Krijgt Jane Campion, 27 jaar na The Piano, eindelijk opvolging als vrouwelijke laureaat van de Gouden Palm? Dat was de vraag die afgelopen mei in Cannes op ieders lippen brandde. Van alle competitiefilms had Céline Sciamma's Portrait de la jeune fille en feu namelijk de hoogste quoteringen laten optekenen in de vakbladen. Bovendien leek de wind, zeker in deze tijden van MeToo, Time's Up en aanverwante genderdiscussies, extra gunstig te zitten voor haar prachtige lesbischeliefdesballade. Tot de prijzen werden uitgedeeld, de Franse regisseuse zich tevreden moest stellen met de prijs voor het beste scenario en de Gouden Palm weer eens naar een vent ging. Naar de Koreaan Bong Joon-ho om precies te zijn, voor zijn weliswaar eveneens uitmuntende klassensatire Parasite.

Vrouwen en minderheden eisen hun rechten op en hop: daar zijn het nationalisme, fanatisme en fascisme weer.

Veel straffer, aangrijpender en sensueler had Sciamma, die al een decennium tot de fine fleur van de Franse film behoort, nochtans niet uit de hoek kunnen komen. Gooide ze al hoge ogen met hippe, hedendaagse coming-of-agefilms als Tomboy (2011) en Bande de Filles (2014), dan gaat ze in Portrait de la jeune fille en feu voor het eerst de historische toer op. In haar vierde film flitst Sciamma je terug naar het Bretagne van de achttiende eeuw, en toont ze hoe de schilderes Marianne (Noémie Merlant) de opdracht krijgt om een portret van de jonge aristocrate Héloïse (Adèle Haenel) te maken, maar dan het liefst zonder dat die daar lucht van krijgt. Het schilderij moet immers dienen als visitekaartje voor geïnteresseerde partijen aan wie Héloïse, die tevoren in een klooster zat, kan worden uitgehuwelijkt. Dat ziet Héloïse hoe dan ook niet zitten, wat Mariannes taak er, tussen de steelse blikken, terloopse gesprekken, gespannen stiltes en sluimerende verlangens, niet makkelijker op maakt.

Aan exquise historische tableaus geen gebrek, maar wat deze kostuumfilm écht zo ontroerend, memorabel en bovenal actueel maakt, is de tactiele, complexe en sensuele manier waarop Sciamma de vrouwelijke seksualiteit en emancipatiestrijd verkent. Daarvoor kan ze bogen op nieuwkomer Noémie Merlant én op Adèle Haenel, haar voormalige levensgezel die ze in haar debuutfilm Naissance des pieuvres (2007) ook al een prachtrol bezorgde.

Verwacht dan ook geen hitsige stoeipartijen, met voyeuristisch genoegen geschoten vanuit de male gaze, zoals in Abdellatif Kechiches La vie d'Adèle (nog zo'n lesbischeliefdesfilm, die in Cannes furore maakte en in 2013 wél met de Gouden Palm werd bekroond). Sciamma serveert een geduldige, ingetogen, trefzeker op doek geborstelde romance tussen twee jonge vrouwen die zich elk op hun manier opgesloten voelen door de patriarchale conventies, maar die zich scène na scène, poseersessie na poseersessie en schets na schets blootgeven en verlossing vinden in elkaar.

'Toen ik in 2014, net nadat ik Bande de filles af had, aan het script begon, had ik al het gevoel dat het een goed moment was om dit verhaal te vertellen', legt Sciamma uit. 'Je voelde ook voor MeToo en Time's Up dat er opnieuw meer aandacht was voor feministische en genderthema's. Het is de film waarvan ik al jaren droomde, maar ik wist dat het moeilijk zou worden om het project van de grond te krijgen. Het is in de eerste plaats een historische film, en die kosten nu eenmaal meer en vragen meer voorbereiding. Bovendien raakte ik aanvankelijk niet verder dan een pitch van drie, vier lijnen. Ik wist zo precies wat ik wilde dat het lastig was om de juiste balans te vinden, de juiste woorden, de juiste vorm.'

Waar bleef je dan aan haperen?

