Dat hij overweg kan met wrekers die aan geheugenverlies lijden of snoodaards te lijf gaan in vleermuispakjes, weten we sinds zijn doorbraakfilm Memento en zijn populaire Batmantrilogie. Dat hij het mainstreampubliek zelfs droomwerelden en wormgaten kan binnenzuigen, is bekend sinds zijn ingenieuze scifitrips Inception en Interstellar. Maar ook al lardeerde hij zijn filmfantasieën steevast met aards realisme, de echte wereld én de geschiedenis, die had Christopher Nolan tot nu toe nog niet verkend. Met zijn tiende film Dunkirk - over de operatie in 1940 waarbij 338.000 door de Duitsers ingesloten geallieerde soldaten met boten werden geëvacueerd vanaf de stranden van Duinkerke - brengt hij daar verandering in. Op een manier waarop alleen Hollywoods regerende blockbusterkoning dat kan én durft.
...

Dat hij overweg kan met wrekers die aan geheugenverlies lijden of snoodaards te lijf gaan in vleermuispakjes, weten we sinds zijn doorbraakfilm Memento en zijn populaire Batmantrilogie. Dat hij het mainstreampubliek zelfs droomwerelden en wormgaten kan binnenzuigen, is bekend sinds zijn ingenieuze scifitrips Inception en Interstellar. Maar ook al lardeerde hij zijn filmfantasieën steevast met aards realisme, de echte wereld én de geschiedenis, die had Christopher Nolan tot nu toe nog niet verkend. Met zijn tiende film Dunkirk - over de operatie in 1940 waarbij 338.000 door de Duitsers ingesloten geallieerde soldaten met boten werden geëvacueerd vanaf de stranden van Duinkerke - brengt hij daar verandering in. Op een manier waarop alleen Hollywoods regerende blockbusterkoning dat kan én durft. Verwacht dus geen met bloed doordrenkte Saving Private Ryan-variant of een heroïsch oorlogsepos à la The Longest Day of A Bridge Too Far. Nolan serveert een tikkendetijdbomthriller die weliswaar in klassieke modus en op pellicule werd gefilmd maar wel meer drijft op montage dan op dialogen, en waarin verschillende tijdniveaus en vertelperspectieven vernuftig door elkaar worden verweven. Het is zijn manier om je te midden van de actie te droppen en je de chaos, claustrofobie en het zilte zeewater op een puur cinematografische manier te doen proeven. 'Het idee voor een film over het "mirakel van Duinkerke", zoals Winston Churchill het noemde, gaat al vijfentwintig jaar mee', aldus de 46-jarige regisseur, die opgroeide in Chicago en Londen, zowel een Amerikaans als Brits paspoort heeft, maar met zijn Oxfordaccent en stiff upper lip even Engels is als de Union Jack. 'Samen met een vriend en Emma (Thomas, toen zijn vriendin, nu zijn vrouw en vaste producente, nvdr.) ben ik indertijd het Kanaal overgestoken met een jacht. Wat een pleziertochtje naar Duinkerke moest worden, werd door de ruwe zee een heel intense, benauwende ervaring. En we werden geeneens door Duitsers gebombardeerd. Toen dacht ik: dit is materiaal voor een oorlogsthriller.' Christopher Nolan: Ik moet bekennen dat ik die nog altijd niet gezien heb, al weet ik dat Nemes net als ik zweert bij pellicule en analoge projectie. Men wilde Son of Saul digitaal voor me screenen. Ik heb geweigerd, omdat ik weet dat Nemes dat niet oké zou vinden. Mijn monteur Lee Smith heeft de film wel gezien, en hij vertelde me ook dat er bepaalde gelijkenissen zijn in de subjectieve manier waarop we de Tweede Wereldoorlog benaderen. Door de geschiedenis niet na te vertellen - letterlijk, met veel dialoog -, maar door je alles op een puur cinematografische manier te doen ervaren. Door het manipuleren van tijd, ritme en ruimte, door de kijker onder te dompelen. Nolan: Duinkerke is een begrip voor me. Elk Brits kind krijgt het mee op school. Maar boven op wat ik al wist, heb ik grondige research gedaan en ben ik met verschillende veteranen gaan