij de frêle Franse regisseuse Claire Denis. In zinnenprikkelende maar meedogenloze films verkent ze al enkele decennia thema's als kolonialisme ( Chocolat, White Material), duistere verlangens ( Trouble Every Day, Vendredi soir) of de kwetsbaarheid van menselijke relaties ( 35 rhums, Nénette et Boni), zonder ooit uit te monden in intellectualisme of didactiek. Ze is niet bang voor wat controverse - Trouble Every Day (2001) werd tot de 'new French extremity' gerekend - en kiest voluit voor eigenzinnige gevoelscinema met een flinke snuif melancholie en een fascinatie voor ontheemden en outsiders. En nu, op haar tweeënzeventigste, presenteert Denis haar eerste Engelstalige film: High Life, een volstrekt unieke werkstuk dat nog lang in uw gedachten zal nazinderen. Naast Pattinson herkent u daarin ook André Benjamin - André 3000 van Outkast - als tuinier, en Juliette Binoche bleek bereid plaats te nemen in een fuckbox en met Pattinsons sperma door de gangen van een ruimteschip te lopen. In dat ruimteschip, onderweg naar een zwart gat, worden terdoodveroordeelden namelijk onderworpen aan de voortplantingsexperimenten van Dr. Dibs (Binoche dus). High Life is een space odyssey à la Denis: kinky, duister en uniek.

Op aarde is incest taboe. Maar blijft dat zo als een vader en dochter alleen zijn in de ruimte?

Claire Denis: Ik wilde niet per se een sciencefictionfilm maken maar ik ben wel al jaren gefascineerd door de kosmos. Op mijn twaalfde was ik verslingerd aan sf-romans. Als adolescente droomde ik van het heelal en verdiepte ik me in de astrofysica. En op mijn bescheiden niveau doe ik dat nog steeds. Die interesse vond haar weg ook naar het scenario van High Life. Zo herinnerde ik me een artikel over de noodzaak om tijdens ruimtemissies kinderen te baren. Zelfs met de snelste motoren duurt reizen in de ruimte een eeuwigheid. Een mensenleven volstaat misschien nog net om ergens te raken maar zeker niet om terug te keren en daarover te vertellen.

Heb je je gespiegeld aan klassiekers als 2001: A Space Odyssey, Solaris of recenter spul als Interstellar en Gravity?

Denis: Neen. Er was gewoon niet zoveel dat ik van anderen kon overnemen. Bovendien waren het budget en het aantal draaidagen beperkt, ik moest het doen met mijn verhaal en mijn verbeelding. Ik ben geen nieuw genre begonnen maar ik ken toch niet veel films die op High Life lijken.

Het viel me wel op dat veel sciencefiction over de kolonisering van de ruimte gaat. Die richting wilde ik zeker niet uit. Ik heb een grondig hekel aan kolonisering. Ik vroeg me af wat er gebeurt als een man door de dood van zijn gezelschap helemaal alleen valt tijdens zo'n ruimtemissie. De man alleen is een courant thema in de literatuur - denk maar aan Robinson Crusoe.

Monte, het personage van Robert Pattinson, valt toch niet alleen? Hij moet voor een baby zorgen.

Denis: En dat verandert alles. Monte leeft als een monnik en heeft de seksualiteit afgezworen. Na het overlijden van de anderen op het ruimteschip zou hij kunnen denken dat de dood het beste is wat hem kan overkomen. Wat voor zin heeft het om verder te leven in totale eenzaamheid? Maar kun je een baby achterlaten? Kun je een baby doden vooraleer je de hand aan jezelf slaat? Dat is héél moeilijk. Je kunt wel erg gedeprimeerd naar een pasgeborene kijken maar nooit lang. In Nénette et Boni (1996) had ik het daar ook al over: zo'n pasgeborene is één brok levenslust en vitaliteit. Hij of zij dwingt je om je sterk te houden zodat je voor hem of haar kunt zorgen. Het is best mogelijk dat we het voortbestaan van onze soort aan die reflex te danken hebben.

Door de baby flakkert Monte's levenswil enorm op. Alleen heeft hij het geslacht van de baby niet gekozen. De baby wordt een meisje, het meisje een vrouw.

En dan loert het taboe om de hoek.

