Fahrenheit 451 - de roman dus - is een dystopische klassieker uit 1953 waarin auteur Ray Bradbury een toekomst schetst waarin boeken verbrand worden. En die is volgens Ramin Bahrani, de Amerikaans-Iraanse regisseur van indieparels als Man Push Cart (2005), Chop Shop (2007), Goodbye Solo (2008) en 99 Homes (2014), nog altijd brandend actueel. Hij nam de taak op zich om Bradbury's grimmige toekomstvisioen voor HBO opnieuw te verfilmen, iets meer dan een halve eeuw nadat François Truffaut zich voor de bioscoop al eens aan een, behoorlijk artistieke, adaptatie had gewaagd.
...

Fahrenheit 451 - de roman dus - is een dystopische klassieker uit 1953 waarin auteur Ray Bradbury een toekomst schetst waarin boeken verbrand worden. En die is volgens Ramin Bahrani, de Amerikaans-Iraanse regisseur van indieparels als Man Push Cart (2005), Chop Shop (2007), Goodbye Solo (2008) en 99 Homes (2014), nog altijd brandend actueel. Hij nam de taak op zich om Bradbury's grimmige toekomstvisioen voor HBO opnieuw te verfilmen, iets meer dan een halve eeuw nadat François Truffaut zich voor de bioscoop al eens aan een, behoorlijk artistieke, adaptatie had gewaagd. Even schetsen: Bradbury's roman gaat over een door televisie beheerste wereld waarin boeken verboden zijn omdat mensen zich er slecht door voelen en ze hen doen nadenken. Ze krijgen al hun informatie, kennis en emoties binnen via muurgrote flatscreens die alleen maar hersenloze soaps uitzenden. Brandweermannen zijn niet langer brandblussers, maar brandstichters en moeten de nog resterende boeken opsporen en verbranden. 451° Fahrenheit is namelijk de temperatuur waarop papier vlam vat (al heeft Bradbury zich volgens wijsneuzige bollebozen hier vergist: het zou zo'n 450° Celsius zijn). Een overijverige brandweerman, Guy Montag, komt tot inkeer en keert zich tegen zijn baas. 'Ik hield van de roman. En van Bradbury', zegt Bahrani wanneer we hem spreken in het New Yorkse hoofdkwartier van HBO. 'Ik heb het boek ontdekt in de middelbare school - het wordt trouwens nog vaak op scholen gebruikt. Bradbury's kracht zat 'm in de manier waarop hij een toekomst opriep die in zowat elk tijdperk angstaanjagend actueel is.' Al is Bradbury's premisse door de voortschrijdende technologie, door het internet en social media, ondertussen aardig gedateerd. Dat realiseerde Bahrani zich ook toen hij zo'n drie jaar geleden aan Fahrenheit 451 begon, toevallig ook zijn eerste romanadaptatie. 'Als ik vandaag jouw huis zou binnenstormen en al jouw boeken verbranden, zou je eens goed met mij lachen en alles opnieuw downloaden uit de cloud. Bradbury heeft indertijd veel voorspeld - dat flatscreens en draadloze oortjes ingeburgerd zouden raken bijvoorbeeld - maar het internet niet. Niemand heeft het internet kunnen voorspellen.' In Bahrani's Fahrenheit 451 verloopt alle communicatie via The Nine, een soort kruising tussen een sociaal medium en een tv-station dat de mensen constant toespreekt. Brandweermannen steken alle boeken die ze op hun pad vinden in de fik. Die verbrandingen worden geprojecteerd op schermen zo groot als wolkenkrabbers, terwijl de emoji's en likes van de juichende massa voorbijvliegen, als in een live Instagram-story. Dissidenten die nog boeken bewaren, worden opgejaagd en gebrandmerkt als 'eels'. Hun identiteit wordt digitaal gewist. Nog een verschil met het boek: de pompiers vernietigen niet enkel literatuur. Ook alles wat op computers en tablets kan worden opgeslagen, van kunst tot muziek en journalistiek werk, moet op de schop. 