Céline Sciamma: Ik wilde meer dan zomaar een liefdesfilm maken. Ik wilde het proces van verliefd worden vatten, hoe twee mensen stap voor stap naar elkaar toe groeien, met alle begeerte maar ook alle frustratie, getalm en onzekerheden die daarbij horen. In een Hollywoodromance worden die meestal overgeslagen. Ik wilde er, net als mijn personages, de tijd voor nemen, tijd die er in cinema vaak niet is. Ik wilde er ook op een intellectuele en niet op een voyeuristische manier naar kijken. De film toont niet alleen de liefde, maar vertelt ook iets over de filosofie van de liefde. Bovendien wilde ik dat de film iets episch en iconisch had, dat hij zich inschreef in de filmtraditie van grote, klassieke romances als The Piano en Titanic. Ik wilde zoveel dat ik aanvankelijk blokkeerde.

Titanic? Die met Leonardo DiCaprio, Kate Winslet en die zinkende boot?

Sciamma: Jazeker. Dat vind ik een geweldige liefdesfilm. Die had ook die balans tussen het sentimentele en melodramatische én het rationele en contemplatieve. Want in feite is het één lange flashback over een tragische, gedoemde liefde. Bovendien gaat Titanic in essentie over hoe liefde je emancipeert. Mijn film gaat daar ook over, maar doet het met twee vrouwen en zonder boot. (lacht)

Je vorige films speelden zich in het heden af en gingen over opgroeiende tieners. Deze is grootser, ambitieuzer, complexer en weidser.

Sciamma:(knikt) Ik ben nu veertig en ik voelde me klaar om de stap te zetten. Ik wilde dit keer volwassen personages creëren, met complexere emoties. Plus: ik wilde ook eens met professionele acteurs werken. Tomboy en Bande de filles gaan over adolescenten die de liefde ondergaan en ontdekken. Zij werden gespeeld door jongeren die voor het eerst voor de camera stonden. De personages in deze film beleven de liefde ten volle, op een rationele en fysieke manier. Ik wilde ook iets zeggen over vrouwelijke kunstenaars. Vandaar dat Marianne een schilderes is. De kunstcanon bestaat voor het overgrote deel uit mannen, omdat hij van oudsher ook door mannen wordt opgesteld. Maar ook vroeger waren er heel wat fantastische, vrouwelijke kunstenaars. Ik denk aan Artemisia Gentileschi, Angélica Kauffmann of Elisabeth Vigée-Le Brun. Zij moesten opboksen tegen vooroordelen, kregen restricties opgelegd of werden niet au sérieux genomen. Die genderongelijkheid binnen de culturele sector is er nog steeds. In die zin is dit mijn meest actuele, politieke én persoonlijke film, ook al speelt hij zich af in de achttiende eeuw en gaat hij over de liefde. Ik ben een filmmaker én ik ben lesbisch. Ik ben Marianne. Ik ben Héloïse.

Had je de film dan niet in het hier en het nu kunnen laten afspelen aangezien hij over het hier en het nu gaat?

Sciamma: Ik wilde een nieuwe speeltuin, en door die historische afstand kon ik moediger en directer zijn. Laat je een film over lesbische, artistiek aangelegde vrouwen zich afspelen in het hier en het nu, dan wordt het snel minder suggestief, minder universeel ook. De geschiedenis is officieel, het heden bestaat uit meningen. Of dat beeld leeft althans. Eerlijk? Ik heb even overwogen om het verhaal in de Parijse banlieues te situeren, maar de decors waren op dat moment al gebouwd en dus kon ik niet meer terug. Gelukkig maar, besef ik nu. Bovendien voelde het niet aan alsof ik iets anders aan het doen was dan voorheen. Al mijn films spelen zich af in een mentale ruimte. Of die zich in het achttiende-eeuwse Bretagne of in de Parijse banlieues van vandaag bevindt, maakt op zich weinig uit. Het enige verschil was dat ik er over moest waken dat er geen gsm's, jeansbroeken of andere anachronismen in beeld kwamen. (lacht)

Je noemt Artemisia Gentileschi en Angélica Kauffmann als beroemde, vrouwelijke schilders uit het verleden. Heb je Marianne naar hen gemodelleerd?

