'Mijn film is géén remake, maar een nieuwe adaptatie van Daphne du Mauriers roman.' Ben Wheatley wil het on the record hebben nog voor ons interview goed en wel begonnen is. Maar de Britse regisseur van prima, in bloed, venijn en donkere humor gesopt genrespul als Down Terrace (2009), Kill List (2011), Sightseers (2012) en A Field in England (2013) weet natuurlijk ook dat elke cinefiel de vergelijking zal maken met Hitchcocks macabere liefdessprookje uit 1940. Voor wie die klassieker nooit heeft gezien: daarin hertrouwt de steenrijke weduwnaar Maxim de Winter (Laurence Olivier) met een zelfbewuste gezelschapsdame (Joan Fontaine), maar het duurt niet lang vooraleer het koppel zich in het familielandhuis Manderley achtervolgt voelt door de geest van Rebecca, De Winters eerste, alom aanbeden vrouw, die in dubieuze omstandigheden om het leven is gekomen.
...

'Mijn film is géén remake, maar een nieuwe adaptatie van Daphne du Mauriers roman.' Ben Wheatley wil het on the record hebben nog voor ons interview goed en wel begonnen is. Maar de Britse regisseur van prima, in bloed, venijn en donkere humor gesopt genrespul als Down Terrace (2009), Kill List (2011), Sightseers (2012) en A Field in England (2013) weet natuurlijk ook dat elke cinefiel de vergelijking zal maken met Hitchcocks macabere liefdessprookje uit 1940. Voor wie die klassieker nooit heeft gezien: daarin hertrouwt de steenrijke weduwnaar Maxim de Winter (Laurence Olivier) met een zelfbewuste gezelschapsdame (Joan Fontaine), maar het duurt niet lang vooraleer het koppel zich in het familielandhuis Manderley achtervolgt voelt door de geest van Rebecca, De Winters eerste, alom aanbeden vrouw, die in dubieuze omstandigheden om het leven is gekomen. Het schimmige, contrastrijke zwart-wit uit Hitchcocks adaptatie, indertijd bekroond met de Oscar voor beste film, verving Wheatley door glanzende kleuren. De smachtende, gepijnigde gezichten van Hollywoodgrootheden Fontaine en Olivier als het geplaagde koppel door die van Lily James en Armie Hammer (zie foto hierboven). Hier en daar voegt Wheatley er een stemmige folkballade, een speelse knipoog en een digitaal gepimpt shot aan toe. Maar gebleven zijn de echtelijke achterdocht, de gistende paranoia, de sluimerende suspense en de huiselijke gothic horror, maar vooral: de deugddoend ouderwetse, filmische zin voor plot, sfeer en karakter. Voor Wheatley is het niet de eerste keer dat hij zich aan een riskante verfilming van een berucht boek met flink wat pophistorische bagage waagt. Vijf jaar geleden vertaalde hij al, weliswaar met wisselend succes, J.G. Ballards dystopische cultroman High-Rise naar het witte doek. Wel nieuw is dat zijn behoorlijk loyale lezing van de in 1938 gepubliceerde mysterieroman van Du Maurier, aan wier morbide koker ook de huiverklassiekers The Birds en Don't Look Now ontsnapten, deze keer niet in de bioscoop te zien zal zijn. Het project, dat door filmstudio Working Title al in de steigers was gezet nog voor de Britse beeldenstormer aan boord kwam, komt vanaf 21 oktober exclusief op Netflix. 'Uiteraard hoop ik dat de film hier en daar een bioscooprelease krijgt, wat Netflix ook heeft beloofd', zegt Wheatley vanuit zijn eigen Manderley: een huurhuis in LA waar hij al sinds de lockdown vastzit, wachtend tot hij opnieuw met de actieblockbuster Tomb Raider 2 aan de slag kan. 