Denis: Ik wilde dat dat absolute taboe van in het begin door je hoofd spookt. Vader en dochter zijn alleen in een ruimteschip dat niet meer kan terugkeren naar de aarde. De dochter heeft geleerd over het leven op aarde. Ze weet dat liefde bestaat. Ze weet wat seksualiteit is en ze heeft slechts haar vader. Ze kan van niemand anders houden want er is niemand anders - er loopt zelfs geen klein hondje meer rond. Op aarde is incest taboe, dat is er een van 's mens belangrijkste wetten. Maar blijft dat zo in de ruimte? Wordt incest in die situatie toch geen mogelijkheid?

Pattinson was niet je eerste keuze. De bedoeling was aanvankelijk dat wijlen Philip Seymour Hoffman de hoofdrol van Monte zou spelen. Dat is niet meteen hetzelfde type acteur.

Denis: Weet je, films zijn rare beestjes. Ik stelde me voor dat het ruimteschip was bevolkt met mensen die hun doodstraf waren ontlopen door deel te nemen aan een ruimtemissie. High Life speelt zich af op een moment dat ze al vier jaar onderweg zijn. Ik zag Monte als een rijpe, levensmoeë man met een zwaar verleden die geen enkel sensueel of seksueel plezier meer kent. Is het zo gek dat ik aan Philip Seymour Hoffman dacht? Heeft het vervolg me - helaas - niet een beetje gelijk gegeven? Ik zeg niet dat hij levensmoe was maar hij drukte toch een zekere verscheurdheid uit.

Een verscheurdheid waar jij gevoelig voor bent?

Denis: Die scène in The Master waarin hij met Joaquin Phoenix danst, vond ik verscheurend. Zo onwerelds. Het lijkt alsof hij al aan de andere kant van het leven staat, verpletterd door het verlangen, de waanzin, de liefde en het leven. Hoffman kon een grote vitaliteit uitdrukken maar ook twijfel aan de finaliteit van dit leven. Dat raakt me. Dat heeft me tot aan zijn dood achtervolgd.

Toch vreemd dat je vervolgens bij Robert Pattinson uitkomt.

Denis: Men vroeg me om Daniel Craig te overwegen. Ik heb met hem samengezeten in de Pinewood Studios, waar hij een James Bond-film afwerkte - allicht is hij dat zelf al lang vergeten. Toen de castingdirecteur vertelde dat Robert Pattinson met me wilde afspreken, leek me dat eerst tijdverlies. Hij leek me te jong en te iconisch maar niet te mooi, voor alle duidelijkheid. Ik hou van schoonheid. Ik vond Hoffman - echt waar - ook een mooie man.

Toen ik twaalf was, lachte de toekomst je toe. Ze was glorieus. Vandaag niet meer.

Nu, Pattinson bleef aandringen. We hebben getelefoneerd, hij zocht me op in Parijs, in Londen, in Los Angeles. Ik beken: hij heeft me veroverd. Hij heeft me zin gegeven om met hem samen te werken. Hij verschilt sterk van het personage dat ik voor ogen had maar ik zag een ridder van de Ronde Tafel in hem. Kuisheid staat hem. Het is geen statische kuisheid maar een intrigerende, jonge kuisheid.

Hij heeft daar ervaring mee: Twilight draaide deels om kuisheid.

Denis: (enthousiast) De kuisheid van Twilight is magnifiek! Edward weet dat hij een vampier is en een vampier mág zijn grote geliefde niet aanraken, hij mag alleen vrouwen of mannen nemen van wie hij niet houdt. Daar ben ik achter gekomen toen ik Trouble Every Day (2001) draaide.

Robert is een buitengewone acteur. Ik weet dat elke regisseur dat over zijn hoofdrolspeler zegt maar ik méén het. Hij is zoveel meer dan een knapperd. Hij is een voeler én hij kan uitdrukken wat hij voelt. Zijn filmkeuzes getuigen bovendien van een grote liefde voor cinema.

Dé WTF-scène van High Life is die waarin Juliette Binoche probeert klaar te komen in de fuckbox. Hoe verzin je zoiets?

Denis: Het was een plezier om die scène met haar op te nemen. Juliette hielp me uit de nood. De door voortplanting geobsedeerde dokter Dibs ging eerst eigenlijk door Patricia Arquette gespeeld worden. Ook zij hield trouwens van de fuckbox.