'Technologie was mijn manier om Bradbury's roman te moderniseren. Ik heb veel elementen getweakt, omdat ik denk dat Bradbury daar niet tegen geweest zou zijn. Hij heeft zelf nog meegewerkt aan verschillende adaptaties, waaronder een toneelstuk en een musical, en zelfs aan een videogame gebaseerd op Fahrenheit 451. ' Er zit een scène in de film die helemaal opgedragen is aan het edele beroep van journalisten, vertelt Bahrani. Keir Dullea, de hoofdrolspeler uit 2001: A Space Odyssey, speelt een oudere dissident die gearresteerd wordt door The Ministry - het regime dat alles controleert - net voordat hij een videoboodschap de wereld in zou sturen over een tijd waarin er nog zoiets bestond als jobs voor journalisten. Als in: mensen die dagen, soms maanden, bezig zijn met het schrijven van een artikel dat door iedereen kan worden gelezen, op papier of op het internet. 'Ik wilde dolgraag Dullea casten, niet alleen omdat hij Keir Dullea is, de man die HAL vermoordt in 2001,' zegt de regisseur, 'maar vooral omdat hij een geweldige acteur is en omdat ik in de film verwijs naar A Space Odyssey. HAL duikt in mijn film weer op, in de vorm van Uxie, een gelijkaardige personal assistant, die in elk huishouden dicteert wat mensen moeten doen, hoe ze zich moeten voelen, welke historische feiten echt zijn en welke vals. Als brandweerman Guy vraagt wie Benjamin Franklin is, antwoordt Uxie met een leugen: "De man die de brandweerbrigade heeft opgericht, om boeken te verbranden."' Bradbury schreef het boek in de tijd van het mccarthyisme, toen Amerika in de greep was van een paranoïde vrees voor Russische spionnen en communistische infiltratie. 'Hij waarschuwde ervoor dat mensen hun aandacht zou verslappen, dat ze de tijd niet meer zouden nemen om een artikel volledig te lezen en zich zo een eigen, genuanceerde mening te vormen, ' zegt Bahrani. 'Ondertussen nemen we fake news voor waar aan van zodra het op onze Facebook-tijdlijn staat. De helft van de woorden die we online lezen bestaan uit emoji's. We staan onze privacy af aan grote bedrijven, in ruil voor op maat gemaakte reclame die ons geluk beweert te bestendigen maar ons in wezen niets bijbrengt. En Bradbury vreesde dat we zelf voor die toekomst zouden kiezen. Die waarschuwing onderscheidde zijn roman van andere dystopieën.' Fahrenheit 451 komt - de vertoning in Cannes buiten beschouwing gelaten, niet uit in de bioscoop, wel op tv. O ironie: was Bradbury er niet van overtuigd dat tv de grootste gifverspreider tegen kritisch denken was? Bahrani knikt. 'Maar hij was geen rabiate tegenstander van technologische vooruitgang. Hij schreef in de jaren tachtig en negentig 65 afleveringen van The Ray Bradbury Theater, een anthologieserie die voor een stuk gebaseerd was op zijn verhalen, waarvan zes afleveringen trouwens voor HBO. Hij hield van technologie, van allerlei kunstvormen, waaronder cinema. Hij heeft nog meegewerkt aan het scenario van John HustonsMoby Dick-verfilming. Bradbury was bang voor de dingen waarover ik ook mijn bezorgdheid uit in de film: een bombardement van hapsnap entertainment, gigantische beeldschermen die veelal afschrikwekkende propaganda uitzenden. Natuurlijk was Bradbury ervan overtuigd dat een goede film mensen tot nadenken aanspoort. Ik hoop dat mijn film dat ook zal doen. Ik heb trouwens mijn hoofdrolspeler Michael B. Jordan gecast omdat ik al fan van hem ben sinds hij in The Wire meespeelde, een tv-serie waarover nog steeds les wordt gegeven op universiteiten over het hele land. Hoe ironisch is dat?! (lacht)'