'Ik heb er tenslotte maanden aan gewerkt om elk detail, elk shot, elk geluid goed te krijgen. Fuck, door corona heb ik zelfs zes maanden langer dan voorzien in postproductie gezeten. Als het nu nog niet goed zit... (lacht) Kijk, ik wist op voorhand met wie ik in zee ging en dan moet je achteraf niet zeuren als de mensen je film ontdekken op hun laptop. Martin Scorsese en Alfonso Cuarón zeurden daar ook niet over. Het is zelfs voor grote filmmakers het nieuwe normaal.' Een nog groter filmmaker is Alfred Hitchcock, die van Du Mauriers Rebecca in 1940 al een klassieker maakte. Schrok dat gegeven je niet af? Ben Wheatley: Die film is ondertussen tachtig jaar oud. Ik denk niet dat tien procent van het filmpubliek van vandaag die heeft gezien, dus waarom zou dat me afschrikken? Mijn versie staat er los van. Het gaat me om het boek van Du Maurier, dat fantastisch is. Toen deze film in 2018 toevallig bij mij terechtkwam, aangezien enkele andere projecten bij Working Title bleven aanslepen, heb ik het boek voor de eerste keer gelezen. En uiteraard heb ik de Hitchcockfilm opnieuw bekeken. Waarop je meteen besloot om ervoor te gaan? Wheatley: Twee dingen vielen me op. Eén: Hitchcock heeft verschillende passages uit het boek onaangeroerd gelaten, waardoor er ruimte was voor een nieuwe interpretatie. En twee: ik herinnerde me de film ook compleet verkeerd. Ik had een victoriaans melodrama in een weelderig spookhuis voor ogen, wat het voor een stuk ook is. Maar de morbide humor, de psychoseksuele teneur, de ingenieuze twists, die was ik vergeten. Ik wist zelfs niet eens meer dat het verhaal zich in de jaren veertig afspeelde, en niet in de negentiende eeuw, omdat het iets transcultureels en tijdloos heeft. Nochtans ken ik mijn filmklassiekers, maar dit was iets dat genres, tijden en tradities ontsteeg - en kijkers op het verkeerde been kon zetten. Al die dingen samen sterkten me in het idee dat er een andere, hedendaagser lezing in zat. Plus: ik heb altijd al zo'n chique, romantische kostuumthriller willen maken. Het was een uitdaging die ik niet kon laten liggen, en ik had op dat moment toch niks beters te doen. (lacht)Vijf jaar geleden verfilmde je al High-Rise van J.G. Ballard, terwijl je voordien altijd je eigen scenario's schreef. Wheatley: Ik verwacht deze keer minder haatmail. Ballard-fans zijn behoorlijk fanatiek heb ik kunnen ontdekken. (lacht) Een boek is een darkroom waarin de auteur de zaklamp vasthoudt en je bepaalde delen van de ruimte laat zien, terwijl een film álle ruimtes verlicht. Du Maurier toont enkel wat mevrouw De Winter denkt en voelt, haar angsten, haar verlangens. Het verhaal speelt zich deels af in haar hoofd, en eigenlijk doet Maxim niks met haar, wat het lastig maakte om uit te beelden en de spanning erin te houden. In die dramatische en ruimtelijke beperking liggen net de uitdaging en het potentieel. Hitchcock deed niks liever dan zich opsluiten in het hoofd van zijn personages en in enge huizen en ruimtes. Wat je niet ziet, is stukken akeliger en opwindender dan wat je wel ziet. Omdat het de kijker confronteert met zijn eigen fantasmen en voyeuristische impulsen, en omdat het hem de rest van de verlichte kamer opnieuw doet vergeten. Dat is de les die Hitch me heeft geleerd. Hoewel jouw Rebecca géén remake is en volledig los staat van Hitchcocks versie. Wheatley: Ik ben niet onnozel. Tuurlijk zullen er vergelijkingen worden gemaakt. Maar als je eenmaal aan het scenario begint te sleutelen en later als je op de set staat, ben je vertrokken met je eigen ding en denk je geen seconde meer aan die historische ballast. 't Is te zeggen: tot je in de montagekamer met een scène bezig bent waar je niet meteen uit raakt. Dan voel je het spook van Hitch plots grijnzend over je schouder loeren en denk je: fuck, wat doe ik mezelf aan? (lacht) Tuurlijk waren er zo'n momenten, maar dat maakt het nog spannender. Rebecca is een psychoseksuele thriller over onder meer falende mannelijkheid, een thema dat je ook tackelde in Kill List, Sightseers, A Field in England en High-Rise. Wheatley: Geen idee waarom dat me zo intrigeert. Maar je hebt gelijk. Het keert telkens terug. Vooral wanneer je denkt dat je iets compleet nieuws aan het doen bent. (lacht) Ik heb altijd het gevoel dat mijn personages afsplitsingen van mijn eigen gespleten persoonlijkheid zijn. Vaak zijn het gangsters, moordenaars, narcisten of paranoïde echtgenotes. Als je geen