Sciamma: Nee. Ik wilde doen wat Jacques Rivette deed in La belle noiseuse: een schilder uitvinden, een oeuvre uitvinden. Er zijn veel films over schilders, maar dat zijn bijna allemaal biopics. Ik heb wel veel research verricht. Gentileschi en Kauffmann waren sterren, maar ik wist niet dat er in de zeventiende en achttiende eeuw zoveel vrouwelijke schilders waren die ook echt een carrière hadden. Alleen kwam er naderhand een backlash die hen opnieuw uit de geschiedenisboeken wiste, en daarna werd het nog moeilijker voor vrouwen om zich artistiek te profileren. Men zegt vaak dat de geschiedenis een verhaal van langzame progressie is, maar dat geldt niet als het om vrouwenrechten gaat. Kijk naar wat er nu weer gebeurt. Je ziet die backlash ook met MeToo, met alle seksisme, conservatisme en homofobie dat opnieuw de kop opsteekt. Rechten waarvan je dacht dat ze eindelijk verworven waren, worden opnieuw in vraag gesteld en moeten opnieuw worden geclaimd. Vrouwen eisen hun rechten op. Minderheden eisen hun rechten op. En hop: daar zijn het nationalisme, fanatisme en fascisme weer. En overal moeten vrouwenrechten er als eerste aan geloven.

Ik ben een filmmaker én ik ben lesbisch. Ik ben Marianne. Ik ben Héloïse.

Je hebt in Frankrijk de 5050 by 2020-beweging mee opgericht, die ernaar streeft om in 2020 evenveel vrouwen als mannen aan de slag te krijgen op alle niveaus binnen de filmsector. Dat is ambitieus.

Sciamma: 5050 by 2020 wordt gedragen door vrouwen én mannen, en veel mannelijke regisseurs strijden aan onze zijde. Alleen hoor ik vaak zeggen: je hebt de mannen nodig als je de revolutie wilt doen slagen. Maar is dat zo? Mannen hebben vrouwen net in een minderwaardige positie geduwd. Ze bleven de touwtjes in handen houden. Ze bleven de controle houden over de sociale status van vrouwen, en over hun lichaam. Dat is de reden waarom de genderrevolutie niet is geslaagd, niet omdat wij vrouwen de mannen niet aan onze kant hadden. Dat is de dingen omdraaien. Als er dingen positief evolueren, dan is dat omdat vrouwen vooropgingen in de strijd, omdat wij het proces in gang hebben gezet. Ik hoop dat vele mannen zullen volgen.

La vie d'Adèle was ook een film over een lesbische romance, maar kreeg veel kritiek omdat hij voyeuristisch zou zijn en lesbische liefde toont vanuit een strikt mannelijk, heteroseksueel perspectief. Wat vond je daarvan?

Sciamma: Ik vind La vie d'Adèle mooi. Natuurlijk is dat een male gaze-film, en de seksscènes interesseren me niet, maar ik vind het boeiend om te zien hoe een heteroseksuele man naar lesbische vrouwen kijkt. Ik heb daar uiteraard ook niets op tegen. Ik wil alleen meer diversiteit. Ik wil films zien vanuit een mannelijk standpunt én vanuit een vrouwelijk standpunt. Het is fantastisch dat films met elkaar kunnen dialogeren vanuit een verschillend genderperspectief. Inclusiviteit gaat niet over uitrekenen hoeveel films van vrouwen en holebifilms er moeten zijn, alsof het alleen over percentages en quota's gaat. Men tracht er iets saais en theoretisch van te maken. Inclusiviteit gaat over mensen de vrijheid geven om zich te uiten, wie ze ook zijn. Het gaat niet over een mathematische balans vinden, over moraliseren, over zeggen wie wat mag doen, over restricties opleggen. Het gaat om vrijheid, fun en opwinding.

Als het zo zit: laat de revolutie beginnen!

Portrait de la jeune fille en feu

Vanaf 2/10 in de bioscoop.

Céline Sciamma

Geboren in 1978 in Pontoise, in de buurt van Parijs.

Studeert Franse literatuur, en daarna scenario aan de bekende filmhogeschool La Fémis.

Draait in 2009 de kortfilm Pauline voor een overheidscampagne tegen homofobie.

Schrijft het scenario van de animatiefilm Ma vie de Courgette (2016) en pent ook mee aan de successerie Les revenants (2013).

Richt de 5050 by 2020-beweging op, het Franse antwoord op Time's Up dat ijvert voor gendergelijkheid binnen de filmsector.

Werkt vaak samen met componist en electronicaproducer Para One.