Die fuckboxscène is wanhopig: ze toont absolute eenzaamheid. Aanvankelijk heette de fuckbox overigens love machine. Zo'n ruimteschip kun je vergelijken met een gevangenis of een onderzeeër: er is geen plaats voor intimiteit. Seksuele betrekkingen zijn verboden. Een plek waar je alleen kunt zijn en masturberen is dus erg belangrijk. Zonder seks is zo'n jarenlange ruimtemissie toch onmogelijk vol te houden?

De fuckbox staat wel niet helemaal op punt. Hij ziet er zacht gezegd nogal bizar uit.

Denis: Hij is ersatz. Natuurlijk is hij geen oplossing. Het genot is niet seksueel maar wanhopig. Juliette zag het niet als een liefdesscène maar als een scène over fysieke doodsangst. Ze probeert wanhopig klaar te komen maar welk genot kan zo'n machine opleveren? Daarom zei mijn filmcomponist, Stuart Staples van Tindersticks, toen hij het scenario gelezen had: 'Claire, je mag dat geen love machine noemen, het is een fuckbox.' Hij had gelijk.

Ik denk dat robots véél kunnen maar in de liefde zullen ze de mens niet kunnen helpen. Ze kunnen ons wel bevredigen maar we gaan ze - denk ik - nooit aantrekkelijk vinden.

Sinds Nénette et Boni werk je altijd met Stuart Staples. Zijn muziek helpt je films gevoelsmatig te begrijpen. Hoe raadt hij wat je bedoelt?

Denis: We werken al meer dan twintig jaar samen maar ik heb Stuart nog nooit gevraagd om mij te begrijpen. Het waait tussen ons: we voelen elkaar heel goed aan. De seksualiteit, de sensualiteit en de emoties die Stuart voor mij vertaalt, waren nooit nieuw voor hem. Lang voor onze ontmoeting was dat al aanwezig in zijn muziek.

We hebben het niet nodig om veel tegen elkaar te zeggen. Ik denk niet dat ik hem ooit een film heb uitgelegd. Ik denk niet dat hij me ooit zijn muziek heeft uitgelegd. Ik begrijp zijn muziek, hij begrijpt mijn films. We hechten beiden zeer veel belang aan onze artistieke vriendschap. Met Trouble Every Day had ik het gevoel dat ik een film maakte voor zijn muziek in plaats van omgekeerd.

O Claire

Geboren in 1946 in Parijs.

Groeit op in Kameroen, Somalië, Burkina Faso en Djibouti.

Moet op haar twaalfde terugkeren naar Frankrijk voor een behandeling tegen polio en voelt zich daar ontworteld.

Verdient lang haar brood als regieassistente, onder meer voor Wim Wenders bij Paris, Texas en Der Himmel über Berlin en voor Jim Jarmusch bij Down by Law.

Verwerkt in debuutfilm Chocolat (1988) haar jeugdjaren in Kameroen.

Overhandigt in 1995 Stuart Staples het scenario van Nénette et Boni na een concert van Tindersticks in Le Bataclan. Sindsdien zijn ze artistiek onafscheidelijk.

Wordt na Trouble Every Day (2001) samen met Gaspar Noé en Catherine Breillat tot het new French extremism gerekend.

High Life is haar veertiende langspeelfilm in dertig jaar tijd.

Wordt vooral buiten Frankrijk tot de boeiendste Franse filmmakers gerekend.

Behoort 'tot het kamp van de filmregisseurs die het beeld vertrouwen'.

Ben je een gevoelsmens?

Denis: Je hoort vaak het verwijt dat auteurscinema gelijkstaat met intellectualisme. Met de hand op het hart: ik ben géén intello, ik ben een gevoelsmens. Ik ben niet intelligent genoeg om een intellectueel te zijn. Gevoelens en emoties raken me verschrikkelijk. Ik kan dat niet helpen. Dat is de motor van mijn bestaan. Het intellect is nodig om te overleven maar ik heb niet de indruk dat ook maar één van mijn films is voortgekomen uit een puur intellectueel idee. Zelfs toen ik L'intrus van de filosoof Jean-Luc Nancy verfilmde was het me niet om de filosofie te doen. Tijdens het lezen was ik geraakt door zijn pijn, zijn hart, zijn verhaal.

Zou je ingaan op het voorstel om een ruimtereis te maken?

Denis: Zo'n aanbod krijg ik nooit. Ik kan maar beter tijdschriften over het universum blijven lezen. Dat helpt om te blijven geloven dat de mens niet helemaal slecht is. Dat valt me tegenwoordig soms moeilijk.