empathie hebt voor een personage, zelfs al is het verknipt, moet je er niet aan beginnen, want je moet er twee jaar mee samenleven en daarna blijf je er altijd mee verbonden, omdat je samen een kindje hebt gemaakt. Nog een rode draad: al je films schipperen tussen auteurs- en genrecinema. Wheatley: Ik heb nooit in het onderscheid tussen hoge en lage cultuur geloofd. Cinema is zo'n brede religie dat je verschillende takken naast elkaar kunt hebben. Ook in film heb je katholieken en protestanten, maar allemaal aanbidden ze de Here Jezus. (lacht) Ik hou van Antonioni en Tarkovski, maar ook van zombie- en slasherfilms. Ik heb me altijd verzet tegen snobistische attitudes of politieke correctheid. Als je iets goor vindt, kijk er dan niet naar. Mijn favoriete films hebben zich altijd op het kruispunt tussen auteurs- en genrecinema bevonden, omdat die verrassender én persoonlijker zijn. Ik denk aan de films van Kubrick en Scorsese, maar ook aan Nicolas Roegs Don't Look Now (1973), een andere Du Maurier-adaptatie, die me voor Rebecca minstens zoveel heeft geïnspireerd als Hitchcock. Omdat het ook een nare filmdroom is waarin je nooit weet wat echt of ingebeeld is. Als je daarentegen naar zo'n bloedserieus arthousedrama kijkt, weet je op voorhand perfect wat de parameters zijn. Dat noem ik pas formulecinema, die bovendien niks met het echte leven te maken heeft. Het echte leven, is slordig, verrassend, chaotisch, en cinema is dromen met licht en tijd vanuit de werkelijkheid. Kan een film in die definitie nog wel dezelfde impact hebben als hij louter op een tv-scherm of laptop is te zien, zoals met Rebecca het geval zal zijn. Wheatley: Het is anders. Maar corona heeft de filmindustrie dooreengeschud. Het is nog te vroeg om te bepalen in welke mate, maar je hoeft geen helderziende te zijn om te stellen dat er nog meer gestreamd zal worden en dat bioscopen het nog lastiger zullen krijgen. Zeker als de grote studio's hun blockbusters blijven uitstellen en ze online aanbieden. De engel in me leeft mee met de ontslagen die zullen volgen en met de zalen die zullen sluiten. De duivel denkt: 'Dankje, corona. Tabula rasa! Het is tijd dat het oude systeem waarin films geproduceerd en geconsumeerd worden op de schop gaat, en van de grond af opnieuw opgebouwd wordt, want zeker in Hollywood worden toch enkel nog tentpoles en sequels gemaakt.' In zekere zin is de filmindustrie het slachtoffer van haar eigen kortzichtigheid en opportunisme. Ik zie dat corona veel creativiteit losweekt. Mensen die zonder budget schrijven en filmen, desnoods met hun gsm. Als we die geest kunnen capteren, kan er een nieuwe, gezonde filmcultuur ontstaan, een die ook opnieuw kleinere, persoonlijker projecten laat groeien en diverse stemmen horen. De coronacrisis kan voor de filmindustrie zijn wat New Hollywood daarvoor in de late sixties was, toen het studiosysteem ook implodeerde omdat het publiek uitgekeken was op zijn massaspektakels en naar iets nieuws snakte. Dat is wat ik hoop. Met permissie, maar je werkt met Netflix en je bent bezig met Tomb Raider 2, óók een sequel en een blockbuster. Wheatley: Weet ik. Maar ik heb sinds ik vijftien jaar geleden begonnen ben nooit wat anders moeten doen dan leuren en sleuren, omdat ik telkens kwam aanzetten met iets wat uit de band sprong en niet in algoritmes te vatten viel. Ik weet wat het is om buiten het systeem te staan. Bovendien ben ik op een leeftijd gekomen dat ik besef dat je films uiteindelijk niet maakt voor jezelf en je vrienden, maar voor een zo breed mogelijk publiek. Netflix biedt me het grootste publiek aan waar ik ooit voor gewerkt heb, en Tomb Raider 2 - als die machine tenminste weer in gang raakt - garandeert me meer schermen dan Kill List, Sightseers en High-Rise samen. Dat motiveert, maar als het mislukt, ga ik met plezier opnieuw met minuscule budgetten aan de slag. Desnoods met mijn gsm. (lacht)