praten. Toch zijn mijn personages fictief, net als die uit Son of Saul. Ik heb ze samengesteld op basis van feiten en getuigenissen. Ik denk dat het eerlijker is om op die subjectieve manier om te gaan met de historische realiteit dan om ze te proberen op een lineaire manier te kopiëren. Onze herinneringen verlopen ook fragmentarisch. Ze zijn een puzzel, gevormd door stukjes persoonlijk gekleurde informatie. Het is dat gevoel, dat proces dat ik wilde oproepen. Plus: het is en blijft een film, een interpretatie die haar eigen wetten heeft, die niet alleen moet documenteren maar ook meeslepen en ontroeren, zeker als je op deze schaal werkt. Nolan: Toch bij een film zoals deze. Twintig jaar geleden had ik niet bij Warner kunnen aankloppen en zeggen: 'Hey jongens, ik wil een oorlogsfilm maken, maar dan zonder hoofdpersonages, gedraaid in Imax en verteld vanuit drie verschillende perspectieven. Mag ik een cheque van jullie?' Dunkirk is het resultaat van een jarenlange vertrouwensband, en ik heb dat vertrouwen alleen kunnen verwerven door telkens realistische doelen te stellen. Following leidde tot Memento. Memento tot Insomnia. Insomnia tot Batman Begins. Enzovoort. Telkens opnieuw kon ik een beetje meer ambitieus zijn en meer vrijheid opeisen. Nolan: Ze stelden zich bepaalde vragen. Uiteraard. Zeker omdat ik hun van in het begin vertelde dat er geen grote namen in Dunkirk zouden meespelen. De meeste soldaten in de slag om Duinkerke waren tieners, en volkomen onervaren. Warner wist dus dat we nieuwe, onbekende gezichten zouden casten. Uiteindelijk hebben we met Tom Hardy, Kenneth Branagh, Mark Rylance, Cillian Murphy en Harry Styles toch aardig wat bekend volk aan boord gehaald. Dat zal voor Warner wel een opluchting geweest zijn, maar ze zijn er pas beetje bij beetje bij gekomen. Nolan: Omdat hij het prima deed tijdens de castingsessies. En omdat ik goede, jonge, onervaren acteurs nodig had. Harry heeft geen voorkeursbehandeling gekregen. Hij heeft dezelfde screentests ondergaan als alle anderen. Men stelt me vaak de vraag waarom ik Harry heb gecast. Eerlijk: ik wist amper wat One Direction was en had geen idee hoe populair Harry was. Mijn kinderen wel. Ik ben een oude kerel. (gniffelt) Het is vreemd: Leonardo DiCaprio, Al Pacino of Michael Caine waren ook geen nobele onbekenden toen ik hen castte, maar toen kreeg ik die vraag veel minder. Omgaan met bekende mensen is wat ik doe, al twintig jaar lang. Mijn taak als regisseur is potentieel zien in mensen, hoe veel of hoe weinig bagage ze ook meebrengen. Nolan: Niet zozeer uit oorlogsfilms, wel vooral uit de stille cinema. Regisseurs als F.W. Murnau en Erich von Stroheim. Hun beeldtaal was puur en autonoom, aangezien er in hun tijd nog geen dialogen waren. Het voordeel is dat je veel kunt stelen van die stille films: ze liggen niet zo vers in het geheugen, maar ogen toch fris en dynamisch. Op het gebied van suspense waren Alfred Hitchcock en Henri-Georges Clouzot de grootste inspiratiebronnen. Ach, welke film je ook maakt, je komt altijd weer uit bij de grote meesters van weleer. Nolan:(knikt) Ik denk het wel. De enige rode draad die ik zie, is het spel met vertelperspectieven, met gezichtspunten. Hoe de verteller interageert met de subjectieve interpretatie van de kijker. Als het om de manipulatie of controle van tijd gaat, is film een uniek medium. Zelfs achter de meest conventionele films steekt een heel ingenieuze mechaniek. Vaak probeert men die weg te moffelen, maar ik niet. In mijn films wil ik die tijdsmanipulatie net op de voorgrond brengen, je de structuur doen voelen en ervaren. Nolan: Lastige vraag. Je maakt de films die je kunt maken. Je moet binnenbreken in het systeem. Je moet budgetten rondkrijgen. Succesvol