Als praten niet helpt, zing er dan over. Dat ontdekken enkele Britse soldatenvrouwen als in 2011 hun partners naar Afghanistan trekken in The Singing Club, de op feiten gebaseerde feelgoodkomedie van The Full Monty-regisseur Peter Cattaneo. Om het wachten draaglijk te maken, richten de officiersvrouwen Lisa (Sharon Horgan) en Kate een vrouwenkoor op. 'Eigenlijk haat ik zingen', zegt Kristin Scott Thomas, de 60-jarige Britse schermlegende die als de opgedraaide Kate de zingende vrouwen vooral discipline wil bijbrengen. 'Dat komt omdat ik op de nonnenschool in een koor zat en ik écht niet kon zingen. Nu ik daar contractueel onmogelijk onderuit kon, ontdekte ik gelukkig wel het plezier van samenzang. (lacht)'
...

Als praten niet helpt, zing er dan over. Dat ontdekken enkele Britse soldatenvrouwen als in 2011 hun partners naar Afghanistan trekken in The Singing Club, de op feiten gebaseerde feelgoodkomedie van The Full Monty-regisseur Peter Cattaneo. Om het wachten draaglijk te maken, richten de officiersvrouwen Lisa (Sharon Horgan) en Kate een vrouwenkoor op. 'Eigenlijk haat ik zingen', zegt Kristin Scott Thomas, de 60-jarige Britse schermlegende die als de opgedraaide Kate de zingende vrouwen vooral discipline wil bijbrengen. 'Dat komt omdat ik op de nonnenschool in een koor zat en ik écht niet kon zingen. Nu ik daar contractueel onmogelijk onderuit kon, ontdekte ik gelukkig wel het plezier van samenzang. (lacht)' Zingen is voor de vrouwen een middel om te vergeten wat er aan het front gebeurt. Zelf verloor je op jonge leeftijd jouw vader én stiefvader, die allebei Royal Navy-piloot waren. Herken je die verlammende angst? Kristin Scott Thomas: Mijn hele carrière is gebouwd op dat gevoel. Wist je dat tijdens veel oorlogen de families van de soldaten gewoon in het spoor van de troepen meereisden? De soldatenvrouwen zaten dan samen met hun gezin in een tent te koken, enkele kilometers van de frontlinie verwijderd. Dat verhaal van de achterblijvers fascineert me mateloos. In The Singing Club wordt de frontlinie resoluut voor het thuisfront verruild. Besteedt cinema eindelijk aandacht aan diegenen die het medium al jaren negeerde? Scott Thomas: Ja, dat is toch een van de dingen die me aantrok bij The Singing Club. Eigenlijk zag je in 2011 die rouwende vrouwen en gezinnen voor het eerst, toen er soldaten in een doodskist uit Afghanistan terugkwamen. Dat kwam hard binnen, ook omdat het er zoveel waren. Die achterblijvers kwamen ook aan bod in de media, maar daar werden ze soms afgerekend op hoeveel of hoe weinig ze huilden. Echt? Dat zijn ménsen en geen tv-personages. Ik wilde van hen het echte verhaal wel eens horen. Ben je met hen gaan praten? Scott Thomas: Ja, maar velen van hen waren al opgedoken in de fantastische BBC-reeks The Choir: Military Wives. Wat opviel, was dat je op zo'n militaire basis - waar veel soldatengezinnen wonen - in een alternatieve realiteit leeft. Als er een lampje kapot is, mag je dat niet zelf vervangen maar moet iemand van het ministerie van Defensie dat komen doen. Daarnaast verhuizen zulke families zo vaak dat ze zich nergens echt thuis kunnen voelen. Dat is moeilijk, zéker voor kinderen. Niet gek dat veel soldatenkinderen in de filmindustrie zijn beland. Denk maar aan Charlotte Rampling of Jane Birkin. Wij voelen ons goed bij dat zwerversbestaan. Ook de eenzaamheid die met zo'n leven gepaard gaat, komt in de film aan bod. Is alleen zijn iets voor jou of verdrijf je dat zoals Kate liever met teleshopping? Scott Thomas: Ik kan echt genieten van alleen zijn. Soms zie ik, zonder dat ik het goed besef, drie dagen niemand. Ik ben blijkbaar mijn eigen beste gezelschap! (lacht) Spijtig dat ik geen hond meer heb om uit te laten. Vroeger was dat mijn ideale excuus om even alleen te zijn. Gelukkig heb ik nog een huis op het platteland dat bijna uit elkaar valt. Als ik zeg dat ik daar wat ga klussen laten ze me blijkbaar ook met rust. Dit jaar ben je zestig geworden. Je bent al dertig jaar vrijwel continu op het scherm te zien. Scott Thomas: Juist daarom wordt tijd voor jezelf zo kostbaar! (denkt na) Ik heb al zo vaak aan stoppen gedacht. Als je zoals ik al meer dan veertig jaar hetzelfde doet, is het niet gek om te denken: dit verdraag ik niet langer. Je wilt soms gewoon eens iets anders. Is dat omdat je vroeger vaak voor dezelfde rollen werd gecast, namelijk de ietwat koude en bitse vrouw? Scott Thomas: Niet echt, dat ging meestal in fases. Gelukkig ga je binnenkort The Sea Change van de Britse schrijfster Elizabeth Jane Howard verfilmen. Regisseren is toch weer iets anders dan acteren? Scott Thomas:(droog) Nee, ik ben geen regisseur. Dat project is tot mijn grote spijt mislukt. Daar wil ik niet over praten, oké? Tv dan maar. Onlangs speelde je een gastrol in Fleabag. Je speech over de menopauze raakte toen een gevoelige snaar. Zie je brood in tv-fictie? Scott Thomas: Zeker. Ik ben op televisie begonnen en tv-fictie wordt steeds beter. Dan heb ik het niet enkel over de goede verhalen die daar worden verteld, maar evengoed over de technische kant ervan. Als ik het gemiddelde tv-toestel van nu vergelijk met het draagbare zwart-witschermpje dat wij vroeger hadden, dan zijn dat al bijna bioscoopschermen. Ik denk dat ik in de toekomst wel vaker tv-werk zal doen.