Ze speelde een Holocaustoverlevende die na de oorlog een sadomasochistische affaire begint met haar nazibeul in The Night Porter (1974), ze had seks met een chimpansee in de satire Max, mon amour (1986) en ze kreeg een mep in het gezicht van Paul Newman in het rechtbankdrama The Verdict (1982). Om een riskante rol of wat controverse zat Charlotte Rampling nooit verlegen, om een dissidente mening evenmin. Toen ze twee jaar geleden voor het eerst kans maakte op een Oscar voor haar hoofdrol in het ragfijne relatiedrama 45 Years en geen enkele gekleurde acteur of actrice genomineerd bleek, was haar reactie: 'Misschien verdienen zwarte acteurs dit jaar geen nominatie.' Een storm aan kritiek was het gevolg. Van de huidige #metoo-discussie ligt ze ook niet wakker: 'Ik zou er veel over kunnen vertellen, maar dat doe ik niet.'
...

Ze speelde een Holocaustoverlevende die na de oorlog een sadomasochistische affaire begint met haar nazibeul in The Night Porter (1974), ze had seks met een chimpansee in de satire Max, mon amour (1986) en ze kreeg een mep in het gezicht van Paul Newman in het rechtbankdrama The Verdict (1982). Om een riskante rol of wat controverse zat Charlotte Rampling nooit verlegen, om een dissidente mening evenmin. Toen ze twee jaar geleden voor het eerst kans maakte op een Oscar voor haar hoofdrol in het ragfijne relatiedrama 45 Years en geen enkele gekleurde acteur of actrice genomineerd bleek, was haar reactie: 'Misschien verdienen zwarte acteurs dit jaar geen nominatie.' Een storm aan kritiek was het gevolg. Van de huidige #metoo-discussie ligt ze ook niet wakker: 'Ik zou er veel over kunnen vertellen, maar dat doe ik niet.' 'Veel mensen zien me als een monster, en misschien ben ik dat ook wel', zei het inmiddels 72-jarige stijlicoon in The Look, de docu uit 2011 over haar turbulente leven en werk, en de soms dunne scheidslijn daartussen. Daarmee refereerde la Rampling - dochter van een Engelse kolonel, die volgens haar 'een getroebleerde man' was - niet alleen aan haar afstandelijke en mysterieuze imago, dat door Dirk Bogarde ooit 'The Look' werd gedoopt. Ook naast de set en de catwalk legde ze een uiterst grillig parcours af, met twee echtscheidingen (van filmproducent Bryan Southcombe en synthesizerpionier Jean-Michel Jarre), de zelfmoord van haar oudere zus Sarah en de dood van haar partner Jean-Noël Tassez. En dan was er nog de depressie die haar gedurende het grootste deel van de jaren negentig van het scherm hield. Gelukkig laten monsters zich niet knechten en kooien. En Rampling, een melange van elegantie, kracht en breekbaarheid, al helemaal niet. Ze overwon haar depressie en sindsdien is ze helemaal terug. François Ozon schonk haar hoofdrollen in het verdwijningdrama Sous le sable (2000) en de sensuele thriller Swimming Pool (2002), en vervolgens maakte ze haar opwachting in films van Lars von Trier en Todd Solondz. Bovendien passeert ze af en toe in Hollywood, was ze te zien in videowerk van hedendaagse kunstenaars als George Drivas en Steve McQueen en klust ze nog altijd bij als fotomodel, het beroep waarmee alles voor haar begon. Fans van de veelzijdige Rampling kunnen dezer weken alvast hun hart ophalen. Zo kunt u haar niet alleen aan het werk zien in de blockbuster Red Sparrow, een thriller waarin ze Jennifer Lawrence de kneepjes van het spionagevak leert. Ze incarneert ook het titelpersonage in Hannah, een beklemmend, grotendeels in Brussel gedraaid drama van de Italiaan Andrea Pallaoro dat met zijn weinige dialogen en minimalistische stijl helemaal aan de andere kant van het filmspectrum ligt. In Hannah zet Rampling, meer met blikken en gestes dan met woorden, een huisvrouw neer die plots alleen komt te staan wanneer haar man in de gevangenis belandt, nadat die iets mispeuterd heeft dat kennelijk zo vreselijk is dat zelfs hun zoon elk contact heeft verbroken. 'Het is een mysterieuze, fysieke film', vertelt Rampling met de hese stem die samen met haar ondoorgrondelijke blik haar handelsmerk is geworden. 'Er wordt amper in gesproken, maar het is de stilte die spreekt. Ik probeer Hannahs pijn en twijfels aan de oppervlakte te brengen met mijn ogen, mijn handen, mijn hele lichaam. Het is psychisch en lichamelijk acteren. Het is geen luchtig entertainment. Er hangt een melancholische waas over het personage, maar ze maakt deel uit van een humanistische, introverte filmfamilie waartoe ook verschillende andere personages van mij behoren. Jolig en extravert liggen me niet. Hebben me nooit gelegen. Ik was altijd meer het type 'stille waters, diepe gronden'. Net als Hannah. Dat vond Andrea blijkbaar ook, want hij heeft de film speciaal voor mij geschreven.' Hannah ligt alvast mijlenver van films als Red Sparrow of Assassin's Creed, of van de tv-serie Dexter. Charlotte Rampling: (knikt) Dat spreekt