Hoezo?

Denis: Toen ik twaalf was, lachte de toekomst je toe. Ze was glorieus. Vandaag niet meer. De kinderen in mijn familie weten niet of ze later een job zullen vinden en de wereld is verbitterd. Ik zie overal haat. Haat was vroeger een gevoel dat je probeerde te verbergen of in te dammen. Dat doen we vandaag niet meer. Het is een gevoel geworden dat we graag met anderen delen en dat jaagt me de stuipen op het lijf. Mensen voelen zich onbelangrijk en machteloos tegenover de wereldeconomie. De armen verarmen, de rijken verrijken en hun kinderen mogen niet hopen op beterschap. Misschien zijn dat dwaze gedachten maar zo denk ik er dus over.

Hoe sta je dan tegenover het protest van de gele hesjes?

Denis: Ik luister naar hen maar het geweld schrikt me af. Ik raakte bij het verlaten van een filmzaal eens verstrengeld in een van hun demonstraties. Ik schrok enorm van het taalgebruik. Ik ving verschrikkelijke woorden op. Je moet niet roepen dat je president Macron in de kont wil naaien. Er zijn betere manieren om duidelijk te maken dat je een andere president wil. Ik heb in genoeg protestmarsen meegelopen om te weten dat er betere manieren zijn om je boosheid te etaleren.

Cinematek en Courtisane koppelen aan de release van High Life een retrospectieve van je werk. Met wat voor gevoel kijk je terug op een rijke carrière?

Denis: Ik kan je niets vertellen over mijn parcours want ik kijk niet achterom. I don't look back. Ik zie in de spiegel dat ik verouderd ben. Ik zie dat de acteurs met wie ik dertig jaar geleden samenwerkte verouderd zijn. Ik weet dat er al veel jaren zijn voorbijgegaan sinds Agnès Godard (haar vaste, uitermate getalenteerde directeur photo , nvdr.) en ik elkaars eerste grijze haar hebben ontdekt. En toch heb ik het gevoel dat alles nog voor me ligt.

JULIETTE BINOCHE in de fuckbox: 'Welk genot kan zo'n machine opleveren?'

In cinema is er geen voldoening, geen réussite. Er zijn geen verwezenlijkingen om apetrots op terug te kijken, er zijn alleen maar pogingen. Een bergbeklimmer kan pochen met alle bergtoppen die hij overwonnen heeft. Een filmregisseur kan dat niet, ik toch niet. Ik heb geen enkele top overwonnen.

'Claire is amazing, de grootste regisseur uit de filmgeschiedenis', zei Barry Jenkins ons onlangs bij de release van zijn prachtige If Beale Street Could Talk. Hyperbool of niet: hij is enorm onder de indruk van jouw cinema.

Denis: Ik krijg de tranen in de ogen van zo'n uitspraken. Het ontroert me dat zo'n jonge filmregisseur zegt dat mijn films bij hem het verlangen hebben opgewekt om er zelf te maken. Een mooiere hommage kan ik mij niet voorstellen. Een beetje van jezelf aan de ander geven, iets van je liefde kunnen doorgeven, daar doe je het voor.

Als ik na een lange dag thuiskom en in de zetel plof, overvalt me soms het verlangen om op mijn lauweren te rusten. Maar ik ben daar niet voor gemaakt. Ik kán dat niet. Dat valt me soms zwaar, ik zou graag eens achteroverleunen en mijmeren over de voorbije dertig jaar. Maar al mijn energie en al mijn verlangen is gericht op morgen. Ik leef in de hoop dat het morgen misschien wat beter zal zijn. Ik denk dat het bij Agnès Godard of Stuart Staples niet anders is en het zou me niet verbazen als ook Robert Pattinson het zo aanvoelt. Het kan hem geen lor schelen dat hij Twilight heeft gemaakt. Hij hongert naar morgen. Aan gisteren heeft hij niet genoeg. Gisteren is voorbij. Gisteren is dood.

High Life

Vanaf 20/3 in de bioscoop. Naar aanleiding van die release presenteert Cinematek (in samenwerking met Courtisane) van 23/3 tot 11/5 een retrospectieve van de films van Claire Denis. Op 23/3 komt Denis zelf naar Cinematek en op 30/3 volgt haar cinematografe Agnès Godard.