proberen te zijn. Maar toch wil je persoonlijke films maken over thema's die je raken. Je wilt ook niet telkens dezelfde film maken, of reactief zijn. Mensen vinden me cerebraal? Wel, ik zal ze bombarderen met emoties. Ik maak enkel fantasy? Wel, ik duw ze de realiteit in. Zo werkt het niet. Als filmfan vraag ik me ook weleens af: waarom maakt Ridley Scott zelf geen nieuwe Blade Runner? Dat zou ik dolgraag zien. Maar als filmmaker weet je hoeveel emotionele energie het kost om een film te maken, en dat kun je niet zomaar herhalen. Je evolueert, als mens en als filmmaker. Je gevoeligheden veranderen. Nolan: Voor Hans Zimmer (met wie Nolan al sinds Batman Begins samenwerkt, nvdr.) de muziek componeerde, had ik al een idee hoe de film ritmisch ineen moest steken. Ik heb het geluid van een oude klok opgenomen die je ook in de film hoort tikken, en die gebruikte ik in de montage als metronoom. Ik monteer mijn films altijd zonder muziek. Ook dat heb ik van stille cinema geleerd. De meeste regisseurs gebruiken temp music om een bepaald idee te hebben van de toon en het ritme dat ze zoeken, maar die halen ze er dan achteraf weer af om ze door nieuwe muziek te vervangen. Ik vind dat nutteloos, en storend voor een componist omdat die dan onbewust het idee krijgt dat hij die muziek moet kopiëren. Ik wil dat componisten met frisse ogen en oren met de beelden interageren, en dat heeft Hans op een briljante manier gedaan. Nolan: Voor mij is Dunkirk in de eerste plaats een survivaltrip. Als je de operatie bestudeert, valt meteen de fysieke paradox ervan op. Soldaten zitten op een strand te wachten op boten die uit Engeland moeten komen, terwijl de vijand nadert en de tijd wegtikt. Ze zitten gevangen, hoewel ze omringd worden door stranden, door water, door lucht. Daarom krijg je de Duitsers ook niet te zien. Voor die soldaten hadden de Duitse soldaten ook geen gezicht. Je ziet vliegtuigen, je hoort geweerschoten. That's it. Het gevaar is anoniem en komt van overal. Dat onzichtbare was net de bron van hun angst, van dat gevoel van beklemming. Ik hou niet van oorlogsfilms waarin plots wordt gezapt naar het gezichtspunt van de vijand. Soms kan dat voor een bepaald effect zorgen, maar vaak verstoort het de beleving. Zelfs de luchtgevechten krijg je enkel te zien vanuit het gezichtspunt van de Britse Spitfirepiloot, hoe verleidelijk het ook was om een camera op het Duitse vliegtuig te plaatsen en zo in de montage een spectaculair duel te choreograferen. Nolan:(lacht) Dat wordt lastig, want ik probeer al heel mijn carrière om die digitale ontaarden duidelijk te maken dat film nog altijd de beste kwaliteit garandeert. Niet alleen qua kleur en textuur, ook qua kijkervaring. Kijken is ook een analoog en biologisch proces. Daarom voelt film veel natuurlijker aan dan digitaal. Het sluit het best aan op de manier waarop mensen kijken. Ik bestudeer digitale alternatieven, maar die hebben stuk voor stuk anomalieën die ik ofwel lelijk vind, ofwel een zekere afstand creëren. We zitten in een rare periode. Studio's investeren massaal in nieuwe digitale projectiesystemen, maar die beginnen nu alweer ouderwets aan te voelen. Film blijft daarentegen uniek en modern. Mensen zullen cinema nooit bij hen thuis kunnen beléven. Pellicule garandeert een uniek en prachtig beeld en is al een eeuw lang de standaard over de hele wereld. Dat kun je niet zomaar vervangen. Ik heb bewondering voor filmmakers als Michael Mann en David Fincher die heel interessante dingen doen met digitale formaten, maar daarom wil je film nog niet weggooien, en daarmee alle unieke dingen die je nooit digitaal kunt kopiëren. Cinema moet je beleven in de bioscoop. Alleen daar komt het als kunstvorm volledig tot zijn recht.