me net aan. Verandering van spijs doet eten. Ik heb genoeg rollen aangeboden gekregen om een mooie Hollywoodcarrière uit te bouwen, maar ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot kleinere, artistieker films. Soms zeg ik ja tegen een Hollywoodproject omdat het me leuk lijkt, omdat er mensen in meedoen die ik waardeer en omdat het me toestaat ook eens een ander en jonger publiek te bereiken. Die Hollywoodfilms kunnen hen nieuwsgierig maken naar mijn eigenzinniger werk, of dat maak ik mezelf toch graag wijs. Ik ben de jongste jaren alvast meer op straat aangesproken over mijn rol in Dexter(waarin ze een psychiater speelt, nvdr.) dan over The Night Porter. Dat werd verdomme tijd ook. (lacht)Heb je dan spijt van The Night Porter, toch een van de meest controversiële films van de jaren zeventig? Rampling: Nee. Ik heb altijd vertrouwd op mijn instinct, en dat heeft me nooit in de steek gelaten. The Night Porter is een film die me tot op de dag van vandaag achtervolgt en waarvan ik op voorhand wel kon vermoeden dat hij reacties zou uitlokken, alleen niet zulke felle. Wat ik toen over me heen gekregen heb! Ik heb die film altijd gezien als een decadente liefdesfabel en niet als een psychologische studie over schuld en boete. Je hebt het risico in elk geval nooit geschuwd. Rampling: Je leert nu eenmaal al vallend en opstaand. Dat geldt voor alles en iedereen. Ook voor acteurs. Acteren is in de muil van de leeuw kijken en erin springen. Schrammen oplopen hoort bij de risico's van het vak. Je was destijds een van de bekendste gezichten van swinging London, maar toch besloot je eind jaren zestig in Europa te gaan acteren. In kunstfilms nog wel. Rampling: Dat was een logische keuze. De Europese cinema was toen stukken boeiender dan de Britse. Ik kreeg de kans om mee te spelen in The Damned (1969) van Luchino Visconti, een van de grootste filmmakers aller tijden en de man die ik nog steeds als mijn artistieke mentor beschouw. Zo'n kans laat je niet liggen. Visconti introduceerde mij in een heel andere filmwereld, een wereld van kunst en passie. Ik was meteen verslaafd en ben nooit meer afgekickt. Het is goed dat er een afstand zit tussen waar je vandaan komt en waar je je momenteel bevindt, zowel fysiek als mentaal. Ik heb de dingen altijd graag van een afstand geobserveerd. Dat had ik als kind al, wellicht omdat ik vaak verhuisde aangezien mijn vader militair was. Van een afstand zie je de dingen scherper. Ik heb me altijd comfortabel gevoeld in de rol van outsider, misschien uit zelfbescherming. Je noemt Visconti jouw artistieke mentor. Nochtans had hij de reputatie extreem veeleisend te zijn. Rampling: Dat was hij ook. Dat moet je zijn, als je goede kunst wilt creëren. Visconti kon hard zijn voor zijn medewerkers, zeker voor de mannen. Maar hij was poeslief voor de vrouwen met wie hij werkte. Zijn moeder was de liefde van zijn leven, en ik denk dat zijn actrices - ik, Silvana Mangano, Claudia Cardinale, Romy Schneider - daar symbool voor stonden. Hij was een van de meest genereuze en wijze regisseurs met wie ik heb gewerkt. Je bent in de jaren negentig om privéredenen een tijd gestopt met acteren. Rampling: Ik heb diep gezeten. François Ozon bood me toen Sous le sable aan, een film over rouw en verlies die heel persoonlijk voelde. Achteraf gezien heeft dat me geholpen om uit het dal te klauteren, al heb ik geaarzeld en vond ik het destijds pijnlijk om te doen. Ik weet niet of ik zonder Ozon, en vooral ook zonder mijn toenmalige partner (de zakenconsultant Jean-Noël Tassez, die in 2015 overleed aan kanker, na een relatie van twintig jaar, nvdr.) nog was teruggekeerd. Niet omdat ik niet wilde, maar omdat ik de kracht niet vond. Het is ook niet van de ene dag op de andere gegaan. Ik heb mijn tijd moeten uitzitten en ik denk dat mijn demonen op den duur een beetje op me uitgekeken waren. (lachje) Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet goed hoe ik het overleefd heb. Het enige wat ik weet, is dat ik hier zit en me opnieuw amuseer. Meer dan ooit tevoren. Dat is het belangrijkste. Je blijkt ook populairder dan ooit, terwijl veel actrices het na hun vijftigste lastig hebben om nog aan de bak te komen. Rampling: Vooral in Hollywood, omdat de meeste films daar gericht zijn op tieners, zeker de jongste jaren. Dat is commercieel gezien contraproductief. Mensen leven alsmaar langer, volwassenen hebben tijd en geld, waarom zou je dan het grootste deel van je publiek moedwillig van je vervreemden? In Europa heeft men die obsessie met de jeugd veel minder. Weet je: toen Visconti me vroeg voor The Damned, was ik eigenlijk te jong voor die rol, maar hij zei: 'Jij hebt alle leeftijden.' Toen vond ik dat niet leuk om te horen, maar nu doe ik er volop mijn voordeel mee. En anders zijn er altijd nog antirimpelcrèmes. (lacht)